België onderzoekt fouten para's in Rwanda

BRUSSEL, 19 FEBR. Een bijzondere commissie van de Belgische Senaat begint vandaag met openbare hoorzittingen over de deelname van Belgische para's aan de VN-operatie UNAMIR in Rwanda in 1993 en 1994. De zaak wordt wel het 'Srebrenica' van België genoemd. De Belgische para's werden teruggetrokken toen de massale moordpartijen van extremistische Hutu's onder vooral Tutsi's in volle gang waren.

Tien para's werden in Rwanda gedood. Hun familieleden eisen al jaren opheldering over de omstandigheden waaronder zij werden uitgezonden. Een werkgroep van de Senaat is vorige maand na onderzoek van documenten tot de conclusie gekomen dat de Belgische regering ernstige fouten heeft gemaakt. De regering zou geweten hebben dat in Rwanda grote weerstand bestond tegen Belgische deelname aan een VN-macht. Op grond van Belgische bemoeienissen in het verleden beschouwden Hutu's Belgische militairen als partijdig.

Bovendien zou de regering er begin 1994 van op de hoogte zijn geweest dat Hutu's Belgische blauwhelmen wilden vermoorden. De tien para's werden op 7 april 1994 omgebracht. Ook blijkt volgens de werkgroep dat het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken en de Belgische Generale Staf tevoren kennis hadden van een gedetailleerd plan voor de volkerenmoord in Rwanda.

De Christelijke Volkspartij (CVP) van premier Dehaene wist te voorkomen dat het onderzoek zou gebeuren door een officiële enquêtecommissie. Betrokkenen kunnen niet worden gedwongen te verschijnen en zullen niet onder ede worden gehoord.

De minister van Defensie was indertijd de CVP'er Leo Delcroix. Hoewel zijn naam wordt genoemd bij verschillende financiële schandalen is er tot nu toe nooit een verzoek geweest om zijn parlementaire onschendbaarheid als senator op te heffen. Delcroix heeft over het rapport van de werkgroep van de Senaat in januari gezegd dat het een vertekend beeld geeft van de waarheid. De Vlaamse socialist Willy Claes, die in de bewuste periode minister van Buitenlandse Zaken was, heeft gezegd dat het rapport “onvolledig lijkt”. Claes moest aftreden als secretaris-generaal van de NAVO omdat hij verdacht wordt van betrokkenheid bij het aannemen door de Vlaamse socialisten van smeergeld van de Italiaanse helikopterfabrikant Agusta.

De werkgroep van de Senaat heeft uit het eerste onderzoek geconcludeerd dat de Belgische para's bij het uitoefenen van hun vredestaak weinig effectief konden optreden omdat voor alles toestemming nodig was van het VN-hoofdkwartier in New York, omdat hun aantal veel te klein was en omdat hun bewapening veel te licht was. Bovendien was geen snelle reactiemacht gevormd die de blauwhelmen in geval van nood zou kunnen ontzetten.

Hoewel het niet om een officiële enquêtecommissie gaat, komt de zaak premier Dehaene slecht uit. Verwacht wordt dat familieleden van vermoorde para's nog eens uitgebreid uit de doeken zullen doen hoe zij lang tevergeefs om onderzoek hebben gevraagd. Dat kan het heersende gebrek aan vertrouwen van de bevolking in de politiek slechts bevorderen.