Telecom VS blij met WTO-overeenkomst

NEW YORK, 17 FEBR. De Verenigde Staten zijn tot het uiterste gegaan om een zo gunstig mogelijk internationaal telecommunicatieakkoord te krijgen. Het was niet voor niets dat de Amerikaanse onderhandelaars in april vorig jaar boos wegliepen. Nu zijn er meer concessies gedaan en dat komt de VS goed uit. Zij hebben immers groot belang bij de wereldwijde liberalisering van de telecommunicatiemarkt.

Afgelopen weekend werd dan ook alleen in superlatieven gesproken over het bereikte akkoord, dat Amerikaanse telecombedrijven meer mogelijkhden biedt om elders telefoonverkeer te verzorgen. De Amerikaanse onderhandelaar, Charlene Barshefsky, verscheen samen met de topmensen van enkele grote telecombedrijven, zoals AT&T, MCI en Sprint, om het akkoord aan te prijzen. “Een zestig jaar oude traditie van telecommunicatiemonopolies en gesloten markten is vervangen door opening van die markten, deregulatie en vrije concurrentie”, zei Barshefsky, die het akkoord omschreef als “een van de belangrijkste handelsovereenkomsten van de 21ste eeuw”.

Toch werd er ook gemopperd. Hoewel de VS besloten dit weekeind eieren voor hun geld te kiezen had het ook opnieuw mis kunnen lopen. De onverzettelijkheid van Japan en Canada bij het toelaten van Amerikaanse bedrijven is sommigen een doorn in het oog. Japan staat bijvoorbeeld niet toe dat een buitenlands bedrijf meer dan 20 procent van een Japans telecombedrijf bezit.

Canada ging na aandringen niet verder dan 46,7 procent. Ook Mexico vindt dat een buitenlands bedrijf niet meer dan 49 procent van een Mexicaanse telecommunicatiemaatschappij mag bezitten. Er wordt nog dooronderhandeld maar als tegenmaatregel kondigen de VS bijvoorbeeld aan de toegang van Canadese tv-zenders tot de Amerikaanse markt te beperken.

Senator Ernest Hollings, een Democraat uit South Carolina, wil dat het akkoord, waarvan veel details gisteren nog onduidelijk waren, in het Congres aan de orde komt. Ook dreigde hij de herbenoeming van Barshefsky in gevaar te brengen. Volgens Hollings is het onaanvaardbaar dat de VS niet de onbeperkte toegang genieten in landen die wel alle vrijheid krijgen in de VS.

Voor de Amerikaanse telecombedrijven gaat er letterlijk een wereld open. Tot nu toe konden ze in slechts eenvijfde van de grote telecommunicatiemarkten meeconcurreren, maar na 1 januari 1998 wordt dat 95 procent.

De grootte van die markt wordt geschat op 600 miljard dollar. De omvang van die markt zou zich in de komende decennia verdubbelen of zelfs verdrievoudigen. In de bekendmakingen hield men niet op te herhalen hoeveel goedkoper internationale gespreks- en datacommunicatie wordt en dat er duizend miljard dollar kan worden bespaard in de komende veertien jaar.

Dat er zoveel kan worden bespaard komt doordat er zoveel meer kan worden omgezet, met name door Amerikaanse bedrijven. Ten eerste groeit het internationale telefoonverkeer in de VS twee keer zo hard als het nationale. Het maakt nu ongeveer 10 procent uit van de omzet van de telecombedrijven.

Daarnaast staan de grote bedrijven te popelen om hun diensten aan te bieden in minder ontwikkelde landen. En niet alleen diensten maar ook de apparatuur, waar het vaak ook nog aan ontbreekt. De Amerikanen hebben daarbij het voordeel boven de meeste Europese bedrijven dat ze binnenslands gewend zijn aan concurrentie. Ze hebben bovendien de macht en het kapitaal achter zich om gemakkelijker toegang te krijgen in andere landen.

De telecom- en technologiebedrijven juichten dan ook. Motorola, GTE, Lucent Technologies zijn een paar van de bedrijven die apparatuur maken voor telefoonverkeer.

Andere telefoonmaatschappijen, zoals US West en Bell Atlantic, zijn ook al jaren actief in het buitenland en hebben nu alleen maar meer mogelijkheden. AT&T, MCI en Sprint zijn enkele van de grote Amerikaanse bedrijven met het grootste marktaandeel in internationaal telecomverkeer, vanuit de VS.

MCI heeft een overeenkomst om te worden overgenomen door British Telecom. Sprint heeft een alliantie met Deutsche Telekom en het Franse Telecom. AT&T werkt samen met Unisource, waar onder meer de Nederlandse PTT deel van uitmaakt plus de Zweedse, Zwitsers en Spaanse tegenhangers.

Dat geheel zit weer in Worldpartners, een samenwerkingsverband met Singapore Telecom en het Japanse KDD. Afhankelijk van de daadkracht van AT&T zou Unisource de dominante speler in Europa kunnen worden of Worldpartners op mondiaal niveau.

Analisten verwachten acquisities en een lange periode van consolidatie. Enerzijds bevordert de liberalisering, zoals die in de afgelopen tien jaar in onder meer de VS en Groot-Brittannie al te zien was, het ontstaan van veel kleinere telecombedrijven, anderzijds kunnen alleen goed gekapitaliseerde, grote bedrijven straks een rol van betekenis gaan spelen. De groeimogelijkheden van de telecommunicatie zijn duizelingwekkend. Jack Grubman, telecom-analist bij Salomon Brothers, illustreert dit altijd met de uitspraak: “De helft van de wereldbevolking heeft nog nooit een telefoongesprek gevoerd.”