Record-salarissen curatoren van Fokker

ROTTERDAM, 18 FEBR. Hoe het ook afloopt met Fokker, nu al is duidelijk dat de salariskosten van de vier curatoren en hun teams hoger zullen uitvallen dan die bij het duurste, een na duurste en twee na duurste Nederlandse faillissement bij elkaar genomen.

In hun vrijdag verschenen derde verslag geven de curatoren voor het eerst inzicht in hun eigen kosten: kantoor, reis- en verblijfkosten bedragen inmiddels 7.646.143 gulden, overigens exclusief BTW, zo zetten de curatoren daar voor de zekerheid bij. Om de indruk te voorkomen dat zij naar eigen believen deze kosten kunnen maken: “Deze kosten worden door de rechtbank vastgesteld.”

De hoge kosten worden vooral veroorzaakt door het feit dat Fokker in feite nog steeds in bedrijf is en de curatoren als ondernemers nog steeds proberen de waarde van de boedel te maximeren door te blijven onderhandelen over een “doorstart”. Tot in Maleisië toe.

De duurste Nederlandse faillissementen tot nu waren die van scheepsbouwer RSV, vrachtwagenfabrikant Daf en automatiseringsbedrijf HCS. De informele recordhouder - RSV - kostte aan salaris voor curatoren en bijkomende kosten meer dan 2,5 miljoen gulden, schatte curator mr. F. Meeter vorig jaar.

Dat het publiek nu al inzicht krijgt in de kosten voor het leiden en afwikkelen van de boedel is een opmerkelijk stukje openheid. Regel is dat de kosten voor de curator, die bij voorrang worden betaald uit de opbrengsten van de boedel, pas bij het afsluiten van het faillissement worden geopenbaard. Wie de bedragen ziet die met de afwikkeling van een groot bankroet als Fokker zijn gemoeid, begrijpt beter waarom de Nederlandse accountants graag op deze markt willen expanderen. De grote accountantskantoren hebben al afdelingen corporate recovery opgezet die nu klanten adviseren hoe zij aan financiële problemen moeten ontsnappen, maar ook graag, naar Angelsaksisch voorbeeld, als curator willen optreden.

Dankzij de gunstige gang van zaken in de economie is het aantal grote faillissementen op dit moment gering, maar als de economische gang van zaken weer terugvalt en het aantal faillissementen begint op te lopen is dat voor beroepsgroepen als professionele curatoren en accountants goed nieuws. Niet dat accountants, fiscalisten, taxateurs en andere adviseurs nu langs de kant staan. Het rapport van de curatoren onthult een nog groter bedrag aan kosten voor adviseurs. In 1996 beliepen deze uitgaven 8,1 miljoen gulden, inclusief BTW naar mag worden aangenomen. Het eind is nog niet in zicht. Juridische procedures om aanvullend geld voor het pensioenfonds, om verkochte leasevliegtuigen en om de positie van schuldeisers als grootaandeelhouder DASA en de beleggers in obligaties ter waarde van 1,7 miljard gulden liggen in het boedelverslag besloten.