Bikini-moordenaar begrijpt waarde leven

NEW DELHI, 19 FEBR. Voor de zogeheten 'bikini-moordenaar' Charles Sobhraj, die al ruim twintig jaar in een Indiase gevangenis zucht maar niettemin kans zag intussen een reeks amoureuze liaisons voort te zetten, lonkt de vrijheid dezer dagen nadrukkelijker dan ooit.

Maandag was hij een ogenblik een vrij man, nadat een rechter had bepaald dat hij na ruim tien jaar voorarrest wegens een tijdelijke ontsnapping uit de gevangenis in 1986 diende te worden vrijgelaten. Terstond werd hij echter opnieuw ingerekend, omdat hij niet over een verblijfsvergunning beschikte. De Indiase autoriteiten zijn nu echter van plan hem naar Frankrijk uit te wijzen, omdat hij over een Frans paspoort beschikt.

Zijn langdurige verblijf in Indiase gevangenissen heeft Sobhraj gevrijwaard van een veel zwaardere straf in Thailand. Daar werd hij beschuldigd van een veertienvoudige moord op jonge vrouwen en zou hem vermoedelijk de doodstraf hebben gewacht. Inmiddels zijn zijn misdaden daar echter verjaard. Ook in India werd Sobhraj in 1976 berecht op verdenking van diefstal van juwelen en de moord op twee jonge vrouwen, maar aan het laatste werd hij niet schuldig bevonden. Door langdurige processen slaagde Sobhraj er steeds in zijn uitlevering naar Thailand te blokkeren. Volgens sommigen arrangeerde hij ook zijn eigen ontsnapping uit de Indiase gevangenis om daarin langer te kunnen blijven in afwachting van de verjaring van de zaak tegen hem in Thailand.

Sobhraj, die werd geboren in Vietnam, sprak ondanks zijn criminele leven tot de verbeelding van velen door zijn intelligente en charmante optreden. Vooral veel vrouwen voelden zich onweerstaanbaar tot hem aangetrokken. Ook in de gevangenis hield hij er nog verscheidene vriendinnen op na. Hij heeft laten weten een daarvan, een jonge vrouw uit Chandigarh, te willen huwen. Op de vraag wat hij verder denkt te doen met zijn vrijheid, antwoordde Sobhraj onlangs: “Ik zou graag een rustig en vreedzaam leven leiden. Ik denk dat ik iets verkeerds heb gedaan in m'n jonge jaren. Dat spijt me. Twintig jaar zijn voldoende geweest voor me om de waarde van een leven te begrijpen.”