Vragenstellen gaat door

De harde cijfers die op al die vragen antwoord moeten geven, zijn voor verschillende uitleg vatbaar. De getallen die de Tweede-Kamervoorlichting produceert over opgebruikte vergadertijden, bieden op het eerste gezicht weinig opzienbarend materiaal.

Tussen het zomerreces van 1996 en heden werd ongeveer evenveel gediscussieerd in de plenaire vergaderzaal als in de vergelijkbare periode in 1995, en zelfs meer dan in 1994: ongeveer 35.000 vergaderminuten tegenover ongeveer 27.000 minuten eind 1994.

Interessanter is de verhouding tussen het aantal ingediende wetsontwerpen en de hoeveelheid mondelinge vragen en moties waarmee alerte Kamerleden als Jaap de Hoop Scheffer (CDA) en Boris Dittrich (D66) hun individuele ambities kunnen uitleven. Die verhouding veranderde, en wel drastisch ten nadele van de klassieke wetgevingsarbeid in het parlement. De paarse wet- en regelgevingsmachinerie gaat steeds langzamer draaien, zo blijkt, terwijl het vragenstellen als een ware epidemie om zich heen grijpt.

Het aantal wetsvoorstellen dat vorig jaar bij het parlement werd ingediend, zakte voor het eerst, na een jarenlange stijging, van 304 in 1995 tot 256 in 1996. Weliswaar stemden de geachte afgevaardigden over meer wetsvoorstellen dan in vorige jaren (489 in 1996 tegenover 390 in 1995), maar dat is vermoedelijk een gevolg van achterstallig onderhoud. Nu de paarse agenda zo goed als voltooid is, komt de Kamer toe aan het wegwerken van al langer liggende wetsontwerpen.

Daartegenover steeg het beroep van Kamerleden op zelfexpressie-mogelijkheden zoals het stellen van mondelinge en schriftelijke vragen, met sprongen. Werden in 1993 ministers en staatssecretarissen nog 31 keer lastig gevallen met mondelinge vragen, vorig jaar was dat 99 keer. In 1993 werden 447 moties ingediend. In 1996 waren dat er 874. En hoewel schriftelijke vragen geen beslag leggen op de vergadertijd van Kamerleden, mag hun explosieve stijging hier niet onvermeld blijven, omdat ze waarschijnlijk deel uitmaken van dezelfde trend als de groei in het aantal mondelinge vragen: hun aantal groeide van 705 in 1993 naar 1.496 vorig jaar.