Juliette Binoche

In een serie profielen van filmsterren deze week Juliette Binoche, de Franse sfinx die nu te zien is in 'The English Patient'.

Toen ik haar naam voor het eerst hoorde, rond de première in Cannes van Rendez-vous (André Téchiné, 1985), dacht ik dat het een pseudoniem was. De term 'cinoche', een wat archaïsch, licht pejoratief Frans koosnaampje voor bioscoopvertier, leek namelijk te mooi te rijmen op de naam van de rijzende ster Juliette Binoche (Parijs, 9 maart 1964). Het publiek en de critici van Les Cahiers du Cinéma applaudisseerden unisono voor de enigszins hysterische hoofdrol van een meisje dat erg nodig actrice moet worden. Inmiddels is Binoche, die net zo heet als haar vader, een toneelregisseur, de grootste Franse ster van haar generatie en, zeker na de recente Oscarnominatie voor de rol van een Canadese verpleegster in The English Patient, een patent exportartikel.

Haar filmografie vermeldt zowel internationale rollen tegenover bijvoorbeeld Daniel Day-Lewis (The Unbearable Lightness of Being), Jeremy Irons (Damage, dat werd ruzie), William Hurt (A Couch in New York) en Willem Dafoe als prestigieuze films onder regie van Jean-Luc Godard, Jacques Doillon en Krzysztof Kieslowski; geen Franse biografie laat onvermeld dat Binoche Trois couleurs: bleu (1993) verkoos boven Spielbergs aanbod van een rol in Jurassic Park. In interviews noemt Binoche een opvallend eclectisch rijtje sterren als haar grote voorbeelden: Arletty, Simone Signoret, Nanni Moretti, Audrey Hepburn en Anna Magnani.

Er is iets vreemds met de verschijning van Binoche. Hoewel ik haar lijf vaak in verschillende gradaties van ontkleding en extase heb mogen aanschouwen, kan ik het me slecht voor de geest halen. Wie aan Binoche denkt, ziet haar gezicht, dat zich bij uitstek leent voor close-ups. Het opent Je vous salue, Marie (1984), waarin Godard Binoche, als de jaloerse ex-vriendin van Jozef, uitsluitend van dichtbij bekijkt. Het diende zo ongeveer als beeldmerk van Kieslowski's kleurentrilogie en als boegbeeld van de reclamecampagne van Lancôme's nieuwe parfum Poème: een gezicht als een gedicht.

De kunst van Binoche is dat haar lege blik van alles lijkt te willen uitdrukken, maar uiteindelijk weinig anders zegt dan: 'kijk naar mij! houd van mij!'. Het is instant-poëzie, een onbeschreven blad, waar zich van alles op laat projecteren: verleidelijkheid, melancholie, fataliteit en fatalisme, onaanraakbaarheid en onthechting, het aardse en het hemelse. Je weet niet wat er in Binoche omgaat, al verklapte ze eens in een interview dat haar grootste passie uitgaat naar hazelnootcrème van Nutella.

Haar meest complete filmrollen speelde ze onder regie van toenmalig levenspartner Léos Carax: Mauvais sang (1987) en Les amants du Pont-Neuf (1991). Carax laat Binoche onmogelijke toeren uithalen, voor de verandering met haar hele lichaam, en vult haar leegte met zijn eigen waanzin. Toegewijde dienstbaarheid kenmerkt de personages van Binoche in recente films als Le hussard sur le toit (Jean-Paul Rappeneau, 1995) en The English Patient, waarin het haar toevallig geen van beide keren lukt een ernstig gewonde man het leven te redden. Ze is nu rijp voor de tragische heldinnen, zoals de achttiende-eeuwse Julie de Lespinasse (onder regie van Téchiné) en Strindbergs Fröken Julie (een project van Mike Figgis). Maar als ze de Oscar wint dan zullen het wel fatale Europese vrouwen in Hollywood worden, want met Binoche, de sfinx van wie de camera bijna evenveel houdt als destijds van Greta Garbo, kun je vele kanten op.