'Knuffelcongres' zonder dwarsliggers

De Partij van de Arbeid gelooft weer in zichzelf: ze ziet ruimte voor nieuw sociaal beleid en perspectieven voor een tweede-kabinet Kok. Verslag van een 'knuffelcongres'.

DEN HAAG, 17 FEBR. Door de Partij van de Arbeid waait een geest van eensgezindheid. In gesloten formatie zette de partij vrijdag en zaterdag de eerste grote stappen naar het belangrijke verkiezingsjaar 1997. Zo koos de partij massaal voor Adelmund als nieuwe partijvoorzitter en accordeerde zij drie rapporten voor het nieuwe verkiezingsprogramma.

Het 26ste partijcongres was een knuffelcongres. Men was aardig voor Felix, die ging; men was aardig voor Karin, die kwam en men was dol op Wim, die blijft. Veel applaus en veel gezoen begeleidden de besluitvorming. Dwarsliggers waren thuisgebleven, harmonie kreeg de voorrang.

Die harmonie heeft enkele achtergronden. Prettige opiniecijfers voor de PvdA en een gunstig economisch klimaat zijn de belangrijkste redenen voor het positieve klimaat. “Het gaat goed met Nederland en het gaat ook goed met de partij”, zo stelde partijleider Kok vast.

Het regeren begint de PvdA te bevallen. Na vier jaar pijnlijk bezuinigen onder Lubbers/Kok en na desastreuze verkiezingen in 1994 geven 'paars' en het economisch getij de partij weer ruimte. Nu de kiezer Kok steeds meer begint te belonen - in sommige peilingen is de PvdA de grootste partij - hervindt de PvdA zijn zelfvertrouwen. “Wij zijn de partij van de lange adem”, zei marathonloper Kok.

De nieuwe partijvoorzitter Adelmund speculeerde al vrijmoedig over een tweede kabinet-Kok. Ze noemde het 'paars-plus', een kabinet met grotere invloed voor de PvdA. “De VVD heeft te vroeg gepiekt, jammer voor B.”, zo wist Adelmund.

Voor de partij is het een prettig gegeven dat de leegloop tot stand is gebracht. Het ledental stabiliseert zich (rond de zestigduizend leden) en hier en daar melden zich weer nieuwe leden aan. Dat is nieuw, want ten tijde van de WAO-crisis in 1991 en de moeizame jaren erna stapten er alleen leden op.

De soepele besluitvorming op het congres is ten dele het resultaat van de vernieuwing, zoals die door het voorzittersduo Rottenberg/Vreeman in gang is gezet. De PvdA kende lang een gesloten circuit van besluitvorming, waarbij het congres als een standpuntenmachine - met grote liefhebberij voor de komma's en de punten - opereerde. Amendementen in plaats van dicussie, veel papier in plaats van overleg.

Inmiddels probeert de partij de meningsvorming opener te laten verlopen. Zo gingen aan de opstelling van het rapport-Adelmund over sociale zekerheid scenario-bijeenkomsten vooraf die tot doel hadden meningsvorming uit te lokken. Daarna trokken de opstellers van het rapport met hun nota langs de partij-afdelingen; in het geval van Adelmund langs zo'n honderdtal. Die methode leidde tot een uitvoerig intern debat en uiteindelijk tot afgewogener besluitvorming. Het resultaat is dan onvermijdelijk dat de discussie op het congres minder pontificaal verloopt.

Met de drie nota's die het congres vaststelde, schetste de partij de eerste contouren van het nieuwe verkiezingsprogramma: een nieuwe visie op sociale zekerheid; een nieuw instrument voor de oude dag (het AOW-fonds) en een pragmatische buitenlandse politiek (uitbreiding EU en NAVO). Partijleider Kok was er content mee. En hoe kan het anders, het congres liep hem op geen enkele manier voor de voeten.

Zonder gedonder kreeg de PvdA ook een nieuwe voorzitter. Eén die door de leiding was uitgezocht - een procedure waartegen de partij niet rebelleerde. Integendeel, Karin Adelmund werd met massale steun gekozen en mocht haar dubbelfunctie (partijvoorzitter en Tweede-Kamerlid) behouden. De partijtop wilde geen lastig gedoe in het pré-verkiezingsjaar en de achterban honoreerde dat moeiteloos. Over twee jaar, als de verkiezingsklus is geklaard en de kabinetsformatie achter de rug is, zal de partijtop nog eens kijken óf een partijvoorzitter eigenlijk wel Kamerlid kan zijn. Adelmund heeft dan haar werk gedaan.

De voormalige FNV-bestuurder behoort in de PvdA tot de categorie-Pronk: ze is mateloos populair en weet de sentimenten van de achterban te raken. Als ze zegt dat de PvdA een programma moet schrijven “dat in de harten van mensen staat” raakt ze bij het congres een gevoelige snaar. Als zij proclameert dat de PvdA “sociaal zal zijn of niet-zijn”, koesteren ze haar. En als zij na haar verkiezing de congresgangers vraagt uit hun stoelen te komen om enkele gymnastiekoefeningen te plegen, doen deze dat moeiteloos. Harmonie over het programma; eensgezindheid over personen - de Partij van de Arbeid heeft het wel eens anders meegemaakt.

Economische groei en oplopende opiniepeilingen zorgen in een pré-verkiezingsjaar voor een prettige stemming. De relativering moest komen van de gaande man. Vertrekkend partijvoorzitter Rottenberg plaatste als enige kanttekeningen bij de euforie in de PvdA-gelederen. Rottenberg heeft alle recht van spreken. Als geen ander weet hij hoe taai het vernieuwingsproces in de PvdA verloopt. Hij waarschuwde de PvdA dan ook dat ze “niet terugvalt in automatismen die een machtsorganisatie altijd weer bedreigen. We zijn uit een crisis, maar laat u zich niet verleiden door de waan van de macht”, zei hij zowel tegen de partijtop als de achterban.

Het congres hoorde het aan, klapte er ook voor, maar koesterde vooral het herwonnen zelfvertrouwen. Het-gaat-goed-met-ons-gevoel heeft voorlopig nog een dunne basis: de economische meevallers dreigen al te worden opgegeten door tekorten in de sociale fondsen en gunstige opiniepeilingen zijn ruim een jaar voor verkiezingen sowieso een kwetsbaar bezit. Resteert de vraag: hoeveel tegenwind kan de PvdA verdragen voor de geest van eensgezindheid wordt aangetast?