Raad Ter Aar wil van de burgemeester af

De gemeenteraad van Ter Aar heeft na een reeks botsingen geen vertrouwen meer in burgemeester Vroegindeweij. Een 'onafhankelijke derde' voert vandaag de laatste gesprekken over de crisis.

TER AAR, 18 FEBR. “Hier in het dorp wordt alles altijd zo aangedikt. Mensen letten veel te veel op elkaar en trekken snel conclusies”, zegt een bezoekster van een etablissement in het centrum van Ter Aar. Achteraf stellen dorpsbewoners zich de vraag of het wel verstandig is geweest de alleenstaande, zelfbewuste, voormalige secretaresse van een reeks CDA-fractievoorzitters in de Tweede Kamer in dit nogal gesloten tuindersdorp boven Alphen aan den Rijn te benoemen als burgemeester.

Vanaf januari is een sluimerend conflict tussen de gemeenteraad en eerste burger Willemien Vroegindewij (52) heviger geworden en begin vorige week kwam de uitbarsting. De vrijwel voltallige raad zegde het vertrouwen in de burgemeester op, nog voordat een pas begonnen onderzoek in opdracht van de commissaris der koningin was afgerond. De vergadering werd voorgezeten door Vroegindeweij zelf, alsof het om iemand anders ging. Niet alleen haar bestuurlijke capaciteiten worden zwaar onvoldoende genoemd, de burgemeester is al enige tijd ook de hoofdpersoon in gevarieerde dorpsroddel over haar privé-leven. Maar dàt wil niemand in Ter Aar gezegd hebben.

Een frontale botsing met de regionale pers wordt als typerend beschouwd voor de verkeerde inschattingen van Vroegindeweij. In februari 1994 publiceerde het dagblad Rijn en Gouwe een brief van “verontruste ambtenaren” van Ter Aar. “Zowel de bestuurlijke als de ambtelijke verhoudingen zijn ernstig verstoord. De gemeentesecretaris is niet meer de neutraal-sturende manager, besluiten van het college worden niet uitgevoerd, opdrachten raken zoek. Er dreigt een escalatie”, aldus de brief.

Vroegindeweij, ruim een half jaar eerder benoemd, reageerde onzeker, zeer geïrriteerd en nam eigenhandig besluiten die ook binnen het college als buiten-proportioneel werden ervaren. Ze spande zonder overleg, namens de gemeente, een rechtszaak aan tegen de krant om de namen van de opstellers te achterhalen. Ze verloor. Tussendoor had ze op het gemeentehuis de ambtenaren verplicht tot het ondertekenen van een verklaring dat zij de brief niet hadden gelekt. In tijden van zo grote spanning die volgens de briefschrijvers snel dreigde te escaleren, werd dit niet direct als een kalmerende aanpak ervaren.

In Ter Aar wist men dat met Vroegindeweij een bijzonder iemand als burgemeester werd binnengehaald. Unaniem had de vertrouwenscommissie uit de raad in de zomer van 1993 voor de Haagse CDA-bestuurder gekozen, haar relaties in de partijtop en de 'Haagse kringen' zouden Ter Aar goed doen. Vroegindeweij, voormalig secretaresse van Biesheuvel, Aantjes, Lubbers, vervolgens actief als de ombudsvrouw van de CDA-fractie, liet zich direct na haar benoeming gelden. Ze trok taken naar zich toe en nam “eigengereide” beslissingen. Nog steeds komen in de verwijten de woorden 'formeel' en 'star' terug. H. Bruning, voormalig hoofd van de dienst bouw- en woningtoezicht, zegt: “Ik mag haar wel, maar ze is zo verrekte eigenwijs hè.”

Eén van de belangrijkste gebeurtenissen die op verzoek van de commissaris der koningin door de voormalig dijkgraaf mr. A.P. van den Berge als 'onafhankelijke derde' zal worden geanalyseerd, is de reorganisatie van het ambtelijk apparaat. Vanaf het begin heeft Vroegindeweij leiding gegeven aan die gevoelige en moeilijke operatie en al vrij snel liep de zaak vast. De medezeggenschapscommissie concludeerde dat er niet echt geluisterd werd. En zoals raadslid P. Langeraar (Protestants Christelijke Groepering) zegt, overheerste in dit moeilijke proces de houding van “je doet maar wat ik zeg”. Dit werd nog versterkt door het inhuren van een interim-manager die geheel op de lijn van de burgemeester opereerde.

Begin vorig jaar al zegde de medezeggenschapscommissie het vertrouwen op in Vroegindeweij. De ambtenaren zochten de publiciteit om de buitenwacht te laten weten wat er gaande was. De burgemeester knalde met de deuren, liet haar medewerkers op hoge toon weten hoe ze het zich had gedacht. Gemeentesecretaris Vonk, die onder de voorganger van Vroegindeweij zeventien jaar lang een rol van betekenis speelde, raakte gedesoriënteerd en wilde van de raad een beslissing: “Zij d'r uit of ik.” Vonk zit nu al tien maanden “situatief arbeidsongeschikt” thuis en weigert elk commentaar. Twee andere collega's meldden zich eveneens ziek.

Er is meer. De wijze waarop de burgemeester kort na haar benoeming huisvesting dacht te kunnen regelen voor zichzelf veroorzaakte een conflict dat landelijk de aandacht trok. De burgemeester koos de mooiste plek van Ter Aar, aan de rand van een park en een visvijver. Ze had pech, uitgerekend die plek had geen bouwbestemming. De verantwoordelijke wethouder H. Ruijgrok (VVD) wilde echter graag een uitzondering maken. Dat kwam hem op protesten van de bevolking te staan: er waren immers inwoners die al eerder hadden laten blijken juist op die plaats een huis te willen bouwen?

Vroegindeweij zette door en wilde het voorstel in de raad behandeld zien. Toen één van de wethouders met het oog op het persoonlijke belang dat de burgemeester had, haar vroeg de leiding over te dragen aan de loco-burgemeester, weigerde ze tot verbijstering van de raad. Provinciale Staten moesten er aan te pas komen om de nieuwbouw voor Ter Aar's eerste burger tegen te houden. Vroegindeweij ging mokkend op zoek naar een ander plekje. Pas in de loop van 1995, ruim twee jaar na haar benoeming, vestigde ze zich in het tuindersdorp. En het duurde niet lang of de roddels over de privé-relaties van de burgemeester begonnen. De inwoners bespraken wie er zoal bij haar over de vloer kwamen. De huwelijksproblemen van één der wethouders schreef men gemakshalve ook maar aan de eerste burger toe.

CDA-fractievoorzitter N. Jonker kent de roddels: “Op iedere verjaardag hoor je ze en even denk je: het zal toch niet waar zijn. Dat blijkt dan ook altijd het geval”. De motie van wantrouwen was volgens hem nodig omdat de burgemeester opnieuw een reorganisatiebureau wilde inschakelen: “We hebben ons de vraag gesteld of dat onder deze leiding wel zin had. Nee, vonden wij. Deze burgemeester kan mensen niet binden, ze versterkt juist de onderlinge verschillen”. Met de andere fractievoorzitters kwam Jonker tot de conclusie dat “het doen en laten van de burgemeester heeft geleid tot onherstelbaar verstoorde verhoudingen”.

Vorige maand leidde dat al tot een vertrouwelijk gesprek waarin namens de fracties het vertrouwen werd opgezegd. Een maand later kwam er op initiatief van de commissaris der koningin, J. M. Leemhuis-Stout, een gesprek over de crisis, waarin tot een onderzoek werd besloten. De fracties vonden het toen tijd worden een nog duidelijker signaal af te geven, hetgeen resulteerde in de raadsvergadering van 10 februari. Daarin besloot men de burgemeester alle niet wettelijke taken te ontnemen, hetgeen inhoudt dat ze de raad nog een tijdje mag voorzitten.

Van den Berge moet binnenkort de oorzaken van het conflict aangeven. Heeft alleen de burgemeester schuld? Jonker: “Het totale falen van dit bestuur kun je niet aan één persoon toeschrijven. Maar de burgemeester is de hele week in het gemeentehuis, de wethouders zijn parttime. En de zin 'hier wil ik niet meer over spreken' hebben we te vaak gehoord.” Ook de burgemeester vindt dat niet alles aan haar is te wijten. Nadat de raad vorige week maandag het vertrouwen in haar had opgezegd, schetste Vroegindeweij de politieke situatie bij haar benoeming: “Die was in meer dan één opzicht onstabiel.”

Daarbij werd ze gehinderd door de vroegere burgemeester, die zeventien jaar deze functie had vervuld en vervolgens de CDA-afdeling in de gemeente ging leiden. Korte tijd later knalde het college uit elkaar en volgden in vier jaar nog eens twee wisselingen. “Dat zijn er veel in korte tijd”, aldus Vroegindeweij. Maar ze wilde toch ook wel boete doen: “Ik ben te optimistisch geweest over de reorganisatie. (...) Ik heb niet altijd de verstandigste weg gekozen, ik ben niet altijd tactvol geweest”. Het inzicht kwam te laat.

    • Harm van den Berg