WTO: eerlijke toegang tot telecommarkt

ROTTERDAM, 17 FEBR. Algemeen directeur Ruggiero van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) schat dat gebruikers van telecommunicatie de komende 14 jaar ongeveer een biljoen dollar kunnen besparen dankzij het akkoord over telecommunicatie dat 68 landen in Genève hebben gesloten. Die besparing zou moeten worden gerealiseerd door snellere technologische ontwikkeling en lagere tarieven voor telecommunicatie.

Belangrijkste drijfveer voor de gigantische besparingen is een stabiel wettelijk kader voor internationale investeringen in telecommunicatie. Landen die het WTO-akkoord hebben ondertekend verplichten zich het beginsel van de meestbegunstigde natie te hanteren: als twee lidstaten tot overeenstemming komen over de manier waarop zij elkaars bedrijven behandelen moeten de voorwaarden van deze overeenkomst ook op alle andere landen van toepassing zijn. Bovendien kunnen conflicten over toegang tot telecommarkten van een lidstaat voortaan worden voorgelegd aan de WTO.

Als gevolg van het WTO-akkoord kunnen telefoonmaatschappijen in meer landen investeren. Een groot aantal lidstaten (waaronder de landen van de Europese Unie en de VS) zullen aan participaties in hun binnenlandse telecombedrijven niet langer een maximum verbinden. Andere landen, waaronder Japan en Canada, handhaven wèl restricties voor dergelijke deelnemingen. Veel landen met een minder ontwikkelde markt voor telecommunicatie zullen buitenlandse participaties pas toestaan vanaf het begin van de volgende eeuw.

De datum dat het WTO-akkoord van kracht wordt, 1 januari 1998, valt samen met de datum dat de markt voor telecommunicatie in de Europese Unie wordt geliberaliseerd. Binnen de EU worden uitzonderingen gemaakt voor Spanje, dat zijn markt pas in december 1998 hoeft te liberaliseren, Ierland (in het jaar 2000) Portugal en Griekenland (in 2003). De liberalisering van de Spaanse markt is een van de onderdelen van het akkoord dat onder Amerikaanse druk tot stand is gekomen. Telefónica expandeert in het buitenland, onder meer met PTT Telecom in het consortium Unisource. De VS wensten mede om die reden niet dat Telefónica op de thuismarkt nog tot het einde van deze eeuw afgeschermd zou blijven van concurrentie. Uitgezonderd Argentinië hebben een groot aantal Latijns-Amerikaanse landen zich gecommitteerd aan verregaande liberaliseringen. De voorstellen van veel Aziatische landen, uitgezonderd Singapore en Hong Kong, zijn minder ingrijpend.

Landen die het akkoord hebben ondertekend moeten buitenstaanders een eerlijke toegang bieden tot hun markten. Bedoeling is voorts dat telecombedrijven vrij zijn in de opzet van activiteiten die concurreren met bestaande monopolisten.

Telecommunicatie is in sommige landen nog in de eerste plaats een vorm van belastingheffing. Staatsmonopolies in deze landen zullen hun tarieven moeten verlagen onder druk van de concurrentie die het gevolg zal zijn van het WTO-akkoord. In veel landen zal de komende jaren gewerkt moeten worden aan de opbouw van een systeem van wetten en regels en een toezichthoudend orgaan voor de telecommunicatie. Tegenover de toegenomen concurrentie op de thuismarkt staat voor ontwikkelingslanden een beter investeringsklimaat. Volgens een schatting van de Wereldbank zijn jaarlijks 60 miljard dollar investeringen nodig om telecommunicatie in deze landen te verbeteren. Lokale regeringen kunnen deze bedragen niet opbrengen. Buitenlandse partijen wensen voor investeringen een wettelijk kader zoals dat nu is gecreëerd.

Van groot belang voor de concurrentie in het internationaal telefoonverkeer zijn de zogeheten interconnectie-tarieven, bedragen die telecommaatschappijen in rekening brengen wanneer zij elkaars verkeer afhandelen. Omdat er meer vanuit de VS naar het buitenland wordt getelefoneerd dan andersom betaalden Amerikaanse telefoonbedrijven als AT&T, MCI, Sprint in 1995 meer dan vijf miljard dollar voor het afwikkelen van internationaal telefoonverkeer van hun klanten. Deze bedragen worden in rekening gebracht door monopolisten die dit telefoonverkeer vanuit Amerika afhandelen.

In WTO-verband is afgesproken dat deze interconnectietarieven op kostprijs gebaseerd moeten zijn. Volgens PTT Telecom gebeurt dit al in Nederland.

Het bepalen van de kostprijs van interconnectie is echter niet eenvoudig. Een transatlantische verbinding tussen Londen en New York kost enkele centen per minuut. Maar de kosten van telefoonverbindingen in landen die gebruik maken van minder geavanceerde technologie liggen hoger dan in Europa of de VS. De verwachting is dat interconnectietarieven onder druk zullen komen te staan door de toegenomen concurrentie ten gevolge van het WTO-akkoord.