TIEN ETHIOPIËRS IN EEN BUSJE IN ITALIË

Tien voetballers van het Ethiopische elftal verblijven sinds vorige maand in Italië. Via de club Perugia is een solidariteitsactie georganiseerd. “Ze zijn heel bescheiden, gaan vroeg naar bed, drinken alleen maar water.”

Past bijna het hele Ethiopische nationale elftal, plus tolk en bezoeker, in een Volkswagenbusje? Geen enkel probleem, zegt Alessandro Tomassini. Een beetje aanschuiven. Een man extra voorin, tien achterin, en de grote doos met leren ballen kan blijven staan.

Hij kruipt zelf achter het stuur en manoeuvreert het busje behendig over de bochtige wegen van Umbrië, voor een middagje sightseeing in het groene hart van Italië. Bij een kruising staan carabinieri te controleren. Zodra hij ze ziet, begint Tomassini te zwaaien. “Voor alle zekerheid, want ik wil geen bon. Maar ze zullen me wel te vriend willen houden. Ze krijgen altijd goed te eten in mijn restaurant.”

Tomassini is een van de weldoeners die zich hebben ontfermd over de tien Ethiopische internationals die vorige maand politiek asiel hebben aangevraagd in Italië. Ze profiteerden van een tussenstop van 24 uur op doorreis naar Marokko en slopen weg uit hun hotel terwijl iedereen lag te slapen. Die nacht waren ze met zijn zestienen. Zes hebben uiteindelijk besloten toch maar terug te gaan.

Het resterende tiental werd naar een opvangcentrum ten noorden van Rome gebracht. De combinatie van voetbal, voormalige kolonie en menselijk drama zorgde voor veel publiciteit. Via de media lieten de spelers weten dat ze niets anders hadden dan hun paspoort en de kleren die ze droegen. Ze zouden graag trainen om niet uit conditie te raken.

Die noodkreet werd opgevangen door Luciano Gaucci, een kleurrijk figuur binnen het Italiaanse voetbal. Gaucci is een ondernemer die rijk is geworden met schoonmaakcontracten voor ministeries, vliegvelden en treinen. Dat gebeurde onder de politieke bescherming van zevenvoudig premier Giulio Andreotti, met wie hij een passie voor paarden deelt.

Gaucci's grote droom was de prestigieuze club AS Roma over te nemen, maar dat bleek onhaalbaar. Toen zette hij al zijn kaarten op Perugia. Zes jaar geleden speelde die club nog in de Serie C. De dadendrang van Gaucci en zijn miljoeneninvesteringen hebben Perugia in recordtijd naar de hoogste divisie gebracht. Overigens niet zonder hindernissen: in 1993 werd Perugia van de Serie B teruggezet naar de C omdat Gaucci een raspaard uit zijn renstal voor een vriendenprijs had overgedaan aan een scheidsrechter die een belangrijke wedstrijd van Perugia moest leiden.

Gaucci heeft een typisch Italiaanse solidariteitsactie opgezet. Via Tomassini, eigenaar van het fraaie hotel waar Perugia in trainingskamp gaat, regelde hij onderdak, eten en een trainingsveld. Een hulptrainer en een looptrainer van Perugia begeleiden de spelers. Gaucci's zoon Alessandro, die in de sportkleding zit, heeft de spelers helemaal in het nieuw gestoken. En met een plaatselijke doelman als invaller (de nationale doelman was mee teruggegaan) zijn een paar vriendschappelijke wedstrijden georganiseerd, in de hoop dat de Ethiopische spelers daaraan wat lires en goodwill overhouden.

Na een overvloedige lunch, met bakjes gemalen pepertjes om de pasta op Ethiopische sterkte te brengen, fungeert Tomassini als gids en begeleider. Hij troont de spelers mee naar het lieflijke hooggeleden dorpje Montecastello Vibio, met een schitterend uitzicht over de Tibervallei. Een vriend die net zijn middagdutje wil gaan doen, wordt overgehaald om de plaatselijke bezienswaardigheid te openen, het kleinste theater ter wereld. Tomassini belt ook de burgemeester van zijn dorp om een ontvangst op het stadhuis te regelen, en belooft de spelers voor later een rondleiding door Perugia.

“Het zijn fantastische mensen,” zegt hij. “Ze zijn heel bescheiden, gaan vroeg naar bed, drinken alleen maar water. Ik ben blij dat ik dit voor hen kan doen.”

De Ethiopiërs kijken hun ogen uit en laten met veel plezier de opgevangen Italiaanse woorden over de tong rollen. Ciao ragazzi. Buongiorno. Grazie. Zelf spreken ze alleen Amhaars, de taal van de groep die lange tijd de boventoon heeft gevoerd in Ethiopië maar nu in de verdrukking zit. Praten moet via de tolk-begeleider. “Wij zijn dankbaar”, is het refrein als deze de groep in een kring heeft gezet en wat vragen mogelijk maakt.

“Er zijn in ons land grote etnische problemen”, vertellen ze. “Je kan niet werken, je kan je niet verplaatsen. Er is geen vrijheid. Een meerderheid van de mensen heeft het niet goed bij ons. Daarom hebben we politiek asiel aangevraagd. Als Italië dat weigert, hopen we naar een ander land te gaan.”

Waarom hebben ze Italië gekozen? “Omdat het Europa is. In Afrikaanse landen hadden we geen politiek asiel kunnen vragen, want die hebben afspraken gemaakt met de regering in Ethiopië. Italië is een democratie. Wij willen leven in een democratisch land.”

De Ethiopiërs hebben in Rome te horen gekregen dat ze na twee maanden uitsluitsel krijgen over hun verzoek om asiel. Op de vraag of ze hopen te voetballen in Italië, zeggen ze dat dat van later zorg is. “We hebben dit allereerst gedaan als een keuze voor vrijheid en vrede. Daarna komt de rest pas. We zien wel.”

Het bestuur van Perugia wuift alle suggesties dat de club op deze manier aan nieuw talent hoopt te komen, weg als malicieus. “De waarheid is dat ze hier om politieke redenen zijn gekomen, niet om te voetballen,” zegt clubmanager Francesco Ghirelli. “Wij hebben hun voor enige tijd onze hulp aangeboden omdat we vinden dat voetbalclubs ook moeten denken aan degenen die in moeilijkheden zijn.”

De hulptrainer van Perugia, Mauro Amento, is skeptisch over hun mogelijkheden voor professioneel voetbal in Italië. “Je kan duidelijk zien dat onze oefenstof nieuw is voor hen”, had hij na de ochtendtraining verteld, terwijl de spelers onder de douche stonden te zingen. “Het voetbal in hun land is toch van een heel ander niveau. Het gaat allemaal wat onwennig. Maar ze luisteren goed, voeren de schema's precies uit zoals ik zeg. Op hun inzet is niets aan te merken.”

Zouden ze kunnen meedraaien in de Serie A? Amento neemt een paar trekken van zijn sigaret en schudt dan beslist zijn hoofd. Hij heeft de spelers nog maar een paar dagen onder zijn hoede, maar schat in dat de meesten zich in het Italiaanse betaalde voetbal niet staande kunnen houden. Ook niet in de Serie B of C. “Er zijn drie of vier redelijke spelers, maar over het algemeen is het niveau dat van de dilettanten”, te vergelijken met de Nederlandse hoofdklasse amateurs. “Maar ik hoop dat ze kunnen blijven. Als ze niet bij een of andere club kunnen spelen, vinden ze vast wel op een andere manier werk in Italië.”