Anti-immigratiewet mobiliseert intellectuelen

PARIJS, 18 FEBR. De Franse intellectueel, hij leeft nog. Sterker: hij is razend. Eerst tientallen, daarna honderden en inmiddels duizenden handtekeningen zijn in dagbladen verschenen van cineasten, schrijvers, musici, studenten, burgemeesters en psycho-analisten die te hoop lopen tegen de anti-immigratiewetten van de regering-Juppé.

Onder de kop 'Mijn moeder zal niet naar Frankrijk komen' drijft Tahar Ben Jelloun vandaag in Le Monde bittere spot met de meest omstreden bepalingen uit de Loi-Debré. Vandaag de meldingsplicht voor wie een vreemdeling te logeren heeft, aldus de succesvolle schrijver, morgen de 'linguïstische zuivering' - ook Frans kan het niet zonder reeksen leenwoorden stellen. Zijn bejaarde moeder blijft maar in Casablanca.

Het begrip intellectueel, waar de historicus Emmanuel Leroy Ladurie vandaag in Le Figaro zijn huiver over uitspreekt, was wat op de achtergrond geraakt. De tijden van Vietnam en de herhaalde Franse schoolstrijd waren voorbij. Alleen de gruwelen in Bosnië dienden zich nog aan als nobel strijdpunt. En ook daar raakte de wereldfilosoof Bernard-Henry Lévy wat in verstrikt - met zijn pararevolutionair-literaire film 'Le jour et la nuit' riskeert hij nu verdere cartoonisering als 'de Franse intellectueel met het Schillerhemd'. Hij mag van geluk spreken dat de golf van verontwaardiging na de winst van een vierde gemeentehuis door het extreem-rechtse Front National meer aandacht trekt dan zijn in zwoel Mexico gefilmde kunstwerk met Alain Delon en Lauren Bacall.

Leroy Ladurie, voormalig directeur van de Bibliothèque de France en onder meer schrijver van het legendarische 'Montaillou', zegt: “Ik teken zo weinig mogelijk petities. Ik signeer liever boeken en artikelen.” Overigens toont hij respect voor de zaak waar de wel-tekenende intellectuelen voor opkomen. In televisie-debatten, ingezonden stukken en radio-bijdragen luidt de centrale stelling: met het voortdurend aanscherpen van de wettelijke bepalingen tegen clandestiene immigratie plaveit de centrum-rechtse regering-Chirac/Juppé de weg voor het Front National.

Nadat de protestbeweging vorige week op gang kwam, sprak de oppositie zich pas gisteren voor de belangrijkste eis uit: intrekking of drastische wijziging van de wetswijziging die deze week in de Assemblée Nationale aan de orde komt. De late reactie kwam waarschijnlijk niet alleen voort uit de spreekwoordelijke voorzichtigheid van de socialistische partijleider Lionel Jospin, maar ook uit verlegenheid over het feit dat de huidige maatregelen ten dele voortbouwen op een nieuwe aanpak van de immigratie die in 1982 door de linkse regering-Mauroy werd ingevoerd. Verschillende socialistische en communistische burgemeesters zijn nu daarom ronduit zwijgzaam in het heftige debat.

Voor het Front National is deze ontwikkeling een buitenkans. Opnieuw kan de partij van Jean-Marie Le Pen laten zien dat klassiek 'rechts' en 'links' niet veel verschil maken bij het oplossen van 'de echte zorgen van de gewone Fransen'. En opnieuw kunnen kopstukken van het Front National zich prominent uitspreken als 'enige echte oppositie', waarbij de grenzen van het toelaatbare steeds een beetje opschuiven in hun richting. Tweede man Bruno Mégret zei gisteravond op France 2 tegen een gaullistische gesprekspartner: “U verwijt ons racisme, terwijl wij een oplossing van het immigratieprobleem voorstaan die is gebaseerd op het nationaliteitsbeginsel? Dat doet bondskanselier Kohl ook. Mag die niet in uw verenigd Europa?”