Ingewikkelde wetgeving is oncontroleerbaar en fraudegevoelig; Milieubeweging: mestbeleid slap

Ondanks de varkenspest houdt de Tweede Kamer morgen een tweede ronde van het mestdebat. De milieubeweging vreest dat de coalitie en het CDA veel water in de wijn zullen doen.

DEN HAAG, 18 FEBR. In januari tijdens de eerste ronde over het mestbeleid tot 2008 dat morgen wordt voortgezet, zorgde de VVD'er P. Blauw voor enige hilariteit in de Tweede Kamer. Blauw stelde voor om tot het jaar 2000 te werken met “0-heffingen” voor boeren die de mestnormen overschrijden. Zijn D66-collega P. Ter Veer vroeg hoe dat dan bij rijden door rood licht moest als er een boete werd gegegeven van 0 gulden. Maar zo had Blauw het niet bedoeld. “In de tussentijd is er de mogelijkheid om met het landbouwbedrijfsleven tot sluitende afspraken te komen over de uitvoering van het beleid.”

De stichtig Natuur en milieu ziet in Blauws “neiging tot zwabberen” het bewijs dat het mestbeleid staat voor “het verslappen van de normen en voor tijd rekken. Het is niet efficiënt, niet effectief en niet stimulerend.”

Het beleid vanaf het moment dat de CDA-minister G. Braks van Landbouw in 1984 kwam met de interimwet om aan de ongebreidelde groei van de sector en daardoor aan het mest- en milieuprobleem paal en perk te stellen, wordt gekenmerkt door pappen en nathouden en door wankelmoedigheid. Parlementair redacteur Frits Bloemendaal van het Agrarisch Dagblad schrijft in het fascinerende boek Het mestmoeras: “Ondanks een verstikkend woud aan regels is de mestwetgeving tot op heden geen moment hanteerbaar en handhaafbaar geweest en zal dat in de eerstkomende jaren ook niet zijn.” Het is door de ingewikkeldheid ook geen moment controleerbaar geweest. Daardoor zijn er mogelijkheden te over om er een loopje mee te nemen. Een varkensboer die aanwezig was tijdens het eerste deel van het mestdebat in de Tweede Kamer: “Hoe meer formulieren, hoe meer kansen we hebben om te boycotten”. CDA'er R. van der Linden zei: “Dit wetsvoorstel is uiterst ingewikkeld, oncontroleerbaar en fraudegevoelig.”

Inzet van de volgende fase van de mestwetgeving is de invoering van het mineralenaangiftesysteem (MINAS). Het komt in de plaats van de mestboekhouding: een individuele tegenover de tot dusver generieke aanpak.

In het MINAS houdt elke boer bij hoeveel mineralen er zijn bedrijf met het voer binnenkomen en hoeveel er in de mest weer verdwijnen. Op het teveel aan mineralen moet hij een heffing betalen. Boeren die onder de norm blijven krijgen wellicht een beloning. Over de hoogte van de heffingen en de premies is nog niets bekend. In het wetsvoorstel wordt over een fosfaatheffing van 20 gulden per kilo gesproken, maar de PvdA is bereid voorlopig met de helft genoegen te nemen. De boeren zijn bang dat ze bij te lage normen, uitgedrukt in fosfaat en stikstof, met teveel mest blijven zitten waarover ze dan heffingen moeten betalen. Bovendien denken ze dat dan de vruchtbaarheid van de bodem in gevaar komt.

Natuur en Milieu stelt in een memorandum dat uitstel van de heffingen tot na 2000, zoals VVD en CDA willen, of verlaging, zoals de PvdA voorstaat, betekent dat er ongeveer 12 miljoen kilo fosfaat en 25 miljoen kilo stikstof meer in het milieu terechtkomt dan de bedoeling is. In 1995 gingen 170 miljoen kilogram fosfaat, 537 miljoen kilogram stikstof en 94 miljoen kilogram ammoniak verloren wat wil zeggen dat ze niet dienden voor het welig laten groeien van gewassen.

“VVD, CDA en PvdA hebben de chantage door het dreigen met boycots door de boeren beloond”, meent de stichting. De nu nog gehanteerde mestboekhouding leidde er toe dat boeren een inval deden in het Bureau Heffingen in Assen en er delen van de administratie stalen, hun heffingen niet betaalden en deurwaarders, die alsnog de centen probeerden op te halen, intimideerden. Voor de volgende fase van het mestbeleid kondigden ze al een nieuwe boycot aan. De animo daarvoor zou bijzonder groot zijn: één op de drie varkens- en melkveehouders wil er volgens een enquête van De Boerderij aan mee doen.

Want de boeren zijn 't zat. Zo heet een van de actiecomité's. De twee andere heten “Wij zullen doorgaan” en “Wij willen toekomst.” Tijdens het debat in januari waren ze in groten getale op de publieke tribune van de Kamer aanwezig. Ook morgen zal vermoedelijk weer een groot aantal acte de présence geven.

In de Milieubalans 1996 van het Rijkinstituut voor volksgezondheid en milieu staat dat Nederland wat betreft de aanwending van de hoeveelheden meststoffen en de emissie van ammoniak per vierkante kilometer het meest vervuilende land van Europa is. Volgens Natuur en milieu is de jaarlijkse schade door mest en ammoniak minstens 400 miljoen gulden en kan die bij ongewijzigd beleid in 2015 oplopen tot 2 miljard gulden.

“Het vorige kabinet”, aldus Natuur en milieu, “wilde dat de boeren in 2000 net zoveel mest zouden toedienen als de gewassen kunnen opnemen plus 5 kilogram verlies per hectare. Dit kabinet daarentegen wil een zeven maal zo groot fosfaatverlies aan het milieu in 2000 toestaan en een stikstofnorm die 2 tot 3 keer te hoog is voor de EU-norm voor schoon grondwater.” Er wordt gewaarschuwd voor een stevige schrobbering van de Europese Commissie omdat de nitraatrichtlijn, anders dan in Duitsland en Denemarken, op geen stukken na wordt gehaald. Die richtlijn bepaalt dat uiterlijk in 1999 niet meer dan 210 kilogram stikstof per hectare uit dierlijke meststof mag worden toegediend en uiterlijk 2003 niet meer dan 170 kilo. In Nederland mag dat in 1998 nog 330 kilogram stikstof en 40 kilogram fosfaat zijn. Hogere normen zijn weliswaar toegestaan op voorwaarde dat het doel, maximaal 50 milligram nitraat in het ondiepe grondwater, wordt gehaald. Zoniet dan volgt een fikse boete. Dat het ook anders kan bewijst het feit dat nu al 30 procent van de biologische boeren onder de 5 kilogram fosfaat zit en 240 traditionele proefbedrijven al op gemiddeld 37 kilo zitten. “Dat toont aan dat de boeren”, aldus Natuur en milieu, “die stellen dat ze aan aan de lage verliesnorm niet kunnen voldoen, onjuiste informatie geven.”

Als de mestwetgeving ernstig wordt afgezwakt overweegt Natuur en milieu juridische acties en het geven van adviezen aan Nederlandse en Duitse consumenten om milieuvriendelijke zuivel- en vleesprodukten te kopen. Verder wil de stichting dan haar medewerking aan de regionale mestplannen opzeggen. Die plannen houden in dat de veehouders dusdanige maatregelen nemen dat aan de normen wordt voldaan. Zoniet dan moeten ze na 2001 hun bedrijven inkrimpen.