Een ethische bodem onder de markt

Building a win-win world. Life beyond global economic warfare. Door Hazel Henderson, Uitg. Berret-Koehler, ƒ 67,95

Economen als Paul Krugman fulmineren terecht tegen allen die de internationale handel tussen landen louter als een spel zien waarbij de ene verliest ten koste van de andere. De snelle opkomst van de Oostaziatische 'tijgers' is inderdaad niet ten koste gegaan van de Nederlandse economie. Ze biedt die economie zelfs nieuwe exportkansen. Toenemende internationale handel en concurrentie is dus eerder een win-win- dan een win-verlies-proces. Op basis van de titel en ondertitel van Hazel Hendersons nieuwe boek, Building a win-win world. Life beyond global economic warfare, zou men een boek verwachten dat in Krugmans straatje past. Maar dat is niet het geval - en ook zij heeft een punt.

Hazel Henderson is een dame die al minstens vijfentwintig jaar meedraait in het alternatieve NGO-circuit dat telkens rond grote VN-conferenties actief wordt. Ze afficheert zich als 'futurist' en heeft dan ook nauwe connecties met de Tofflers, maar benadrukt meer dan deze laatsten de ecologie. Zoals Peter Senge, de goeroe van de lerende organisatie en een andere bekende uit haar netwerk, heeft ze haar achtergrond in de systeemdynamica. Met open vizier bestrijdt ze heersende economische orthodoxieën van Keynes tot de neo-klassieken, aanbodeconomen en monetaristen.

Voor Henderson kan vrijhandel, zoals belichaamd in de regels van de GATT en de nieuwe World Trade Organisation, alleen maar leiden tot een negatieve spiraal in de internationale concurrentie. Arbeidsduurverkorting biedt daarvan een mooie illustratie. In Frankrijk wil men bijvoorbeeld naar een veralgemeende 36-urenweek om de werkloosheid te bestrijden, maar in het kader van de internationale concurrentie is dat vragen om nog meer problemen. Toch zou het slim zijn als we overal minder zouden gaan werken. We ontkomen er dus niet aan om naast marktwerking ook het totstandkomen van internationale verdragen na te streven waarin een sociale en ethische bodem onder de markt gelegd wordt. Alleen zo kunnen we tot een echte 'win-win-wereld' komen. Het ergst in Hendersons visie is als dergelijke afspraken onmogelijk gemaakt worden met een beroep op GATT- en WTO-regels.

Wie vanuit een dergelijk perspectief naar de ontwikkelingen van de voorbije decennia kijkt, verwacht veel pessimisme. Het is inderdaad niet moeilijk de negatieve concurrentiespiraal te herkennen in de verhalen over kinderarbeid in de Derde Wereld of downsizing en jobless growth in de Eerste. Bovendien zijn de legitimiteit en de middelen van de VN en haar vele onderdelen, die een rol zouden kunnen spelen bij het totstandkomen van de nodige afspraken, behoorlijk aangetast geraakt. Henderson heeft het daar inderdaad met voortduring over, maar pessimistisch is ze niet. Integendeel, nu ze de pensioengerechtigde leeftijd nadert, begint ze na een lang gevecht stilaan de smaak van de overwinning te proeven.

Er zijn inderdaad ook bemoedigende signalen. In de economische wetenschap is er steeds meer aandacht voor duurzame, ecologische groei, voor waarden en instituties en voor het tot stand brengen van nieuwe welvaartsindicatoren die recht doen aan de kwaliteit van het leven. Naast de pure vrijhandelslogica van GATT en WTO organiseren zich regionale blokken waarbij meer oog is voor de sociale realiteit. Als gevolg van het toegenomen kritisch bewustzijn van de burgers zien internationaal opererende bedrijven zich steeds meer gedwongen zelf een ethische bodem onder de markt te leggen. Tenslotte neemt in alle landen het belang van de informele economie toe. Het duidelijkst is dat natuurlijk in de Derde Wereld, maar ook in de meer ontwikkelde landen zien we alternatieve economische circuits ontstaan op basis van ruilhandel of lokale muntsystemen.

Henderson heeft de voorbije decennia veel van deze 'sociale innovaties' gevolgd, gedocumenteerd en ondersteund. Ook dit boek is er een grande parade van (niet zelden met adres en al) en is misschien wel daarom nog het meest het lezen waard. Het boek is zeker geen coherent theoretisch boekwerk en stelt niet zelden teleur door op te houden waar het interessant wordt. Storend is zeker de typisch Amerikaanse borstklopperij. Hazel Henderson was zowat overal bij, heeft bij heel veel aan de wieg gestaan en steekt dat bepaald niet onder stoelen of banken. Er passeren dan ook de nodige beroemdheden. Nederlandse helden in haar verhaal zijn bijvoorbeeld Eckart Wintzen, Wouter van Dieren en Evelyne Herfkens. Zonder schromen neemt ze ook hele passages uit artikelen van meer dan twintig jaar geleden over en beweert stellig dat die niets aan actualiteit hebben ingeboet. Jammer genoeg, zoals in de passages over de media, aangepaste techniek of technology assessment, is dat niet steeds het geval.

Het boek heeft dus de nodige gebreken, maar is niettemin verplichte literatuur voor wie niet verrast wil worden door de opkomst van het nieuwe paradigma waarover ze het heeft. De situatie is inderdaad op zo vele plaatsen zo onhoudbaar geworden, dat zowel de direct betrokkenen, de beleidsmakers, als de economen het zich langer niet kunnen veroorloven bij de oude dogma's te blijven stilzitten. Opvallend is hierbij de merkwaardige paradox van gelijktijdige schaalvergroting en -verkleining. De economie 'globaliseert' en de schaal van de nieuwe technologie is bijna door geen enkel land of onderneming nog te bevatten. Tegelijkertijd organiseren zich de lokale initiatieven en ook de traditioneel meer arrogante grote ondernemingen kunnen het belang ervan niet meer ontkennen. Opvallend zijn onverwachte allianties zoals die tussen grootkapitalist Ross Perot en dergelijke basisgroepen of het toenemend samen optrekken van de VN en de vele NGO's die jarenlang maar met moeite rond internationale conferenties werden geduld.

Cynici zullen antwoorden dat het om allianties van machtelozen gaat die het bovendien onderling allerminst eens zullen zijn over dat nieuwe paradigma. Mogelijk, maar het is beter om voorbereid te zijn en op zijn minst oog te (leren) hebben voor de initiatieven van de over de aardkorst verspreide honderdduizenden 'sociale innovatoren'.