Oeigoeren geloven niet langer in vreedzame weg

In het westen van China zijn onlusten uitgebroken tussen Han-Chinezen en Oeigoeren. Oeigoerse leiders, in ballingschap in Kazachstan, geloven niet meer in een vreedzame oplossing.

ALMATY, 17 FEBR. De leider van de Organisatie voor de bevrijding van Oeigoerstan mag met recht een doorzetter genoemd worden. Na twintig jaar gevangenschap in een Chinese cel heeft Sabit Abdrachman zijn idealen niet uit het oog verloren. De zelfstandige staat voor het Turks-islamitische Oeigoerenvolk zal er komen. Vanuit zijn bescheiden hoofdkwartier, de voorkamer van zijn woonhuis in een modderige buitenwijk van de Kazachse hoofdstad Almaty, smeedt Abdrachman, samen met zes leden van het centraal comité van de organisatie, nieuwe plannen voor de bevrijding van de Westchinese provincie Xinjiang. China, zo heeft het comité juist vastgesteld, zal 'hun' land nooit vreedzaam afstaan. Politieke oplossingen lijken uitgesloten.

Het heeft lang geduurd eer Abdrachman tot een dergelijke conclusie is gekomen. Toen de leraar literatuur zich in 1960 uitsprak voor een onafhankelijke staat van Oeigoeren, pakte het Chinese communistische regime, dat tien jaar daarvoor de provincie formeel had geannexeerd, hem onmiddellijk op. In de gevangenis bleef Abdrachman geloven in een vreedzame oplossing, en na zijn vrijlating in 1981, en zijn vertrek naar Kazachstan, kon hij niet van de gedachte worden af gebracht dat de Chinezen uiteindelijk overstag zouden gaan.

Maar de recente bloedige opstand in de Xinjiangese stad Yining, heeft Abdrachman, en vele Oeigoerse ballingen met hem, doen twijfelen. Anderhalve week geleden gingen daar duizenden moslimjongeren de straat op om te protesteren tegen de aanwezigheid van de almaar groeiende Han-Chinese gemeenschap. Chinese winkels werden geplunderd, auto's stonden in brand en de stad veranderde in een slagveld. De Chinese autoriteiten spraken van tien doden en een honderdtal gewonden, de Oeigoeren in Kazachstan weten evenwel dat het om het drievoudige gaat.

“China is een grote slang”, zegt Imam Abdul Abdishakir, om de wurggreep van het land, dat in het afgelopen jaar meer dan vijfduizend Oeigoeren opgepakt heeft, te illustreren. De Imam, die in 1962 China ontvluchtte, gelooft dat geweld de enige oplossing is om de onafhankelijkheid van Xinjiang te verkrijgen. “Het is beter te sterven met een wapen in handen, dan te sterven van de honger”, zegt de 67-jarige Oeigoer. Zijn donkere ogen schieten vuur wanneer hij vertelt over het voorkeursbeleid dat de Chinese autoriteiten voeren. Oeigoeren verdienen het minst, krijgen de slechtste banen, delen geen verantwoordelijkheid en van een 'buitengewoon warme relatie tussen de etnische volken van Xinjiang', zoals de Chinese kranten begin vorige week nog meldden, mag geen sprake zijn. “Als de 'verchinezing' van Xinjiang in het huidige tempo doorgaat, dan blijft niets van het Oeigoerenvolk over.”

Inmiddels bestaat 38 procent van de bevolking in Xinjiang uit Han-Chinese migranten (in 1949 was dat 15 procent) en veel van de 8,5 miljoen Oeigoeren die Peking formeel tot het Chinese volk rekent, geloven dat zij binnen enkele jaren een minderheid zullen vormen op het eigen grondgebied. Gedwongen huwelijken van Oeigoerse vrouwen met Han-Chinese mannen en massale sterilisaties behoren al lang tot het verleden, maar alles wijst er volgens Oeigoerse ballingen in Kazachstan op dat China, meer dan ooit te voren, korte metten wenst te maken met de nationalistische sentimenten in Xinjiang.

De strijd voor een onafhankelijke Oeigoerse staat is niet nieuw en heeft de afgelopen tweehonderd jaar voortdurend voor spanningen gezorgd. In de jaren veertig was zelfs even sprake van een onafhankelijke Republiek van Oost-Turkestan, die een enorm gebied bestreek: van de huidige grens met Mongolië in het Oosten tot de Aral-meer in het Westen. Lang duurde die ogenschijnlijke onafhankelijkheid echter niet, want wat in 1944 door twaalf Oeigoeren werd gesticht, nota bene op initiatief van Stalin zelf, werd in 1949, na de oprichting van de Volksrepubliek China, met harde hand ingenomen door het Chinese Volksbevrijdingsleger.

Abduraf Maksum Ibrahima, de secretaris-generaal van het comité van oprichting van het toenmalige Oost-Turkestan, is om onduidelijke redenen de enige overlevende van wat hij noemt 'het complot van Moskou'. “Stalin heeft ons een eigen staat bezorgd vanuit de verwachting dat China, eenmaal bevrijd van alle verlammende oorlogsactiviteit, het 'Chinese deel' van Oost-Turkestan onmiddellijk zou veroveren.” Stalin liet de Chinezen begaan en was volgens Ibrahima verantwoordelijk voor de moord op de elf mede-oprichters van Oost-Turkestan. Een vliegtuig, op weg naar Moskou zou zijn neergestort, maar in werkelijkheid, zo weet de voormalige derde man van het bestuur van Oost-Turkestan, landde het toestel in Moskou en verdwenen zijn elf collega's op mysterieuze wijze in handen van Stalins geheime politie.

Die periode uit de geschiedenis van de Oeigoerse onafhankelijkheidsstrijd is, aldus veel Oeigoeren, typerend voor de houding van Moskou en Peking jegens de specifieke wensen en belangen van de Centraal-Aziatische Oeigoeren. Peking, zo weet één van hen te vertellen, is daarbij in de leer gegaan bij Moskou. “Het verhaal gaat dat Stalin Mao Zedong tijdens een ontmoeting in Moskou aan de hand van een grap heeft duidelijk gemaakt hoe de Chinese leider diende op te treden tegen de 'separatistische' krachten in Xinjiang”, aldus Aliev Abbas, een oude Oeigoerse vluchteling uit China. “Stalin gaf Mao een levende kip die niet te vangen bleek. Pas nadat de vleugels van het beest waren gekortwiekt, was Mao in staat de kip te pakken. Stalin illustreerde daarmee de wijze waarop China de onafhankelijkheidsbeweging in Xinjiang diende aan te pakken. Dat is daarop ook gebeurd.”

Veertig dagen geleden was Abbas nog in China, voor de opstand in Yining, toen het grensverkeer tussen Kazachstan en China nog probleemloos verliep. Zo heeft hij zelf kunnen vaststellen hoe stevig het bewind in Peking de touwtjes in handen heeft. “Het is opvallend te zien hoe de onverzettelijkheid van de Chinezen, na de val van de Sovjet-Unie en de oprichting van drie onafhankelijke republieken langs de grens met Xinjiang, is toegenomen”, zegt hij in een mengelmoes van Oeigoers en Chinees. Ook hij twijfelt na het gewelddadige optreden van het Volksbevrijdingsleger in Yining, over de methode van aanpak van de Chinezen. “We moeten druk uitoefenen op de Chinese regering, dat moet diplomatiek mogelijk zijn”, zegt Abbas, terwijl hij zijn handen in de lucht gooit. “Maar we kunnen het niet alleen. Dat geldt behalve voor ons, ook voor de Tibetanen en de Mongolen.”

Iedere vorm van hulp is derhalve welkom en de zoon van Abbas, een kaalgeschoren meubelmaker in het bezit van een Mercedes, speelt met de gedachte een fonds op te richten voor 'de bevrijding van Xinjiang'. “Ik heb veel zakenvrienden en gezamenlijk is het mogelijk het geld voor de aankoop van wapens aan te trekken. Als het buitenland niets doet, zullen we de wapens moeten oppakken”, zegt hij.

Abbas senior gelooft vooralsnog in een diplomatieke oplossing. Het vorig jaar door Oeigoerse ballingen opgezette lobby-centrum in Washington, The East Turkestan National Freedom Center, en de vele kleinere Oeigoerse belangenorganisaties wereldwijd, moeten uitkomst bieden. Het moet het wantrouwen van het Westen jegens de Oeigoerse moslims uit de wereld helpen. “Wij hebben niets te maken met pan-islamitische ideeën”, zegt Abbas, die het onderwerp liever geheel uit de weg gaat. “We hebben vrijwel geen contacten met de islamitische wereld en met fundamentalistische denkbeelden willen wij niets te maken hebben. Dit is zuiver een kwestie van nationalisme. In het toekomstige Oost-Turkestan zullen staat en religie gescheiden zijn.”

Weinig ballingen evenwel lijken er nog vanuit te gaan dat China Xinjiang uit handen zal geven. De strategisch gunstig gelegen provincie steekt diep de Centraalaziatische regio in en, veel belangrijker, de bodem van Xinjiang, die goed is voor een zesde van China's totale landoppervlak, is rijk aan natuurlijke mineralen, olie en landbouwgrond. Daar beschikt China over de grondstoffen die de overbevolkte regio's langs de kust en in het centrum van het land, door de volgende eeuw moeten helpen.

De vooruitzichten voor een voor de Oeigoeren gunstige afloop van hun lange, roerige geschiedenis, zijn er in het afgelopen jaar niet beter op geworden. De overeenkomst tussen Rusland, China, Tadjikistan, Kyrgizië en Kazachstan, in april, bewijst volgens veel ballingen dat er, sinds Stalin en Mao het op een akkoordje gooiden, weinig is veranderd. De vijf landen kwamen in Shanghai overeen het wederzijdse grensgebied te demilitariseren en de Oeigoeren zijn ervan overtuigd dat zij een belangrijk onderwerp van gesprek zijn geweest tijdens dit overleg, dat China heeft beschreven als 'historisch'. “China heeft de andere vier landen economische steun toe gezegd als ieder van de overlegpartners zou beloven de Oeigoerse nationalistische activiteit binnen zijn grenzen de kop in te drukken. Kazachstan, dat economisch aan de grond zit, heeft daar zonder aarzelen mee ingestemd”, zegt Abbas.

Het overtuigend bewijs voor die koehandel levert Sabit Abdrachman, de leider van de Organisatie voor de bevrijding van Oeigoerstan. Hij staat nog maar net aan het hoofd van de organisatie, met een aanhang van bijna zesduizend Oeigoeren in Centraal Azië, omdat zijn voorganger, Ashir Vahidi, een voormalige kolonel uit het Sovjet leger, vlak voor de besprekingen in Shanghai, door een groep gemaskerde Kazachen in elkaar werd geslagen. De 74-jarige Vahidi raakte daarbij een oog kwijt en bleek niet meer in staat zijn werk voor de organisatie voort te zetten. Abdrachman is derhalve gewaarschuwd en betracht grote voorzichtigheid. De lange arm van de Chinese regering reikt verder dan Xinjiang.

Het zijn dergelijke gebeurtenissen die de Oeigoerse gemeenschap in Almaty hebben doen besluiten dat alleen de aandacht van de wereldgemeenschap nog uitkomst kan bieden. “Toen Duitsland Nederland bezette, waren de Nederlanders toch ook niet in staat een oplossing te vinden? Alleen met hulp van buitenaf is jullie land bevrijd”, zegt de oude Abbas. Abbas junior wuift de indirecte smeekbede van zijn vader resoluut weg, hij rekent niet langer op het buitenland. “Als ik en mijn vrienden aan wapens kunnen komen, dan trekken we de grens over. Ik wil terug naar Xinjiang, want ik ploeg liever mijn eigen grond, dan hier, achter het stuur van mijn Mercedes, door het land van vreemden te rijden.”