Centrale Bank Europa moet beperkte taak krijgen; 'Spanje hoort vanaf het begin bij de EMU'

De Spaanse premier José María Aznar zal bij een bezoek vandaag aan Nederland onderstrepen dat Spanje als vanzelfsprekend behoort tot de Europese lidstaten, die straks als eerste toetreden tot de Economische en Monetaire Unie (EMU).

MADRID, 18 FEBR. Een slagvaardige indruk kan minister-president José María Aznar van Spanje niet ontzegd worden. “Geef me het ministerie van Binnenlandse Zaken”, beveelt hij gedecideerd via de interne telefoonlijn van zijn werkpaleis en residentie Moncloa, even buiten Madrid, bij een vraag over de stakende Spaanse vrachtwagenchauffeurs. “De situatie is geheel onder controle, alle vrachtwagens kunnen doorrijden”, zegt Aznar, nadat hij de hoorn heeft neergelegd. Hem is verzekerd dat de situatie op de Spaanse wegen volkomen normaal is.

Aznar reageerde op de vraag hoe het toch mogelijk is dat honderden buitenlandse vrachtwagens, waaronder tientallen Nederlandse, nog steeds vastzitten in blokkades van stakende Spaanse collega's. En dat terwijl de regering aanhoudend laat weten dat zij een vrije doortocht door het land garandeert. “Misschien is het probleem niet zozeer dat de vrachtwagens niet kunnen rijden, maar dat de chauffeurs geen zin hebben”, meent Aznar, en hij schiet in de raspende lach die bij zijn politieke tegenstanders een geliefd thema voor spot vormt.

Ontspannen, maar vastberaden en doortastend: dat is het imago dat premier Aznar probeert uit te dragen sinds hij vorig jaar de fakkel overnam van zijn socialistische tegenhanger Felipe González. Diens collectie Bonsai-boompjes is, op een enkele na, inmiddels uit de paleistuin van Moncloa verwijderd. In de eerste negen maanden van zijn premierschap heeft de 43-jarige Aznar, oorspronkelijk belastinginspecteur, er alles aan gedaan om herinneringen aan zijn door schandalen aangevreten voorganger uit te wissen. Spanje functioneert, zo luidt de boodschap. De regering heeft haar zaken onder controle en staat garant voor stabiliteit.

De werkelijkheid kent evenwel haar weerspannigheden. Zo stond gistermiddag bijvoorbeeld nog een groep van 250 buitenlandse vrachtwagens vast nabij de Noordspaanse stad Santander. De chauffeurs weigeren te rijden, wegens het aanhoudende gevaar dat hun banden lek worden geprikt of stenen door de ruiten worden gegooid door stakende collega's.

De premier heeft drukke en moeilijke dagen achter de rug. Afgezien van de vrachtwagenstaking, die in noordelijke delen van het land voor grote problemen zorgde, kampt Spanje met een nieuwe terreurgolf van de Baskische afscheidingsbeweging ETA. Aan het binnenlandse politieke front zorgde de regering Aznar voor de nodige commotie door in te grijpen in de pas geopende markt voor digitale betaaltelevisie.

Bovendien valt bij de noordelijke Europese partners groeiende scepsis te bespeuren over de deelname van Spanje aan de Economische en Monetaire Unie (EMU). “Wij zijn vastbesloten. Er is geen enkele twijfel dat Spanje vanaf het eerste moment bij de Europese Monetaire Unie zal horen”, zegt Aznar beslist, terwijl hij geroutineerd de economische successen van zijn kabinet opsomt.

Zo zit het begrotingstekort dit jaar op de Euronorm, terwijl de rente zich op een historisch laagterecord bevindt. Het afgelopen jaar werden in Spanje meer dan 400.000 banen gecreëerd. De inflatie is inmiddels onder de drie procent gezakt, het laagste in de afgelopen dertig jaar. En het kabinet voorziet dat de economische groei dit jaar hoger ligt dan de inflatie, een fenomeen dat zich lange tijd niet heeft voorgedaan.

“Ik begrijp niet wat voor problemen er verder nog kunnen zijn”, verzucht de premier. De Spaanse staatsschuld wellicht? Volgens deskundigen is het vrijwel onmogelijk dat Spanje dit criterium haalt. “De staatsschuld, de staatsschuld”, moppert Aznar. “Met de staatsschuld heeft Spanje een probleem, heeft België een probleem, heeft Nederland een probleem en Duitsland een probleem. Iedereen behalve Frankrijk en Luxemburg.”

Waar het om gaat is de mentaliteit, meent de premier. Soberheid van de begroting, terugbrengen van het tekort, verminderen van de staatsschuld: Aznar is er altijd al een voorstander van geweest. “Het is een politiek waar ik in geloof.”

De in Noord-Europa bedachte 'Club Med' van Spanje, Italië en Portugal, die samen al het mogelijke doen om bij de eerste groep EMU-landen te horen, wordt in Spanje als een weinig smaakvolle grap ervaren. Van enige clubvorming is geen sprake, zo onderstreept Aznar. “Ik ken geen Club Med”, zegt de premier beslist. “En als ik ergens woordvoerder van ben is het alleen van de Spaanse regering. Wat er met de anderen gebeurt weet ik niet.”

In Madrid bestaat de nodige irritatie over recente opmerkingen van de Nederlandse minister van Financiën, Zalm, dat de nodige vraagtekens gezet kunnen worden bij de Spaanse deelname aan de monetaire eredivisie. Ook de beoogde president van de op te richten centrale bank, Wim Duisenberg, zei in een recent vraaggesprek met de Duitse Börsenzeitung dat er waarschijnlijk maar acht landen bij de eerste groep zitten. Spanje zit daar niet bij.

“Dit soort opmerkingen zijn tamelijk absurd”, meent de premier geërgerd. “Niemand heeft het mandaat om te zeggen wie er wel en wie er niet bij zullen zijn.” Een politieke vergissing, die uitlatingen van Zalm. Maar na de “publieke en persoonlijke correctie” door premier Kok hoeft het de sfeer bij het bezoek aan Nederland verder niet te bederven.

Wel is volgens hem sprake van een aantal doelbewuste pogingen de Spaanse peseta economisch in het nauw te brengen. “Er is een groepje van personen die een aantal buitengewoon ongelukkige opmerkingen heeft gemaakt”, meent de premier. “Daarvan zijn we niet in het minst onder de indruk. Als zo'n groepje er op uit is één of meer valuta's te destabiliseren, dan lijkt me dat absoluut van een tweederangs niveau en zonder veel belang.”

Aznar heeft desgevraagd “geen probleem” met de kandidatuur van Duisenberg voor de Europese Centrale Bank, een instituut waarover volgens hem overigens nog eens “goed nagedacht” moet worden. “De Europese bank heeft een belangrijke rol, maar zal nooit direct beslag kunnen leggen op de politieke soevereiniteit in Europa. Als je bepaalde ideeën hierover hoort, vraag je je soms af waarom we al die regeringen in Europa nog hebben”, lacht de premier. “Een sterke Europese bank is wenselijk. Maar het kan geen goddelijk hof worden wiens besluiten onaantastbaar zijn”, zegt Aznar. De premier denkt aan een bank met een zeer goed geformuleerde, duidelijke, maar ook beperkte taakstelling.

Door privatiseringen en het liberaliseren van een aantal markten, probeert het minderheidskabinet van Aznar Spanje stevig in de pas te laten lopen met de rest van Europa. Werkgevers en werknemers zijn gemaand haast te maken met het hervormen van de arbeidsmarkt. Maar economische deskundigen hebben daarvoor gewaarschuwd. Spanje kampt nog altijd met problemen bij het doorvoeren van ingrijpende aanpassingen.

Zo dreigt het stelsel van staatspensioenen in de toekomst een molensteen voor de Spaanse staatsfinanciën te worden. Een kwestie die evenwel uiterst gevoelig ligt in een land met meer dan zeven miljoen stemgerechtigde ouderen. Volgens de premier wordt deze zaak evenwel overdreven. “Er is absoluut geen financieringsprobleem met de pensioenen”, zegt Aznar beslist. Maar hij sluit niet uit dat de Spanjaarden in de toekomst hun staatspensioen moeten aanvullen met een zelf opgebouwde pensioenuitkering, iets wat nu nog nauwelijks het geval is.

Als partijleider en premier heeft Aznar zich veel moeite getroost om af te rekenen met het conservatieve imago van zijn Partido Popular. Het beeld van de partij die zijn oorsprong vindt in kringen van voormalige aanhangers van het vroegere Franco-regime, werd zorgvuldig bijgeschaafd tot het imago van een rechtse middenpartij. Opmerkelijk blijft daarbij de noodgedwongen samenwerking tussen Aznars minderheidskabinet en de Catalaanse en Baskische nationalisten - die binnen de PP als aartsvijanden worden beschouwd omdat ze naar zelfstandigheid streven. Vreest Aznar geen afsplitsing van het ontevreden, meer conservatief georiënteerde deel van zijn partij?

“Nee, integendeel. De Partido Popular heeft de weg bewandeld van een middenpartij zoals ik dat wilde”, meent de premier. “We hebben de politieke pacten met groot gemak opgepakt. En dat is een bewijs van volwassenheid.”