Bestuur pensioenfondsen niet van deze tijd

DEN HAAG, 18 FEBR. Het kabinet wil gepensioneerden wettelijk directe invloed geven in het bestuur van de bijna 1100 Nederlandse pensioenfondsen, die samen zo'n 600 miljard gulden vermogen beheren. Nu is het bestuur van deze financiële giganten in handen van de sociale partners. Vijf vragen voor verantwoordelijk staatssecretaris mr. F. de Grave.

Wat is er veranderd in uw opvattingen ten opzichte van een half jaar geleden toen u geen wettelijke maatregelen nodig achtte?

“Wat veranderd is, is dat ik mijn eigen opvattingen op papier heb gezet. In augustus vorig jaar, toen ik net staatssecretaris was, ging het om een evaluatie van het functioneren van de deelnemersraden. Daarin zitten gepensioneerden en ex-werknemers, die geraadpleegd moeten worden bij veranderingen in de pensioenregelingen. Na zes jaar, zo bleek uit het rapport, had een kwart van de pensioenfondsen zo'n deelnemersraad. De Tweede Kamer wil daar met mij over praten. De periode sinds augustus heb ik gebruikt om mij breed te oriënteren. De deelnemersraden hebben een complexe structuur en kunnen niet op voldoende draagvlak rekenen. Kijkend naar de belangen die gepensioneerden hebben bij het pensioenfonds, dat elke maand hun geld overmaakt, hebben zij recht op een bestuurszetel.”

Is de verandering ingegeven door zorg dat de belangen van gepensioneerden nu niet voldoende worden behartigd, bijvoorbeeld als werknemers en werkgevers het pensioenfonds gebruiken om te helpen bij de overgang van de steeds duurdere VUT naar prepensioen?

“De afgelopen jaren hebben de pensioenfondsen zeer hoge rendementen gehad. Dan is het voor de besturen van de pensioenfondsen mogelijk om verschillende uiteenlopende belangen te behartigen. Maar als er minder riante jaren komen, dan komen de latente spanningen naar buiten. De werkgever is gebaat bij een zo laag mogelijke pensioenpremie, de werknemers hebben een dubbel belang: een goed pensioen, maar ook een zo laag mogelijk premie die zij zelf moeten bijdragen. De gepensioneerden op hun beurt hebben juist belang bij een pensioen dat verhoogd wordt met de loon- en prijsstijgingen, indexatie. Nu is de spanning minder aanwezig, maar als er jaren komen dat het minder goed gaat, wordt het zichtbaar.”

Worden de belangen van de gepensioneerden nu niet goed afgewogen?

“Directe aanleiding om dat te zeggen heb ik niet, al zijn er de laatste tijd wel wat situaties geweest met zulke latente spanningen, zoals bij het pensioenfonds van Nedlloyd (waar gepensioneerden met de rechter dreigden, toen het fonds 75 miljoen gulden 'overtollig' vermogen aan het bedrijf uitkeerde. Uiteindelijk zagen ze van een procedure af, red.). Er is veel voor te zeggen dat de belangen van gepensioneerden ook rechtstreeks op bestuursniveau worden behartigd. Dat de sociale partners daar tegen zijn is niet verrassend. Het is nu hun exclusieve terein. Zij zitten niet te wachten op iemand erbij. De bedragen waar het om gaat zijn echter groot en het geld van de pensioenfondsen is ook opgebracht door de gepensioneerden. De belangen zijn verschillend. Mijn reactie richting FNV is dan ook dat zij als vakbond de belangen van de werknemers behartigt, dus ook geïnteresseerd zal zijn in lagere premies of een uitkering aan het moederbedrijf ten bate van de werkgelegenheid. Gepensioneerden hebben belang bij indexatie van hun pensioen. De vakbond moet niet geforceerd doen alsof zij ook voor andere belangen opkomt.”

Uw voorstel dat het bestuur op een jaarlijkse vergadering verantwoording aflegt over het beleid trekt het pensioenfonds de achterkamertjes uit en direct het toneel op. Waarom deze cultuurschok?

“Ik heb breed rondgekeken in pensioenfondsland en gezien dat bijvoorbeeld Philips' pensioenfonds al enkele jaren zo'n vergadering houdt en daar zeer tevreden over is. Philips heeft ook een plaats voor de deelnemers in het bestuur. Dat fonds is geen kleintje. Vanuit de logica van mondige gepensioneerden lijkt dat alleszins terecht. De parallellie met het bedrijfsleven ligt voor de hand: directies leggen verantwoording af aan hun aandeelhouders.

“Ik verwacht niet dat alle deelnemers op zo'n vergadering komen. Bij de Koninklijke Shell komen ook niet alle aandeelhouders op de vergadering. Waar het om gaat is dat informatie wordt gegeven aan degenen die een enorm belang hebben bij het fonds: het geld dat zij maandelijks ontvangen. Als ik zie wat elders in de maatschappij verplicht aan informatie moet worden verstrekt...

“Het is een cultuurverandering. Dit is een onderdeel van de samenleving dat tot nu toe het exclusieve domein van werkgevers en werknemers is geweest. Ik preek de revolutie niet, maar vind wel dat de manier waarop pensioenfondsen bestuurd worden niet meer van deze tijd is.”

Naast de bredere samenstelling van het bestuur wilt u ook betere controle door de Verzekeringskamer op de kwaliteit van de besturen. Denkt u aan een vakdiploma?

“Het signaal van zorg dat de toezichthoudende Verzekeringskamer over de kwaliteit van besturen heeft gegeven is niet zonder grond. Concrete gevallen wil ik niet noemen en het overgrote deel van de besturen van de pensioenfondsen is prima. Maar als ik zie dat de bedragen die moeten worden belegd groter en groter worden, en de beleggingen ingewikkelder, dan komt steeds scherper naar voren dat de belangen van de burger vergen dat zij zeker kunnen zijn van voldoende kwaliteit bij de besturen van pensioenfondsen.

“De Verzekeringskamer heeft nu niet of nauwelijks instrumenten om die vakkundigheid te toetsen, terwijl De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer dat wel kunnen als het gaat om bestuurders van respectievelijk banken en verzekeraars. Dan is mijn redenering: de gemiddelde Nederlander heeft zeker zo veel belang bij zijn pensioenfonds als hij dat heeft bij zijn bank of verzekeraar. Ik wil de Verzekeringskamer voor toetsing van de kwaliteit van pensioenfondsbestuurders een instrumentarium geven dat vergelijkbaar is met dat van ls De Nederlandsche Bank. Ik heb als commissaris van een bank (Bank Nederlandse Gemeenten; red.) die toetsing zelf meegemaakt. Dat gebeurt buitengewoon zorgvuldig.”