De luchtbel

DE BEURSKOERSEN breken het ene record na het andere. Onverschrokken gaan de graadmeters omhoog, in New York is de Dow Jones-index door de grens van 7.000 punten, in Amsterdam de AEX door die van 700 punten gebroken. En nog is de euforie niet voorbij: de week begon met een nieuwe recordsprong in Amsterdam. Dit lijkt geen euforie meer, maar een ontkenning van de zwaartekracht.

De effectenbeurzen worden wereldwijd opgestuwd door een combinatie van gunstige factoren. Een vloedgolf van geld beweegt zich in de richting van de beurzen, aangemoedigd door de lage rente, de stijgende dollar en de robuuste economische vooruitzichten. Grote ondernemingen hebben enorme herstructureringen achter de rug of zijn daar volop mee bezig. De elektronische revolutie vertaalt zich in steeds goedkopere communicatiemogelijkheden en versnelt het economische integratieproces. De inflatieverwachtingen zijn laag, de monetaire autoriteiten hoeven vooralsnog niet naar het rentewapen te grijpen.

Dit zijn allemaal gunstige factoren voor hogere aandelen- en obligatiekoersen. Voor effectenbezitters heeft dat een welvaartsverhogend effect. Dat zijn niet alleen de grote institutionele beleggers zoals de pensioenfondsen, maar ook particuliere beleggers. Er heeft, althans op papier, een reusachtige vermogensoverdracht plaats naar kapitaalbezitters. Anderzijds profiteren ondernemingen van hun hogere beurswaarde doordat ze voordeliger kapitaal kunnen aantrekken ter financiering van nieuwe investeringen.

DEZE ONTWIKKELING heeft gevaarlijke kanten. Beurskoersen kunnen niet alleen omhoog, maar ook omlaag gaan en na een lange stijging is de schok van een forse correctie niet uitgesloten. Eind vorig jaar waarschuwde Alan Greenspan, de voorzitter van het Amerikaanse stelsel van centrale banken, voor het gevaar van al te 'uitbundige beurskoersen'. Dat was niets te veel gezegd. In Japan is eind jaren tachtig ervaring opgedaan met een 'luchtbel-economie' waarin de inflatie niet bestond uit prijsstijgingen voor consumptiegoederen, maar uit explosief stijgende beurskoersen en huizen- en grondprijzen. De negatieve effecten van het doorprikken van deze vermogensinflatie heeft zich in Japan jarenlang doen gelden.

Het voor de hand liggende antwoord op vermogensinflatie is een renteverhoging door de centrale banken. Maar dat is in Europa, in de moeizame aanloop naar de Economische en Monetaire Unie (EMU) vrijwel uitgesloten. De verwachting bestaat dat de Europese centrale banken tot het begin van de EMU de rente laag moeten houden om het niet nóg moeilijker te maken de toelatingscriteria van het Verdrag van Maastricht te halen. Een Amerikaanse renteverhoging zou het ongewenste neveneffect van een verdere stijging van de dollarkoers hebben.

SUBTIELE STUURMANSKUNST is dus gevraagd van de monetaire autoriteiten. En de beleggers moeten zich voorbereiden op een einde van de dolle rit omhoog. Correcties hebben niet alleen in oktober plaats.