Ethiek als export

Het klassieke slot van een hoofdartikel in een Nederlandse krant die met niet aflatende zorg de toestand in de wereld volgt, luidt: 'Wij waarschuwen nu China voor de laatste maal!' Zeker zal deze opiniemaker gelijk hebben gehad, want in China is het nooit helemaal in orde, de toestand daar geeft altijd aanleiding tot waarschuwingen.

De zin roept het beeld op van de vaderlandse pennenvoerder die zich aan zijn bureau kwaad heeft gemaakt en na gedane zaken zijn broodtrommeltje opent omdat het tijd is voor zijn twaalfuurtje. Die tijd ligt achter ons.

Maar ons ethisch imperialisme is gebleven en dat kan in het buitenland misverstanden wekken, om te beginnen. In het Newyorkse weekblad The Village Voice van deze week staat een artikel van Nat Hentoff, een journalist die ook voor de Washington Post werkt. Het weekblad heeft een reputatie op het gebied van nonconformistische standpunten, het is liberal en tegendraads, maar het heeft zijn beste tijd gehad. Laten we hopen dat die terugkomt. Het artikel geeft onder de kop Death in the Netherlands Hentoffs versie weer van de Nederlandse praktijk op het gebied van de euthanasie. Dat daarop in de Verenigde Staten veel principiële kritiek is, weten we uit het boek van Herbert Hendin, De dood als verleider (Uitgeverij Gottmer, 1996) en uit zijn bijdrage aan deze krant op 28 november van het vorig jaar. Het vrijwel algemeen Nederlands oordeel over Hendins weergave van de feiten en zijn daarop gegrondveste mening is, dat er nog al wat misverstanden bij hem zijn aan te wijzen. Niettemin is zijn boek in Amerika gezaghebbend en medebepalend voor wat daar over onze euthanasiepraktijk wordt gedacht.

Nat Hentoff, in de Voice, baseert zich gedeeltelijk op het boek van Hendin en gedeeltelijk op wat hij heeft opgestoken van een Nederlandse televisieploeg die bij hem op bezoek is geweest. Van welke omroep? Ik heb het nog niet kunnen achterhalen. In ieder geval heeft bij deze journalist de overtuiging postgevat dat in Nederland nazistische toestanden beginnen te heersen. Op verzoek van de ouders doden de dokters ongestraft kinderen die een of ander gebrek hebben. Bejaarden willen niet meer het ziekenhuis in, uit vrees dat ze ongevraagd uit hun ouderdom zullen worden verlost. Bijna een kwart van de Nederlandse artsen, meldt Hentoff, heeft weleens een patiënt gedood zonder haar of zijn verzoek af te wachten. Hentoff had altijd in de veronderstelling verkeerd dat Nederland een buitengewoon beschaafd land was, maar nu weet hij wel beter. Wie hier oud en ziek is, kan de dokter beter buiten de deur houden. De Nederlandse praktijk grenst aan de nazistische.

Ik zou dit artikel niet hebben genoemd als het in een fundamentalistische krant uit de Bible Belt had gestaan. Maar de Voice is een urbaan orgaan met een oplage van een paar honderdduizend en het verschijnt in de hoofdstad van de wereld. Het vermenigvuldigt misverstanden, geeft een karikaturale voorstelling van verhoudingen en denkbeelden die in Nederland als verworvenheden van een zeer humanitaire beschaving worden beschouwd.

De Nederlanders zullen er niet over denken, welke buitenlandse inmenging dan ook in hun ethische opvattingen te dulden. Maar deze opvattingen zelf, met de daaruit voortvloeiende praktijk, zijn in hun betrekkelijke uitzonderlijkheid een exportartikel, louter doordat ze bestaan en doordat er hier naar wordt gehandeld. Daarom kan het geen kwaad als de Nederlandse medische stand voortdurend duidelijk maakt wat de Nederlandse werkelijkheid is en vertekeningen daarvan zoveel mogelijk recht zet.

Tot zover deze passieve export van Nederlandse ethiek. Veel actiever is ons ethisch exportbeleid op het gebied van de drugs. Het heeft er soms de schijn van dat de hele natie ervan overtuigd is dat in het blowen de wereld nog iets van Nederland kan leren. Niet China wordt voor de laatste maal gewaarschuwd, maar de hele mensheid onophoudelijk het goede voorgehouden en voorgedaan. Dat de hele mensheid behalve Nederland hardnekkig vasthoudt aan andere opvattingen is dan des te slechter voor deze rest.

Als het daarbij bleef, was het een nog betrekkelijk beperkt vraagstuk. Nederland zou van tijd tot tijd in conflict raken met een of andere overigens bevriende natie, waarvan dan het gevolg zou zijn, liever gezegd is, dat we ons geruisloos aanpassen terwijl we het tegendeel blijven beweren. Maar jammer genoeg is dit niet de volledige werkelijkheid. Het ethisch nationaal gelijk in het blowen is langzamerhand zo diep geworteld, dat degenen die niet beter weten geloven dat er in ieder buitenland ook zo over wordt gedacht. Bovendien vinden degenen die wel beter weten, dat het buitenland zich zo snel mogelijk zou moeten aanpassen, wat de onwetenden weer in hun misverstand versterkt.

Daarover bestaan cijfers. In 1990 zaten 651 Nederlanders in buitenlandse gevangenissen. In 1991 waren het er 705, het jaar daarop 828, toen 902, daarna 1022, vervolgens 1224 en 1316, en op nieuwjaar 1997 zaten 1514 landgenoten achter vreemde tralies. Het percentage drugs-related is voortdurend 80 gebleven. Ons ethisch exportartikel bestaat in dit geval niet alleen uit een opvatting maar ook uit mensen die verwachten dat ze in het buitenland hetzelfde gelijk hebben, zoniet dezelfde opgetogen bijval krijgen door daar de daad bij de nationale ethiek te voegen. Dan komen ze in een gevangenis waarvan regime en inrichting evenmin aan onze hoge verwachtingen beantwoorden.

Misverstanden over ethiek als exportartikel. Zou het bijvoorbeeld geen goed idee zijn als de campagnevoerders voor legalisering van de soft- en van alle drugs, de apostelen van het nieuwe paddogenot en de profeten van onze heilige nederwietkerk, eens in buitenlandse gevangenissen op troostbezoek gingen? Nog altijd gaat het om de Nederlandse macht en de toestand in China.