God noch gebod op de drugstrein

De NS probeert het imago van de door drugstoeristen gebruikte nachttrein tussen Parijs en Amsterdam te verbeteren. Maar op de 'runners' die de drugstoeristen bevoorraden, maakt dat geen indruk. De conducteur: “Zij hebben hier de macht.”

PARIJS/AMSTERDAM, 18 FEBR. Tegen het ochtendgloren nadert de trein station Rotterdam CS: tijd voor wat klantenwerving. Saïd (19), zwarte leren jas, baseball-petje en Nike-air gymschoenen, inspecteert in hoog tempo de coupés. In een tweede-klaswagon staat bij het raam een jonge Fransman met een paardestaart. “Vous cherchez quelque chose, mon cousin?”, fluistert Saïd in gebroken Frans. Hij is één van de drugsrunners die op deze nachttrein hun brood verdienen. Ze hebben nooit drugs bij zich en altijd een treinkaartje. Niemand kan ze iets maken. Zaken doen ze later, in een Rotterdams drugspand.

De sfeer op de nachttrein is veel beter geworden, zegt Karin Bax, manager van de beruchte route Parijs-Amsterdam-Parijs, treinen 288/289. “We krijgen nauwelijks nog klachten van conducteurs of passagiers over diefstal en overlast.” Ondanks de concurrentie van de snellere en modernere Thalys, nemen jaarlijks nog 130.000 reizigers de nachttrein, zegt NS-medewerkster Bax. Maar de trein stak de afgelopen jaren door de overlast van het drugstoerisme zo negatief af tegen andere internationale routes, dat de NS afgelopen voorjaar besloten maatregelen te nemen. De spoorwegpolitie patrouilleert in de trein tussen Roosendaal en Rotterdam nu één week in de maand.

De Franse conducteur van de couchette-wagen merkt weinig van de “verbeterde sfeer”. “We hebben veel last van diefstal van junks die geld bij elkaar moeten krijgen om in Nederland drugs te kopen”, verzucht hij. Met twee collega's is hij het enige gezag op de nachttrein, die gemiddeld circa 200 reizigers vervoert. “We kunnen niet overal tegelijk zijn. Maar het is ook niet onze taak om voor politie te spelen.” Telkens als een eerste-klaspassagier naar de wc gaat, doet de conducteur de deur van zijn coupé op slot. Ook de deuren naar de tweede-klaswagons vergrendelt hij. Op de gang staan zes dronken Amerikanen te lallen in plassen bier. Een wagon verderop zingen Franse skinheads luidruchtig een lied.

De nachttrein tuft voort langs nationale grenzen, wetten en zeden. Bij elke grens geldt een nieuw gezag. De enigen die in deze internationale capsule van begin tot eind verantwoordelijkheid dragen, zijn de drie Franse conducteurs. Maar de kleine donkere man die de kaartjes knipt, zegt slechts één zorg te hebben: “dat Jezus komt”. Op de stoelen proberen mannen te slapen, vrouwen zijn er nauwelijks.

Ter hoogte van Compiègne strompelt een Franse man op blote voeten uit zijn couchette het conducteurscoupeetje binnen. “Waarom moet ik eigenlijk mijn paspoort inleveren?” roept hij. “Sinds Schengen zijn er toch geen grenzen meer?” Frankrijk heeft zo zijn eigen methode om vat te krijgen op de ongerechtigheden die de grens over komen, legt de conducteur uit. De Franse douane komt bij de grens de trein in om paspoorten met politiebestanden te vergelijken, zegt hij, de Europese afspraken over opheffing van de persoonscontrole ten spijt. “Vooral reizigers die in twee dagen op en neer gaan van Zuid-Frankrijk naar Amsterdam zijn verdacht”, zegt de conducteur, terwijl hij de paspoorten en treinbiljetten op een tafeltje uitstalt.

Voor de camera's kuste de Franse minister van Justitie, Toubon, onlangs in Noordwijk zijn Nederlandse collega Sorgdrager. De Nederlands-Franse ruzie over verschil in drugsbeleid leek te zijn beslecht. Maar in de trein Parijs-Amsterdam blijkt dat het water nog altijd naar het laagste punt stroomt: hier zitten veel Fransen die in het liberale Nederland inkopen gaan doen. Neem de musici Adelina (22) en David (23). Ze zitten zich in een tweede-klascoupé te verheugen op een weekendje blowen in Amsterdam. “Van de stuff die we in Parijs kopen, worden we ziek”, zegt Adelina. David laat zien wat er met hem gebeurt als hij een Franse joint rookt: bewegingsloos ligt hij lang uit, mond open, nek naar rechts geknakt. “In Nederland weet je dat je goed spul krijgt en je wordt tenminste met rust gelaten”, zegt hij. “Als je twee gram hasj op zak hebt krijg je in Frankrijk al een jaar gevangenisstraf of ben je je baan kwijt”, zegt Adelina.

Drugsrunners Saïd en Ali (23), die bij Roosendaal in actie komen, halen voor softdrugs hun neus op. Het levert niets op, heroïne en cocaïne lopen veel beter. Vanochtend is een slechte ochtend; klanten zijn er nauwelijks. Maar het laat hun koud, ze hebben geld genoeg. In een goede maand zetten Ali en Saïd zo'n 20.000 gulden om. Ze hebben geen drugs op zak, hun jaszakken staan wel bol van de treinkaartjes. “Die betrap je niet zonder kaartje”, zegt een NS-conducteur die bij Roosendaal is ingestapt. Hij komt de jongens dagelijks tegen, maar kan niets ondernemen. “Ze pesten ons ook nog”, zegt hij bitter. “Ze laten treinkaartjes zien van gisteren en hebben na lang zoeken dan toch het juiste kaartje. Zij hebben hier een machtspositie, de staat laat dat toe.” De conducteurs kunnen alleen iets doen als een passagier klaagt, maar dat gebeurt nooit. “Die jongens weten precies wie ze moeten aanspreken.”

Om de extra patrouilles van de Spoorwegpolitie moet Saïd lachen. “Ze maken mij nooit iets”, zegt hij. Samen met zijn collega Ali huurt hij voor 950 gulden in de maand een pand in Rotterdam-West. Daar nemen ze klanten uit de trein mee naartoe. Ali vindt de spoorwegpolitie niet veel hinderlijker dan 'muggen', zegt hij. “In Marokko hoef je echt niet te proberen om in drugs te handelen”, zegt hij.

“Ha, daar heb je Robert”, zegt Saïd, als ze, eenmaal in de hal van Rotterdam CS, een spoorwegpolitie-agent passeren. “De politie weet alles, maar doet niets”, zegt hij lachend. De tactiek van Ali en Saïd: “Geen herrie maken en af en toe van pand wisselen.” De heroïnehandel bevalt beter dan kranten bezorgen. “Als je spaart heb je in één jaar een huis en een auto bij elkaar.” Ali wil als hij twee miljoen gulden bij elkaar heeft naar Marokko om te trouwen.

Af en toe patrouilleren en de overlast “beheersbaar” maken, is het enige dat de politie kan doen, zegt M. Coers, woordvoerder van de spoorwegpolitie. “De politie kan de drugsrunners ontmoedigen, maar hun praktijken niet bestrijden.” Een mede-passagier aanspreken is niet verboden en zolang de runners geen drugs op zak hebben, zijn ze niet strafbaar. De spoorwegpolitie bestrijdt de overlast in de trein, onderstreept Coers, niet de drugshandel zèlf “dat zou een utopie zijn”. Saïd begrijpt niet dat de politie hen maar laat begaan. “Als ik agent was, zou ik alle drugscriminelen in de gevangenis smijten.”

Route-manager Bax van de nachttrein 288/289 zegt in een reactie dat nieuwe maatregelen nodig zijn om de veiligheid op de trein te verbeteren. “Juridisch kun je weinig, we gaan bekijken wat praktisch haalbaar is.”