The Black Crowes sloom, opwindend

Concert: The Black Crowes. Gehoord: 15/2 Paradiso Amsterdam.

Nog nooit was een popconcert zo sloom en toch zo opwindend als dat van The Black Crowes, afgelopen zaterdag op de eerste van twee uitverkochte avonden in Paradiso. De neo-hippiegroep uit Atlanta gaat er prat op dat ze rockmuziek maakt met deuren en ramen, waardoor ze zo nu en dan een zuchtje country of funk laten binnenwaaien. Otis Redding en Duane Allman keken goedkeurend toe vanuit de muzikantenhemel, terwijl de broodmagere bonenstaak Chris Robinson zich op blote voeten en met Jezusbaard overgaf aan vurige soulmuziek met langgerekte gitaarimprovisaties. Vooral slidegitarist Marc Ford speelde een glansrol en kreeg meer ruimte dan bij eerdere concerten.

Niet het oeverloze geneuzel van The Grateful Dead, maar de ongeremde bezieling van stadgenoten The Allman Brothers stond model voor de manier waarop The Black Crowes hun muziek alle kanten op lieten waaien. In een walm van wierook en omringd door Tibetaanse bidprenten hielden ze het twee en een half uur vol met een repertoire dat zoals gebruikelijk enkele veelzeggende coverversies omvatte.

Met Oh Sister van Bob Dylan kreeg het countrygevoel ruim baan in de samenzang van de gebroeders Chris en Rich Robinson, terwijl het explosieve Downtown van Crazy Horse onderstreepte dat The Black Crowes wel degelijk kunnen rocken binnen de beperkingen van een beknopte popsong. Geef ze echter de kans en ze improviseren er lustig op los, in zweverige hippieliedjes als How Much For Your Wings of in de priemende blues van Thorn In My Pride.

The Black Crowes verkennen het grensgebied tussen rock en soul met nummers die sinds het compacte debuutalbum Shake Your Money Maker (1990) steeds losser van structuur zijn geworden. Desondanks lieten juist de rafelige songs van de onderschatte voorlaatste cd Amorica zaterdag de grootste indruk achter. De getergde blues van Cursed Diamond zette de toon voor ouderwets emotionele en met zichtbare geestdrift gespeelde muziek.

Welbewust werd na eerdere concerten in sporthallen van Ahoy'-formaat een stap terug gedaan naar het clubcircuit, waar het ware bluesgevoel beter is gewaarborgd. Als geen andere rockgroep schiepen The Black Crowes een intieme sfeer met muziek die veel dieper reikt dat het 'retro'-etiket dat hen tegen wil en dank werd opgeplakt. 'Have mercy baby', smeekte Robinson als een in trance verkerende baptistenpredikant, 'I'm descending again.' Wie het wilde zien, zag hem boven het zelf meegebrachte kasjmirtapijt zweven.