Nieuwe voorstelling Pina Bausch vrolijk en vol subliem gekozen muziek; Skiën op een bloemenheuvel

Ein Stück von Pina Bausch door Tanztheater Wuppertal. Enscenering: Pina Bausch. Gespeeld door 23 groepsleden. Gezien: 15/2, Opernhaus, Wuppertal. Nog te zien: onbekend. Inl. 0049-2094097200.

WUPPERTAL, 18 FEBR. Was het toneel in Nelken bezaaid met roze anjers, in de nieuwe voorstelling van Tanztheater Wuppertal met de eeuwige werktitel Ein Stück von Pina Bausch bepalen vuurrode (kunst-)bloemen het beeld. Vaste decorontwerper Peter Pabst plaatste links van het toneel een met de bloemen bedekte heuvel, die op gezette tijden aan de wandel gaat. Tot aan de rand van het toneel komt het gevaarte soms, waarna het weer met man en macht in de oude positie wordt teruggeduwd. De bloedrode bult wordt regelmatig met uit de hemel dwarrelende bloemen verder verhoogd.

De vertrouwde werktitel geeft aan dat deze voor de Hong Kong Arts Festival Society gemaakte voorstelling nog lang niet af is. Veiligheidshalve had ik besloten niet naar de première maar pas naar de vijfde voorstelling te gaan kijken: een vergeefse maatregel, want Bausch had de vier voorgaande voorstellingen geschrapt waardoor de vijfde alsnog de première werd. Het decor schuift nog niet goed, het geduw en getrek door technici gaat ongetwijfeld verdwijnen. Ritme, lengte (nu drie uur) en structuur van de voorstelling liggen ook nog lang niet vast en uiteraard zal er opeens een definitieve titel zijn: eigenlijk pas dan moet men gaan kijken.

Anderzijds is ook een nog in de grondverf staande produktie van Bausch al ruimschoots het bekijken waard; het Opernhaus in Wuppertal was dan ook tot de nok toe gevuld, afgelopen weekend, met een als vanouds gemengd publiek. Op Bausch komen zowel krakers als villabewoners af. Eind jaren zeventig doorbrak ze met haar eerste montagevoorstellingen tot verwarring van zelfs de meest geoefende toeschouwer alle theatercodes - sindsdien hebben theatermakers, choreografen en publiek overal ter wereld haar taal leren spreken en verstaan. Bausch is een momentum in de theatergeschiedenis, zoals Racine, Shakespeare en Beckett dat zijn.

Haar werk is gemeengoed geworden en het lijkt haar niet te deren. De nieuwe voorstelling is louter onderhoudend, zelfs de voorheen altijd zo somber voorgestelde relatie tussen man en vrouw wordt overheerst door vrolijkheid. Speler na speler komt opgewekt een kunstje laten zien, zelfs een variant op water naar de zee dragen - met een bekertje van de ene emmer in de andere, waarna het water weer wordt teruggestort - voltrekt zich in opperbeste stemming. Ook de als een stormram gebruikte vrouw lacht als ze weer op haar voor Bausch karakteristieke naaldhakken wegwankelt: de sfeer is volledig in overeenstemming met de als immer luchtig om de benen zwaaiende zomerjurken van de vrouwen.

Er is een speler die naar symphatie haakt en rennend koffie en thee ronddeelt, ook aan het publiek, er is de vrouw met rokersstem die woedend dichtregels van Nobelprijswinnares Wislawa Szymborska citeert (Es gibt ein Mann / Und er liebt mich...), oudgediende Jan Minarik skiet van de bloemenheuvel en wankelt over een enkele ogenblikken boven het toneel hangende loopbrug, een man rolt zich gedurig over de grond richting hooggehakte vrouwenvoeten, Aziatische vrouwen zingen oriëntaals getoonzette liedjes en er is veel, subliem gekozen muziek uit alle windrichtingen.

Dans is er ook, even abrupt beginnend als afgebroken. Dominique Mercy opereert als eenling in dramatische soli, Mechtild Grossmann hinkt rond met kromme armen als vleugels en eindigt steeds met een aan gebarentaal herinnerend dansje-op-de-plaats. Het mooiste vind ik een zittend uitgevoerde reidans op boogie-woogie klanken, door het hele ensemble. Armen wieken zijwaarts als roeispanen, handen slaan tegen elkaar en op de knieën, de hoofden maken een rukje naar links, de lippen krullen in malicieuze glimlachen. Het is een wonder hoe Bausch zo'n intermezzo vanaf de eerste seconde meeslepend maakt.