De onderhandelaars gaan meestal eerder naar huis dan gepland; Twijfel over haalbaarheid van tijdschema voor toekomst EU

De agenda is in dit voor Europa cruciale jaar zo overvol, dat de spanning toeneemt over de vraag of alles wel op tijd afgewerkt kan worden. Tot juli onder Nederlands voorzitterschap en het tweede halfjaar onder Luxemburgse leiding moet de Europese Unie over zoveel zaken overeenstemming zoeken, dat het moeilijk voorstelbaar is dat dit lukt.

BRUSSEL, 18 FEBR. De de onderhandelingen over de toekomst van de Europese Unie staan onder grote tijdsdruk. Dat heeft onder andere te maken met verkiezingscampagnes volgend jaar in Duitsland en Frankrijk, waarbij Kohl - als hij nog meedoet - en Chirac niet door Europese problemen gestoord willen worden.

De twijfel die intussen is ontstaan over het vastgelegde tijdschema geldt zelfs de Economische en Monetaire Unie (EMU), waarvan de Europese staats- en regeringsleiders bij het Verdrag van Maastricht (1992) besloten dat deze uiterlijk in 1999 moet beginnen. De bankbiljetten voor de gemeenschappelijke munt, de euro, zijn al ontworpen en in juni worden naar verwachting de door een jury geselecteerde ontwerpen voor de muntstukken gepresenteerd. Volgend voorjaar moet besloten worden welke landen hun economieën zover op orde hebben dat zij als eerste zullen toetreden tot de EMU.

De afgelopen maanden begonnen veel speculaties de ronde te doen, die naar verwachting zullen aanhouden tot de dag dat het laatste besluit over de EMU valt. Die betroffen allereerst de vraag of de EU-lidstaten zich wel aan de vastgestelde normen voor toetreding tot de EMU gaan houden. De veronderstelling dat uit politieke overwegingen soepel met cijfers valt om te gaan, werd gevoed door een besluit van het bureau voor de statistiek, Eurostat, en de Europese Commissie om een door velen als boekhoudkundige truc beschouwde constructie in de Franse begroting te aanvaarden.

Onder de indruk van economische problemen en stijgende werkloosheidscijfers in Duitsland en Frankrijk wordt nu echter steeds vaker de mogelijkheid geopperd dat de invoering van de gemeenschappelijke munt wordt uitgesteld. Tijdens een aperitief dat de Britse premier, Major, onlangs in aanwezigheid van een select gezelschap Europese ondernemers in een Brussels hotel gebruikte, viel iemand die op uitstel van de EMU gokte niet uit de toon. Dat was het geval ondanks het feit dat veel ondernemers geen sympathie hadden voor de Britse houding in de EU. Maar officieel wil geen regeringsleider of minister van Financiën iets van zulke speculaties weten.

De twijfels of de zogeheten Intergouvernementele Conferentie onder leiding van staatssecretaris Patijn van Buitenlandse Zaken volgens plan in juni afgerond kan worden met een verdrag worden openlijker geuit. Zolang de Britse verkiezingen - die nog voor het eind van deze conferentie moeten worden gehouden - niet achter de rug zijn, is er in Londen geen regering om akkoorden te sluiten. De enkele weken die tussen die verkiezingen en de top van Amsterdam zitten, zouden voor de complexe onderhandelingen onvoldoende zijn.

Dat zeggen diplomaten maar ook Biagio de Giovanni, een Italiaans lid van de socialistische fractie in het Europese parlement, die zich als voorzitter van de commissie voor institutionele zaken inspant om parlementaire invloed op het onderhandelingsresultaat te krijgen. Hij veronderstelt dat een nieuw verdrag niet eerder dan in oktober gereed zal zijn. De eensgezindheid die bereikt moet worden voordat wijziging van de verdragsteksten van de EU mogelijk is, beperkt de kans op ingrijpende veranderingen nog meer. Wat dat betreft is de voorzichtige houding van Nederland, dat als huidig voorzitter van de EU nadrukkelijk vermijdt grote verwachtingen te stimuleren, meer dan alleen uit de ervaringen tijdens het vorige voorzitterschap verklaarbaar. Toen liepen Nederlandse ambities bij de voorbereiding van het Verdrag van Maastricht tijdens 'zwarte maandag' hopeloos op de klippen.

Hoewel de lijst van onderwerpen die zij moeten bespreken indrukwekkend lang is en de meningsverschillen vele, gaan de onderhandelaars over de wijziging van het Verdrag van Maastricht de laatste tijd meestal eerder naar huis dan gepland was. Ze kunnen doorpraten over zaken als defensie, buitenlands beleid, justitie, bestrijding van werkloosheid, belastingproblemen, de verhouding tussen grote en kleine lidstaten van de EU en de toekomstige positie van Europese Commissie en Europees Parlement. Maar er kunnen geen knopen doorgehakt worden.

Bijeenkomsten van de voorzitter van de onderhandelingen, Patijn, met Brusselse journalisten verlopen volgens een vast ritueel. De staatssecretaris zegt dat vertegenwoordigers van alle lidstaten van de Europese Unie onder zijn voorzitterschap belangwekkende besprekingen hebben gehad. Ze zijn het weliswaar nergens over eens geworden, “maar ik ben niet pessimistisch”.

Dat er nog weinig resultaten zijn geboekt is niet alleen te wijten aan het wachten op Britse verkiezingen. Landen als Denemarken en Zweden delen op veel punten de afkeer van de huidige Britse regering voor verdere integratie. Ze zijn evenmin enthousiast over sommige klaroenstoten waarmee Frankrijk en Duitsland van tijd tot tijd de partners proberen te stimuleren. Vorig jaar gebeurde dat met een Frans-Duits voorstel over de zogeheten flexibiliteit, die groepen landen de mogelijkheid moet geven op specifieke gebieden sneller te integreren dan andere. Dat liet zoveel ruimte aan uiteenlopende opvattingen, dat zelfs specialisten niet begrepen wat er precies mee bedoeld werd. Binnenkort willen Frankrijk en Duitsland met een gezamenlijk voorstel komen voor een zogenaamde Europese justitiële ruimte ter bevordering van de bestrijding van terrorisme, criminaliteit en ook drugshandel.

De Europese agenda bevat nog veel meer dan de EMU en de herziening van het Verdrag van Maastricht. De voorbereiding moet beginnen van de onderhandelingen over de toetreding tot de EU van de landen in Midden- en Oost-Europa. Er moet een antwoord worden gevonden op de Amerikaanse druk om de Baltische landen in de EU op te nemen ter compensatie van het feit dat de NAVO hen in ieder geval nu nog niet wil. Tegelijkertijd is Amerikaanse hulp nodig om iets te doen aan de Grieks-Turkse conflicten in de Egeïsche Zee en aan het probleem-Cyprus. Die zaak kan niet worden uitgesteld omdat Cyprus net als de andere kandidaten voor lidmaatschap van de EU is toegezegd dat onderhandelingen een half jaar na de herziening van het Verdrag van Maastricht zullen beginnen.

Is het cruciaal voor Europa dat de hele agenda op tijd wordt afgewerkt? De Duitse bondskanselier Kohl opperde in oktober de mogelijkheid dat op een herziening van het Verdrag van Maastricht nieuwe verdragswijzigingen zullen volgen. Toen zijn woorden werden uitgelegd als een verwachting dat de huidige onderhandelingen zullen mislukken, protesteerde hij. Hij zei slechts bedoeld te hebben dat het niet te verwachten is dat over een nieuwe verdragstekst altijd tevredenheid zal bestaan.

Tijdens een Duits-Italiaanse discussie in Rome werd dat onlangs van Duitse kant aangescherpt: onafhankelijk van het resultaat van de komende verdragsherziening, zal er na de invoering van een gemeenschappelijke munt onvermijdelijk opnieuw behoefte ontstaan om over wijziging van het verdrag te praten. Voor Duitsland, in het bijzonder voor Kohl, is de EMU ten slotte geen einddoel, maar een middel om politieke integratie te bewerkstelligen.

Het gaat dit jaar niet alleen over cruciale beslissingen voor de Europese Unie. Het gaat vooral ook om een poging om iets te veranderen aan de Europese machtsverhoudingen. Dat past in een oude Europese traditie. “Der Zug fährt weiter”, zei Kohl in december tevreden in Dublin toen een Frans-Duits conflict over de EMU was bezworen. Hij wil Duitsland steviger in West-Europa verankeren en een snelle uitbreiding van de EU naar het oosten. De Franse president Chirac straalde ook van tevredenheid. Hij benut maximaal de Franse capaciteit om na het verliezen van een slag niet op te geven, in de hoop uiteindelijk de oorlog te winnen. Frankrijk wil meer politieke zeggenschap in Europa en moet daarvoor allereerst overeenstemming vinden met Duitsland. Parijs is bereid de onafhankelijkheid van de toekomstige Europese Centrale Bank geheel te erkennen en gaat vervolgens toch door met het zoeken naar middelen om direct of indirect politieke invloed op die bank te kunnen uitoefenen.