Bonn: Nederland moet nadenken over drugsbeleid

BONN, 18 FEBR. De samenwerking tussen de Duitse en Nederlandse politie om de invoer van drugs in te dammen heeft tot nu toe bitter weinig opgeleverd. De aanvoer van vooral ecstasy uit Nederland naar Duitsland neemt juist toe. Het is “de hoogste tijd” dat Nederland ernstig over zijn drugsbeleid gaat nadenken, zei Eduard Lintner, de Duitse staatssecretaris van Binnenlandse Zaken gisteren in Bonn.

Lintner (CSU) presenteerde de jaarcijfers over het drugsgebruik in 1996 waaruit blijkt dat het aantal drugsdoden in Duitsland voor het eerst sinds 1991 is gestegen. Vorig jaar stierven 1.712 mensen als gevolg van het gebruik van harddrugs, 9,4 procent meer dan een jaar eerder. In Berlijn steeg het aantal doden uitzonderlijk: 175 doden werden geregistreerd ofwel 88 procent meer dan het jaar ervoor.

Uit de cijfers blijkt een “nog steeds alarmerend stijgend misbruik” van het aantal synthetische drugs, waarmee vooral ecstasy en LSD worden bedoeld. Het aantal gebruikers van LSD steeg met 54,3 procent, het gebruik van ecstasy steeg met 52,2 procent.

Lintner onderstreepte dat de Duitse drugsmarkt voornamelijk vanuit Nederland wordt bediend. Zeker 86 procent van de in beslag genomen hasjiesj kwam via Nederland naar Duitsland. Ook stelt de Duitse regering een groeiende toevoer van ecstasy vast die voornamelijk vanuit Nederland naar Duitsland wordt gesmokkeld, zo staat in het jaarverslag.

De staatssecretaris zei dat het aantal ecstasytabletten dat in 1996 in beslag werd genomen door de politie met 80 procent is gestegen. Deze ontwikkeling duidt volgens het ministerie op een “snel toenemende aanvoer” van deze synthetische drugs.

Juist vanwege de centrale rol die Nederland speelt als doorvoerland van harddrugs, waaronder ook cocaïne en heroïne, besloten Duitsland en Nederland in april 1996 de samenwerking tussen politie en douane in beide landen te versterken. Deze samenwerking, die volgens Lintner op zich goed functioneert, heeft niet kunnen voorkomen dat de aanvoer van harddrugs uit Nederland naar Duitsland is toegenomen.

Pag.5: Lintner wenst consensus over drugs

“De cijfers spreken voor zich”, aldus een woordvoerder van het ministerie van binnenlandse zaken. Hij vindt het te vroeg om de samenwerking een mislukking te noemen. “We proberen door justitiële samenwerking juist tot de gezamenlijke bestrijding van de drugshandel te komen, maar dat heeft tijd nodig”, aldus de woordvoerder.

Het ministerie wil niet verhullen dat de Duitse regering nog steeds een andere opvatting over de bestrijding van de drugsproblematiek heeft dan Nederland.

Tijdens de presentatie van de cijfers oefende Lintner ook felle kritiek uit op het beleid van sommige deelstaatregeringen zoals Sleeswijk-Holstein, waar een experiment is begonnen met het verstrekken van hasjiesj door apotheken. De neiging om het drugsbeleid te liberaliseren leidt tot “toenemende zorgeloosheid” in de omgang met drugs, zo zei Lintner.

Hij hekelde de verdeelde meningen in Duitsland over een sluitende aanpak van het drugsprobleem. Zweden noemde hij als voorbeeld van een land waar in ieder geval een brede consensus leeft over de bestrijding van het probleem. In Zweden kunnen chronisch-afhankelijke drugsgebruikers door middel van een rechterlijk besluit verschillende maanden verplicht worden een therapie te ondergaan.