Wijers ontziet kleine verbruikers van energie

DEN HAAG, 18 FEBR. Kleinverbruikers en grootverbruikers van energie gaan de kosten voor een nieuw elektriciteitsstelsel eerlijk delen. Mocht de komende jaren een heffing nodig zijn om de extra kosten van dat stelsel te dragen, dan wordt dat in overleg met de Tweede Kamer beslist. Kleinverbruikers draaien niet alleen voor die kosten op.

Dat beloofde minister Wijers gisteren aan de Kamercommissie voor economische zaken, die debatteerde over de gevolgen voor de elektriciteitssector van de komende vrije energiemarkt in Europa.

Voor Nederland betekent deze liberalisatie dat de nutsbedrijven die zorgen voor de produktie en distributie (levering) straks moeten concurreren. Volgens een Europese richtlijn, die nu wordt opgenomen in de nationale wetgeving van de vijftien EU-lidstaten, moeten monopolieposities op de elektriciteitsmarkt verdwijnen. Grote bedrijven krijgen binnenkort vrijheid in de keuze van hun energie-leverancier. Ook de produktie van elektriciteit wordt vrij. Over vijf jaar krijgt het midden- en kleinbedrijf dezelfde concurrentiepositie, vanaf het jaar 2007 volgen de kleinverbruikers. Die periode kan wat Wijers betreft korter worden, als de huishoudens en kleine bedrijven daar voordeel van hebben. Die kunnen dan, door buurtcomité's op te richten die energiecontracten afsluiten, gezamenlijk profiteren van de vrije markt.

In de Tweede Kamer bestond nogal wat vrees dat het bedrijfsleven snel de voordelen van deze ontwikkeling in de vorm van lagere stroomprijzen zal opstrijken, maar dat de kleinverbruiker, die nog tien jaar afhankelijk blijft van de openbare stroomvoorziening, een forse rekening gepresenteerd krijgt. Daarbij gaat het om de kosten voor milieuvoorzieningen en duurzame energie, en die van niet-rendabele investeringen die de openbare sector de afgelopen tien jaar heeft gedaan, zoals de experimentele centrale voor kolenvergassing in Limburg, stadsverwarmingsprojecten en de sluiting van de kerncentrale Dodewaard.

Minister Wijers verzekerde dat die kosten rechtvaardig over de verbruikers worden omgeslagen. De elektriciteitsbedrijven zullen eerst zelf een deel bijdragen. De produktiesector beschikt over een fonds van 250 miljoen gulden voor verevening van tarieven. Volgens Wijers zal ook de overheid een “zekere steun” verlenen.

De minister blijft de huishoudens en kleine bedrijven nog tien jaar beschermen door zelf een maximum-prijs per kilowattuur vast te stellen. Daarbij wordt uitgegaan van het tarief per 1 januari 1996, dat elk jaar aan de hand van een kostenindexering wordt aangepast.

Kostenverhoging in de stroomproduktie wordt veroorzaakt door duurdere brandstoffen, materialen en loonstijgingen. Daartegenover staat dat de huidige vier produktiebedrijven door fusie veel efficiënter kunnen werken. Volgens McKinsey kunnen honderden miljoenen guldens per jaar worden bespaard. Wijers zegde het PvdA-Kamerlid Crone toe te zullen nagaan of dat voordeel periodiek kan uitmonden in een 'efficiëncykorting' op de tarieven, zodat ook de kleinverbruiker daarvan profiteert. Bijna alle fracties in de Tweede Kamer toonden bezorgdheid dat hun doelstellingen voor meer energiebesparing, duurzame energievormen en een milieuvriendelijke produktie in een vrije markt ondersneeuwen, omdat het maken van winst bij de bedrijven voorop staat. Minister Wijers verzekerde dat hij met fiscale maatregelen en eisen aan de sector het beleid zal blijven sturen. Elke producent van stroom zal een aandeel duurzame energie moeten leveren. Wie dat niet kan, koopt zogenoemde Groene stroom-certificaten die vrij verhandelbaar worden en levert op die manier een bijdrage.

Een ruime meerderheid in de Kamer steunt het plan-Wijers voor fusie van de vier stroomproduktiebedrijven tot één landelijk Grootschalig Produktie Bedrijf (GPB). Diverse fracties hadden echter twijfels over het beoogde aandeelhouderschap door de distributiebedrijven. Die moeten de belangen van het GPB in de raad van commissarissen behartigen, maar ze zullen tegelijk dat GPB en elkaar beconcurreren met eigen elektriciteitscentrales, import van stroom en dergelijke.

Wijers zei dat het GPB voor hem geen doel op zichzelf is, maar een middel om de sector te behoeden voor buitenlandse overnames. Ook biedt het GPB de elektriciteitssector een sterkere positie met meer kansen voor afzet van Nederlandse technologie in het buitenland. Door scherp toezicht op het beheer van het transportnetwerk wil Wijers ervoor zorgen dat er naast een sterk GPB ook voldoende concurrentie in de Nederlandse stroomvoorziening mogelijk is.