De gezondheidszorg kan best goedkoper

Het budget voor de gezondheidszorg stijgt, afgezien van de extra kosten die de vergrijzing met zich meebrengt, jaarlijks met 1,3 procent. Dat is te weinig, vindt menigeen. Renée Braams en Robert Mol denken daar anders over. Een groot deel van de medische bemoeienis helpt niet of werkt zelfs averechts, vindt Braams, en kan dus beter achterwege blijven. Volgens Mol lijden veel patiënten aan chronische ontevredenheid en neemt de werkdruk onder medici onverantwoorde proporties aan. Bij een doelgerichte aanval op deze ontevredenheid vermindert vanzelf het beroep op medische zorg.

Boven de god van de yoga, de god van de EO en de Celestijnse god troont nog altijd de god van de gezondheidszorg. Voor zo'n almachtige god hebben we offers over. De gezondheidszorg heeft meer geld nodig, roept niet alleen de artsenorganisatie KNMG, maar ook minister Borst, gesteund door haar partij.

Ook buitenstaanders, zoals de econoom Bomhoff op deze pagina, verklaren unaniem dat de zorg ons meer mag kosten. Het paarse kabinet verruimt het budget voor gezondheidszorg, afgezien van de extra kosten die de vergrijzing met zich meebrengt, jaarlijks met 1,3 procent.

Dat is te krap, zegt iedereen. Ten onrechte. Het paarse kabinet en toekomstige kabinetten moeten de zorgkosten onverbiddelijk bewaken. Drie argumenten zijn hiervoor, waarvan het tweede het belangrijkst is.

De gezondheidszorg kan, ten eerste, best goedkoper, omdat een groot deel van de medische bemoeienis niet helpt. Vijftien procent van het reguliere aanbod heeft geen gunstig effect, stelde het rapport Kiezen en delen van de commissie Dunning in 1991. Is dat rapport in een la verdwenen? Toch niet, vermoedelijk, want minister Borst zet aarzelende schreden op het pad dat Dunning heeft geadviseerd.

Het klinkt als een dooddoener maar is een nieuw beleid: in principe worden alleen effectieve medicijnen en behandelingen vergoed. Het kabinet is echter niet streng genoeg, uit angst voor de kiezers die de gezondheidszorg aanbidden. Borst oppert om de slaapmiddelen niet meer te vergoeden, maar krabbelt terug als ze geen applaus krijgt.

Terwijl dat een goed plan was, gezien vanuit argument twee: veel medische ingrepen hebben nauwelijks genezend effect, maar des te meer schadelijke bijwerkingen. Die zogenaamde iatrogene schade van elke vorm van dokters- en hulpverlenersbemoeienis wordt stelselmatig onderschat.

Transseksualiteitsbehandelingen zijn een grotesk voorbeeld van medisch ingrijpen dat niet vergoed zou moeten worden, omdat het middel erger is dan de kwaal, hoeveel 'tevredenheidsonderzoeken' ook uitwijzen dat omgebouwden ondanks alle ellende (het epileren van baardharen schijnt de ergste kwelling) toch blij zijn met hun nieuwe lichaam. Je moet immers veel dissonantie aankunnen om op zo'n tevredenheidsenquête in te vullen dat het allemaal erg is tegengevallen.

Slaapmiddelen, om terug te keren tot de standaardzorg (450.000 Nederlanders zijn eraan verslaafd), hebben na twee weken gebruik geen enkele gunstige uitwerking meer, maar des temeer iatrogeen effect. Ze maken suf en die sufheid kon wel eens de oorzaak zijn van veel valpartijen en dure heup- en dijbeenbreuken. Vrouwen houden ervan om de dagelijkse narigheid te zien door een benzodiazepine-waas. Laten ze, net als drinkende mannen, zelf betalen voor hun roes!

Het Dunning-beleid zou aangescherpt moeten worden door elk hulpverlenersaanbod te beoordelen op grond van de aftreksom gunstig effect min iatrogene schade. Dan betaalt de verzekering voor effectieve en noodzakelijke zorg: antipsychotica voor schizofrenen, antibiotica voor kinderen met longontsteking, nieuwe heupen voor bejaarden. Voor prettige of hoopgevende, maar niet bewezen effectieve zorg, bijvoorbeeld fysiotherapie, sommige kankerbehandelingen, Riagg-therapie voor ongelukkigen, menopauzepillen, erectiepompjes en hoestdrankjes, betalen we zelf.

Het derde argument tegen het te gretige geld uitgeven aan gezondheidszorg is dat het ophemelen van medisch kunnen maatschappelijke problemen verdoezelt. Een voorbeeld. Door de werkdruk die nergens ter wereld zo hoog is als in Nederland, komen mensen die wat langzamer en minder stressbestendig zijn in het dokterscircuit terecht. Voor hen is geen plaats in het bedrijfsleven, maar wel bij de Riagg. Niet-inpasbare mensen worden bestempeld als ziek.

Een ander maatschappelijk falen dat te gemakkelijk op het bord van de gezondheidszorg wordt geschoven is de eenzaamheid. Er moet, roept iedereen, meer geld naar de thuiszorg, opdat de thuishulpen tijd hebben om eenzame cliënten gezelschap te houden.

Geduldig aanwezig zijn, luisteren, opbeuren, aanraken en troosten is echter moeilijk werk voor jongeren die in de verpleging zijn gegaan om te redderen, actief bezig te zijn. Oudere thuishulpen zijn misschien geschikter voor die taak als eenzaamheidswerker, maar zijn er geen betere oplossingen te bedenken? Moet alles opgelost? Kan het eenzaamheidsprobleem worden afgekocht?

Nog een voorbeeld, uit de zwakzinnigenzorg, laat zien dat ook in de zorgsector soms te vanzelfsprekend om extra geld wordt geroepen. Toen de ouders van Jolanda Venema een foto van hun naakt vastgebonden dochter publiceerden, kwam er royaal extra geld voor de zorg voor gedragsgestoorde zwakzinnigen.

Veel 'Jolanda Venema's' krijgen nu één-op-één-verzorging, maar in de praktijk blijkt dat jonge verzorgenden zich geen raad weten met al die uren die ze volgens het rooster moeten besteden aan spelen, snoezelen, gentle teaching; aan gewone aandachtvolle aanwezigheid.

Betaalde liefde is duur en menselijkerwijs vaak moeilijk op te brengen. Gedragsproblemen blijken ook duidelijk te verminderen wanneer de leefgroepen worden verkleind van acht- naar vierpersoonshuishoudens. Dat kost natuurlijk geld, maar niet zoveel als een-op-eenzorg.

En dan het patiëntenrecht, een verworvenheid die helaas ook kan uitnodigen tot ongebreidelde medische consumptie. We hebben sinds kort onder andere wettelijk recht op een second opinion. Als de dokter een teleurstellende mededeling heeft (“er is niet zoveel aan te doen”), kun je altijd op kosten van de gemeenschap op zoek naar een andere arts die het zonniger inziet en medicijnen en behandelingen biedt. Beleid van politici en verzekeraars, in de vorm van protocollen, is nodig om artsen te beschermen tegen eisende patiënten.

Tot slot: de onbetaalbare verafgoding van dokters uit zich ook in de refreinzang dat artsen hun sociale vaardigheden moeten verbeteren. Vrijwel elk artikel over een medisch probleem eindigt met de aanbeveling dat de dokter geschoold of nageschoold moet worden in zijn communicatieve kunnen. Dure cursussen, en dure uren in de spreekkamer die aan praten moeten worden besteed. Is dat nodig?

De taak van een arts is te onderscheiden of de hoofdpijn die je hebt veroorzaakt wordt door te hard werken of door een hersentumor. Moet hij je vervolgens ook troosten, steunen, heropvoeden? Wèl als de dokter de god is die alles oplost en voor iedereen zorgt. Níet als de arts beschouwd wordt als ambachtsman/vrouw.

Voor troost, hoop en liefde kunnen we ons beter wenden tot een vriendin met tarotkaarten, een gregoriaanse mis of de meditatiecursus in het buurthuis. Het grote voordeel van die goden is dat we er zelf voor betalen.