Hockey-internationals eisen vergoeding voor interlands

DEN HAAG, 19 FEBR. De hockeyspelers van het Nederlandse elftal eisen een vergoeding voor het spelen van interlands. Aanvoerder Stephan Veen heeft in een gesprek met directeur J.H. Wakkie van de Nederlandse hockeybond KNHB aangedrongen op financiële genoegdoening voor de internationals. De bond heeft de aanvraag in beraad en wil voorlopig weinig kwijt over wat als een eerste officiële aanzet tot semi-professionalisme kan worden beschouwd.

Twee redenen liggen ten grondslag aan het verzoek van de internationals, aldus aanvoerder Veen. “Ten eerste is sprake van vergaande professionalisering, zowel binnen de totale Nederlandse sport als binnen het hockey. Dan doel ik op de begeleiding, op de fysieke belasting en dat soort zaken. Naar onze mening moet de hockeybond de stap maken die andere bonden in Nederland al veel eerder hebben gemaakt en dat is heel simpel: sporters loon naar werken geven.”

Daarnaast houden de inspanningen en de prestaties van de nationale ploeg volgens Veen geen gelijke tred met de inkomsten. “Wij presteren op een constant hoog niveau, getuige de gouden medaille in Atlanta en laatst nog met het winnen van de Champions Trophy”, zegt de 26-jarige middenvelder van landskampioen HGC. “Wie presteert, mag daarvoor beloond worden. Wij vermaken tien- tot twintigduizend mensen, maken trainingsuren die te vergelijken zijn met het voetbal en zien daar vervolgens weinig tot niets van terug. Dat noem ik een scheve verhouding.”

Over de gewenste hoogte van de vergoeding wil Veen nog niets zeggen. “De bond is nu eerst aan zet.” Bondsdirecteur Wakkie heeft begrip voor het standpunt van de internationals, maar weigert op de zaken vooruit te lopen. “De komende maanden zullen wij ons beraden wat de mogelijkheden zijn en vaststellen over welke bedragen we eigenlijk praten.”

In landen als Australië en Duitsland delen spelers van de nationale ploeg mee in het prijzengeld bij grote internationale titeltoernooien. Spelers uit de Nederlandse selectie ontvangen maandelijks vijfhonderd gulden van het NOC*NSF ter compensatie van hun sportieve inspanningen. A-internationals hebben bovendien de beschikking over een door de landelijke sportkoepel beschikbaar gestelde auto. Veel internationals vullen hun studiebeurs of gederfde inkomsten aan door tegen betaling speciale trainingen te geven bij clubs. Dat levert sinds de gouden medaille in Atlanta gemiddeld vierhonderd gulden per training op.

Steun ondervinden de spelers verder van de Stichting Individuele Begeleiding Tophockey (SIBT). De drie man sterke werkgroep, zeven jaar geleden in het leven geroepen door de hockeybond, bemiddelt onder meer bij het vinden van geschikte stageplaatsen en werkplekken. Studieplanning komt grotendeels voor rekening van de hockeyers zelf.

Clubs uit de hoofdklasse keren geen winstpremies uit. Spelers en speelsters betalen aan het begin van ieder seizoen zelf hun contributie. Oranje Zwart is de eerste vereniging die dit jaar een premiestelsel heeft ingevoerd. Aan het einde van het lopende seizoen kunnen de hockeyers van de Eindhovense hoofdklasser maximaal 1.600 gulden incasseren.

De wens om betaald te worden speelt al veel langer binnen de Nederlandse mannenselectie. Tot een serieus verzoek aan het adres van de bond kwam het nooit. Maar nadat het NOC*NSF de gouden hockeyers vorig jaar beloonde met 15.000 gulden per persoon, raakten de plannen de afgelopen maanden in een stroomversnelling. De financiële tegemoetkoming van de sportkoepel werd destijds overigens in scherpe bewoordingen veroordeeld door de bond. Ongepast en overbodig, vond voorzitter W. Cornelis. Het gebaar deed in zijn ogen afbreuk aan de amateurstatus van de hockeysport.

Het verzoek van de internationals komt op het moment dat de bond een nieuwe sponsor heeft gevonden. In Den Haag werd gisteren bekendgemaakt dat Content Beheer, een landelijke organisatie gespecialiseerd in opleidingen en uitzendwerk, de komende vier jaar optreedt als een van de zeventien geldschieters van de KNHB. Naast financiële steun stelt de uitzendorganisatie haar diensten beschikbaar voor de Nederlandse internationals. Het bedrijf zal spelers en speelsters van Oranje maatschappelijk ondersteunen in de vorm van arbeidsbemiddeling, gerichte opleidingen en carrièrebegeleiding.

De sponsorovereenkomst sluit aan op de wens die al langer leeft binnen de KNHB. In aanloop naar het dubbel-WK in eigen land, volgend jaar zomer in Utrecht, wil de bond een passend vervolg geven aan de successen van het afgelopen jaar. Maatschappelijke begeleiding past in dat streven, aldus de bondscoaches Roelant Oltmans (mannen) en Tom van 't Hek (vrouwen). “De hockeybond heeft een maatschappelijke verantwoordelijkheid tegenover de internationals”, zei Van 't Hek gisteren.

Als Nederland deel wil blijven uitmaken van de internationale top moet de KNHB zijn internationals tegemoet komen, zei bondscoach Oltmans vorig jaar. Onder druk van de tempobeurs geven veel talentvolle hockeyers volgens de bondscoach noodgedwongen de voorkeur aan hun studie. Oltmans drong daarom aan op meer (bonds)voorzieningen met betrekking tot maatschappelijke zekerheid.

Het verzoek van de internationals om een financiële vergoeding kreeg gisteren de steun van Oltmans. De bondscoach maakte één kanttekening. “Geld vind ik een uiting van korte-termijnpolitiek. Met maatschappelijke begeleiding en ondersteuning is iedere hockeyer op lange termijn toch beter af.”