Computers op school

Het artikel van Herbert Blankesteijn over computers op school heb ik met instemming gelezen (5 februari).

Het is waanzin kinderen moderne computers in handen te geven om ze alvast te leren internetten. Wie nog niets te melden heeft, hoeft niet zo nodig het wereldweb te betreden. Dat neemt niet weg dat computers bij het onderwijs heel nuttig kunnen zijn. In de onderbouw moet men in de eerste plaats taalvaardigheid ontwikkelen, met gepaste maar niet overdreven aandacht voor spelling. Belangrijk is ook de rekenvaardigheid, waarbij enig hoofdrekenen niet mag ontbreken. Oudere, elders afgeschreven pc's kunnen heel goed dienen om gebruikt te worden bij software waarbij kinderen op interactieve wijze leren spellen of rekenen. De output van een enkele computer kan tegenwoordig gemakkelijk geprojecteerd worden op een groot linnen scherm, zodat leerprogramma's ook in kleine groepjes gebruikt kunnen worden. Kortom, met maar enkele (oudere) pc's kunnen al wonderen verricht worden. Voor de bovenbouw is het niet veel anders. Maar daarbij heeft het wel zin modernere computers te gebruiken.

Voor het wiskundeonderwijs gelden ook andere overwegingen. Tot dusverre is daar veel - te veel - tijd gestoken in het aanleren van formules en rekentrucs die in het computertijdperk bijna overbodig zijn geworden. Er bestaan reeds eenvoudige grafische handrekenmachientjes die op een minischermpje grafische voorstellingen van allerlei functies laten zien en die ook eenvoudige algebraïsche bewerkingen kunnen uitvoeren. Men zou ze zeker in handen wensen van elke leerling die aan wiskunde b toe is. Ook dienen de eindexameneisen aangepast te worden. Nu nog wordt bij het eindexamen dergelijke rekenapparatuur verboden.