'UNHCR schuld crisis rond Tingi Tingi'

GOMA/KIGALI, 18 FEBR. De verwijten vliegen over en weer. “Het is de schuld van het UNHCR dat de Rwandese vluchtelingen bij Tingi Tingi betrokken dreigen te raken bij een veldslag”, zegt een hoge Westerse diplomaat in de Rwandese hoofdstad Kigali.

Een vertegenwoordiger van de Zaïrese rebellen in Goma waarschuwt: “De Verenigde Naties moeten het probleem bij Tingi Tingi snel oplossen, anders vallen wij binnenkort het kamp aan.” Sadako Ogata, hoofd van het UNHCR, het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN, stelde vorige week in Kigali: “Tingi Tingi is het probleem van de Zaïrese regering, de VN kunnen het niet oplossen.”

Toen eind vorig jaar de Zaïrese rebellen bij Goma de greep doorbraken waarin vluchtelingenkampen door Rwandese Hutu-extremisten werden gehouden, keerden ongeveer 700.000 Rwandezen terug naar hun vaderland. De extremisten ontsnapten westwaarts, de Zaïrese jungle in. Enkele tienduizenden vluchtelingen uit de kampen rond het zuidelijker gelegen Bukavu voegden zich bij hen. Militairen en civiele leiders van de genocide in Rwanda van 1994 herstelden vervolgens hun invloed op de vluchtelingen. De Zaïrese rebellen hebben hen inmiddels ingehaald en belegeren nu het kamp Tingi Tingi, waar 130.000 vluchtelingen en extremisten leven. Het Zaïrese regeringsleger bewapent dezen weer om te vechten tegen de rebellen.

De schuld van de dreigende humanitaire crisis als gevolg van de strijd rond Tingi Tingi wordt door menigeen het UNHCR in de schoenen geschoven. Evenals het geval was in de vluchtelingenkampen vóór de exodus terug naar Rwanda in november voedt het UNHCR in Tingi Tingi iedereen, zowel burgers, militairen als militieleden. Ogata: “Het blijkt steeds moeilijker het civiele karakter van de vluchtelingenkampen te garanderen. Er bestaat geen mechanisme in de internationale gemeenschap om een scheiding aan te brengen tussen burgers en strijders.” De kritiek op het UNHCR aangaande Tingi Tingi gaat echter verder. “De vluchtelingen waren onderweg naar de stad Kisangani”, zegt een diplomaat. “Het UNHCR hield ze tegen en ging ze voedsel verstrekken. Daarom bevinden ze zich nu in de frontlinie.”

Rebellenleider Laurent Kabila heeft dit weekeinde beloofd de aanval op Tingi Tingi uit te stellen om de VN tijd te geven een oplossing te vinden. “Er bevinden zich moordenaars onder de vluchtelingen. Een aanval is onvermijdelijk als de VN geen scheiding kunnen aanbrengen in het kamp”, waarschuwt een vertegenwoordiger van de rebellen in Goma. “Tingi Tingi fungeert als trainingskamp, de humanitaire hulp komt ten goede aan Rwandese militairen. Zij doodden Zaïrese burgers en vechten tegen ons. Er blijft ons uiteindelijk geen andere keuze dan het kamp aan te vallen.”

De verovering van Tingi Tingi en het nabijgelegen Lubutu zal de weg vrijmaken voor een aanval op Kisangani, de op twee na grootste stad van Zaïre. “De inname van Kisangani zal het einde betekenen van het regime van president Mobutu”, voorspelt een diplomaat. “De regering komt door de inname van Kisangani met de rug tegen de muur te staan en wordt gedwongen onderhandelingen te beginnen. De rebellen stellen als voorwaarde voor overleg het aftreden van Mobutu. Het regeringsleger vecht nauwelijks meer terug, het valt verder uiteen naarmate de rebellen terrein winnen. Nog vóór het einde van de maand kan Kisangani vallen.”

Het inzetten van huurlingen door het Zaïrese leger heeft het beoogde effect gemist. De helft van de 300 huurlingen werd onlangs verslagen bij de verovering door de rebellen van de stad Watsa. De andere helft zit in Kisangani. “Ze zijn bang”, zegt een militaire waarnemer, “ze vechten nauwelijks. Het tijdperk van de huurlingen in Afrika is voorbij.” Veel van de blanken onder de huurlingen zijn Serviërs. In de tropische regenwouden van Zaïre blijken zij minder goede strijders dan in hun koele vaderland.

Bombardementen zoals gisteren op Bukavu zullen vermoedelijk ook niet tot een ommekeer leiden. Er bevinden zich heel weinig rebellen in de steden, zij trekken onmiddellijk na veroveringen verder naar het front dat zich langs de wegen en paden bevindt in de jungle. Daar kunnen de gevechtsvliegtuigen hen nauwelijks raken. Bombardementen zullen vooral civiele schade aanrichten en het moreel aantasten van de burgers in rebellengebied.

De Zaïrese regering stelt Rwandese en Oegandese troepen verantwoordelijk voor de zegetocht van de rebellen. Er bestaat ontegenzeggelijk grote sympathie in beide landen voor de rebellen. Bij de aanvang van de oorlog in oktober hielpen Rwandese strijders de rebellen een handje. Diplomaten in Kigali zeggen echter niet over bewijzen te beschikken van rechtstreekse betrokkenheid van Rwandese en Oegandese troepen bij het rebellenoffensief. Met de toenemende onveiligheid in Rwanda zelf als gevolg van de aanvallen door Hutu-extremisten kan het regeringsleger zich nauwelijks permitteren om soldaten naar Zaïre te zenden, menen waarnemers. “De Zaïrese rebellen hebben ons niet nodig”, verklaart Emanuel Ndahiro, naaste medewerker van minister van Defensie Paul Kagame. “Bovendien, we beschikken niet over de mogelijkheden om hen te helpen.”

De razendsnelle opmars van de rebellen lijkt vooral het gevolg van de desintegratie van de Zaïrese staat, een ontwikkeling die al ruim tien jaar geleden een aanvang nam. Regeringssoldaten weigeren hun leven te geven voor een schijnbaar verloren zaak en voor een corrupt regime dat geen soldij betaalt. Zo snel verloopt de opmars dat de vrees groeit onder Westerse diplomaten voor een onhandelbare humanitaire crisis als gevolg van de zich uitbreidende strijd. Washington oefent daarom druk uit op de rebellen hun offensief te staken. Vermoedelijk pas ná de verovering van Kisangani zullen de rebellen zich ontvankelijk tonen voor dergelijke buitenlandse druk.

    • Koert Lindijer