Echt, ik heb daar alleen thee gezet

Nederland
Terugkeerders uit Syrië en Irak vormen een juridisch probleem. Het OM wil ze veroordelen, maar veel bewijsmateriaal is er niet.

Deze illustratie komt uit het boek Les Revenants van David Thomson en is gemaakt door tekenaar Matthieu Méron.

Ze speuren het slagveld in Syrië en Irak af, op zoek naar laptops, telefoons, paspoorten en andere documenten. Gebombardeerde gebouwen waar IS-eenheden verkeerden worden minutieus onderzocht, velden afgespeurd.

Special forces van de VS, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Nederland en andere landen die meevochten tegen IS zijn momenteel de hoop van het Nederlands Openbaar Ministerie. Sinds de oorlog tegen IS op het slagveld is gewonnen, is een nieuwe strijd

losgebarsten: om zoveel mogelijk IS’ers veroordeeld te krijgen. Elk gevonden computerbestand of paspoort, elke telefoonlijst, vingerafdruk of DNA-materiaal (haar, bloed) kan daarbij helpen. De jihadist die zegt alleen thee te hebben rondgebracht in een internetcafé in Raqqa heeft iets uit te leggen als er een haar van hem is aangetroffen in een IS-bunker in Mosul.

De kwestie van de terugkeerders is steeds meer een juridische kwestie geworden, zo blijkt uit het regeerakkoord van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. „Omdat de bewijsvoering in dezen bijzonder moeilijk is, zal worden bezien of en hoe de samenwerking met onafhankelijke internationale organisaties (die zich bezighouden met het verzamelen van bewijzen) kan worden bevorderd”, staat er. Minister Halbe Zijlstra (VVD, Buitenlandse Zaken) zei deze week dat een van de prioriteiten van Nederland als lid van de VN-Veiligheidsraad zal zijn om terugkeerders voor het VN-Strafhof te brengen.

Er is geen sprake van een ‘manhunt’, maar indirect draagt Nederland wel bij aan het doden van IS-strijders. Mogelijk ook van Nederlandse jihadisten. Lees daarover: Nederland jaagt niet op ‘eigen’ jihadisten

Getrouwtrek om bewijsmateriaal

Elke terugkeerder wacht een strafproces, zoals dat tegen Laura H. Tot dusver lukte het maar een enkele keer terugkeerders echt veroordeeld te krijgen voor deelname aan een terroristische organisatie. Belangrijkste reden: gebrek aan bewijs. De opbrengst van de speurtocht van de special forces en andere militaire eenheden op Irakese en Syrische velden moet het succes van de strafrechtelijke aanpak van Westerse regeringen helpen vergroten.

„Maar daar ligt ook weer een nieuw probleem”, vertelt terrorismeonderzoeker Jelle van Buuren van de Leidse Universiteit. „De Amerikanen willen lang niet alles wat ze vinden delen met andere landen die meededen in de strijd tegen IS. Hun inlichtingendiensten bekijken eerst al het materiaal en bepalen dan met wie op een lijst van zestig landen het materiaal mag worden gedeeld”

Er is volgens hem „flink getouwtrek” gaande op een basis in Jordanië, waar al dit materiaal wordt verzameld en uitgewisseld. „Europol, de organisatie die voor Europa toegang moet krijgen tot die basis en het gevonden materiaal, slaagt daarin maar mondjesmaat. Het blijkt heel moeilijk om het bewijsmateriaal van het miliaire in het civiele domein te krijgen. ”

En als die situatie zou verbeteren, doemt weer een nieuw probleem op. Advocaten die jihadisten bijstaan kunnen zich nu al in de handen wrijven, zegt Van Buuren. Want wat is precies de waarde van die vingerafdruk, haarlok of telefoongegevens? Onder welke omstandigheden zijn die verzameld? Is er niet mee gerotzooid? „U dacht toch niet dat een commandant van een Amerikaanse commando-eenheid zich in de Rotterdamse rechtbank meldt om dat uit te leggen?”

Tunesiërs naar Amsterdam?

De focus in het regeerakkoord op de bewijsvoering tegen Nederlandse terugkeerders vindt Van Buuren logisch, maar beperkt. „Wat te denken van de dreiging van buitenlandse terugkeerders?” Over de Nederlandse uitreizigers weten inlichtingendiensten nu wel het nodige. „Maar er hebben 7.000 Tunesiërs daar in Syrië en Irak gestreden.” Tunesië was een van de hofleveranciers voor IS. „Waar gaan die allemaal heen? Velen gaan terug naar Europa, velen naar Frankrijk, maar sommigen misschien ook wel naar Tunesische vrienden of familie in Amsterdam.”

Dit opent een nieuwe vragenreeks. Hoe goed kennen inlichtingendiensten de Tunesische gemeenschap in Nederland? Kunnen – en willen – de Franse diensten interessante inlichtingen verschaffen? Van Buuren: „Ook dat blijven belangrijke vragen waar het gaat om terugkeerders.”

Lees ook over Nederlandse Syriëgangers: Van gewone Rotterdamse jongen tot jihadstrijder