Onder voorwaarden; Borst akkoord met IVF voor draagmoeders

DEN HAAG, 18 FEBR. Minister Borst (Volksgezondheid) gaat akkoord met draagmoederschap waarbij het kind door middel van in-vitrofertilisatie (IVF) is verwekt. Voorwaarde is wel dat de toekomstige moeder, de 'wensmoeder', om medische redenen niet in staat is zelf een kind te dragen.

Dit schrijft Borst aan de Tweede Kamer als reactie op het advies van de Gezondheidsraad dat vorige week werd gepubliceerd. Volgens de minister zijn er geen redenen om nog langer onderscheid te maken tussen draagmoederschap waarbij de draagmoeder door de 'wensvader' is bevrucht en draagmoederschap waarbij de vrucht na in-vitrofertilisatie bij haar is ingeplant. De eerste vorm was al langer toegestaan. Uitbreiding van het ideëel draagmoederschap (commercieel draagmoederschap blijft verboden) met de toepassing van IVF ziet Borst als 'verantwoorde hulpverlening'. Mogelijke handel in eicellen, de reden om tot dusver het IVF-draagmoederschap te verbieden, verwacht de minister door aanpassing van de wet tegen te kunnen gaan.

Borst volgt in haar brief grotendeels het standpunt van de Gezondheidsraad. Maar waar de raad adviseert draagmoederschap door middel van IVF toe te staan als zaadcel en eicel van de toekomstige ouders (de 'wensouders') afkomstig zijn, stelt de minister deze eis niet. In haar brief signaleert zij enkel dat het dikwijls wel om een “volledig eigen genetisch kind” van de 'wensouders' zal gaan.

Voordat van Borst met de IVF-behandeling mag worden begonnen dient er aan een aantal eisen te worden voldaan. De behandelende arts moet in een protocol vastleggen dat in elk geval de 'zorgvuldigheidseisen' zijn gehanteerd die zij in haar brief noemt. Zo moet er een medische indicatie zijn (de baarmoeder van de 'wensmoeder' functioneert niet goed of zwangerschap schaadt moeder en/of kind) en dient de draagmoeder een of meer levende kinderen te hebben en haar eigen gezin als 'voltooid' te beschouwen. Daarnaast moeten zowel 'wensouders' als draagmoeder “adequaat” worden voorgelicht over de mogelijke risico's en problemen die kunnen optreden. In zijn advies pleit de Gezondheidsraad voor meer wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van IVF. Daarover is nog maar weinig bekend. Dit geldt zowel de effectiviteit van de techniek als de kinderen die uit een IVF-zwangerschap zijn geboren.

Borst kondigt in haar brief aan dit najaar in een wet alle problemen rond kunstmatige bevruchtingstechnieken, zoals het gebruik van embryo's die bij de behandeling overblijven, te regelen.