Patiënt moet huisarts eens wat meer met rust laten

Het budget voor de gezondheidszorg stijgt, afgezien van de extra kosten die de vergrijzing met zich meebrengt, jaarlijks met 1,3 procent. Dat is te weinig, vindt menigeen. Renée Braams en Robert Mol denken daar anders over. Een groot deel van de medische bemoeienis helpt niet of werkt zelfs averechts, vindt Braams, en kan dus beter achterwege blijven. Volgens Mol lijden veel patiënten aan chronische ontevredenheid en neemt de werkdruk onder medici onverantwoorde proporties aan. Bij een doelgerichte aanval op deze ontevredenheid vermindert vanzelf het beroep op medische zorg.

De medische consumptie neemt in Nederland zienderogen toe. Met name de huisarts, de poortwachter van de gezondheidszorg, staat onder toenemende druk. Oorzaken hiervoor zijn divers en lopen uiteen van de almaar hoger wordende verwachtingen van patiënten tot de niet aflatende stroom ministeriële proefballonnen en de voortdurende onzekerheid bij met name de grote groep bejaarden over het onduidelijke overheidsbeleid met betrekking tot bezuinigingen. De onrust hierdoor is groter dan menigeen denkt.

De Nederlandse huisarts is uitstekend opgeleid en kan zijn werk in een praktijk van gemiddeld 2.500 patiënten goed aan. Wat hij niet meer aankan, zijn de vele bureaucratische en administratieve beslommeringen waar hij mee te maken krijgt. Daar komt nog bij dat de huisarts zich 40 uur per jaar moet bijscholen, verplicht is tot farmaco-therapeutisch overleg en zich in computer- en automatiseringstechniek moet bekwamen.

Het komt er, samenvattend, op neer dat de druk op de huisarts onevenredig toeneemt en dat het werk eigenlijk alleen nog is vol te houden door de echte workaholic. Maar die sterft uit. Niet voor niets neemt het aantal huisartsen dat in deeltijd werkt zo snel toe.

Hoe valt deze negatieve spiraal van toenemende werkdruk, groeiende irritatie, stijgende kans op fouten en uitgeblust rakende huisartsen te doorbreken? Ik geef enkele aanzetten.

Eén. Er moet meer innerlijke tevredenheid komen bij de patiënt. De meest eenvoudige en efficiënte oplossing is alle ontevreden Nederlanders gedurende drie maanden uit te zenden naar de tropen en hen daar te laten werken (en uiteraard wonen). Na terugkomst zal een klein percentage door een tropische ziekte voor tijdelijke werkdrukverhoging zorgen. De huidige medicijnen ter genezing van deze ziekten zijn gelukkig goed. Ik schat dat echter de helft van de mensen terugkeert in het besef dat we het in Nederland zó goed hebben, dat ze de huisarts minder vaak zullen bezoeken omdat ze een stuk tevredener zijn geworden.

Twee. Ik adviseer al mijn patiënten persoonlijk één uur per week te ontspannen op een voor hen eigen prettige wijze. Per slot van rekening is er in Nederland voor elk wat wils. Helaas liep een buitenlandse patiënt door dit advies een kniefractuur op tijdens een cursus 'fietsen voor beginners'. Een kankerpatiënte bleek echter veel emotionele baat te hebben van een schildercursus en overleefde alle overlevingsverwachtingen van haar medische specialist, die haar had durven aanraden haar auto alvast te verkopen.

Drie. Roken en drinken mag, zij het met de bekende mate. Ik zag veel patiënten die met roken waren gestopt met overgewicht terug op het spreekuur. Ik adviseer in de tuin of op het balkon te roken. Dit krijgt veel bijval van familie en vrienden en leidt vaak tot spontane vermindering van de tabakconsumptie. Sommigen stopten zelfs helemaal.

Vier. Het advies: 'doe het eens met wat minder haast' leidt tot aardig resultaat. De vertegenwoordiger leerde dat hij die 150 kilometer per uur niet meer nodig had, de bejaarde gaf toe dat het wachten in een rij ook zijn leuke kanten heeft en de altijd hoge-bloeddrukpatiënt zag in dat de wekelijkse afspraak met zichzelf prima ontspanning bood en veel energie gaf.

Vijf. Het 'delen van de verantwoordelijkheid' tussen huisarts en patiënt leidde tot nu toe tot verminderd medicijn-gebruik en toenemende tevredenheid van de patiënt, die daarbij aangaf dat hij zich beter voelde dan voorheen.

Zes. Het met overtuigingskracht voorschrijven van homeopathische middelen leidt tot mooie resultaten. De overheid moet er naar streven over vijf jaar bejaarden voor de helft homeopathische middelen te laten gebruiken. Zo kunnen veel ziekenhuisopnamen ten gevolge van bijwerkingen van de huidige chemische middelen worden voorkomen.

Zeven. Medewerkers in de gezondheidszorg moeten worden verplicht efficiënt, effectief en evenwichtig te werken en heldere adviezen aan patiënten te verstrekken.

Acht. Er moet veel minder gesold worden met patiënten. De vroegere nonnen komen niet meer terug, maar hun liefde voor de zieke mens kan wel terugkeren. Patiënten zullen dan sneller beter worden en zich ongetwijfeld ook veel tevredener voelen.

Negen. Verzekeraars moeten minder 'recht-toe-recht-aan' denken. Er leiden anno 1997 meer wegen naar Rome. Een inlegzooltje via een podologe à 150 gulden per paar helpt vaak meer dan dure consulten bij specialisten die al te dikwijls eindigen met: 'u zult er mee moeten leren leven'. En wat te denken van mijn prostaatkankerpatiënt met slikklachten ten gevolge van algehele uitputting die geen vitaminedrank vergoed kreeg omdat hij geen slokdarmafwijking had. Toen hij overleden was, kreeg ik van zijn ziekenfonds de boodschap dat deze drank alsnog vergoed werd.

Tien. Er moet, ten slotte, snel overleg plaatshebben tussen de overheid en de mensen uit de praktijk (huisartsen, specialisten, wijkverpleegkundigen, fysiotherapeuten, tandartsen, apothekers, dokterassistenten, verzekeraars én patiënten). De vertegenwoordigers van deze beroepsgroepen kan de overheid beter overslaan, want zij zijn theoretisch denkende bureaucraten in dure pakken, die vaak achter de praktische feiten aanlopen.

Met de praktijkwerkers zal een bezuinigingsdoel opgesteld moeten worden. Van hieruit kan de patiënt op duidelijke wijze worden uitgelegd en voorgelicht over zijn aandeel hierin. Ik weet zeker dat de eerste klap een daalder waard is indien deze werkgroep de Nederlander duidelijk kan maken dat hij net zo voor zijn eigen lichaam moet zorgen als hij voor zijn auto en/of huisdier zorgt.

Tevens zal er gestreefd moeten worden naar minder verantwoordelijkheid bij de artsen. Ik voorspel dat een gelijkwaardige verdeling van deze verantwoordelijkheid (arts-patiënt = fifty-fifty) de hoeksteen vormt voor een daadwerkelijke bezuiniging. Ik weet bijna zeker dat verdere bezuinigingen hierdoor helemaal niet meer nodig zijn.

Minister Borst heb ik op 4 december 1996 geschreven dat haar huidige beleid leidt tot een snelle uitputting van het huidige, uitstekend opgeleide medische kader. Een antwoord op deze brief moet ik nog ontvangen.

    • Dr. R. Mol
    • Robert Mol