Duivelse Tomba voorkomt dat hij sterft als eenzame held op ski's SESTRIERES, 17 FEBR. In de namiddag wanneer een striemende, ijskoude wind op 2.400 meter hoogte langs de flanken van de Bianchetta-helling giert, gooien de slalomskiërs zich bij wijze v...

Het geluid van de ski's tegen de Kippstangen klinkt onheilspellend hard. De Noorse skiërs storten zich in ijshockeybroeken als bezeten naar beneden. Ze zoeken opgezweept door hun trainers naar agressie en ritme. Jagge, Aamodt, Furuseth en Stiansen tonen hun fabelachtige techniek en duivelse gedrevenheid. Als de favorieten Sykora uit Oostenrijk en Tomba uit Italië al naar het dal zijn teruggekeerd, zijn de Noren nog druk doende zich in het zweet te werken.

Hoe opwindend skiën en met name de slalom kan zijn, wordt anderhalf uur voor de twee races om de wereldtitel in Sestrieres ondubbelzinnig aangetoond. Topsport door mannen die de controle over hun lichaam en geest dienen te beheersen. Een moment van concentratieverlies of technische onvolkomenheid, een niet goed gewaxte ski of geslepen skikant en ze gaan ten onder. Sommigen zijn bijna gek geworden, sommigen bijna invalide, anderen houden stand en blijven de wereld verbazen met sensationele manoeuvres. Wie Tom Stiansen enkele uren nadat hij verrassend de wereldtitel had veroverd, zag lachen met een scheef getrokken hoofdband, begreep dat hij nog niet helemaal in de greep was van de beproevingen.

Stiansen beloofde het die nacht op een zuipen te zetten, samen met zijn landgenoten en trainers. Domweg om zich af te reageren op de spanningen die hij als 26-jarige jongeman uit Oslo had moeten doorstaan. Hoe vaak was hij niet door zijn trainers uit de selectie gezet, en was hem verweten dat hij geen mentaliteit had en niet hard genoeg trainde? Zijn vader, in de jaren zestig een Noors kampioen schaatsen, wilde dat hij ook ging schaatsen, en zijn moeder zei dat hij beter kon gaan golfen. Maar Tom Stiansen vond schaatsen “niks, zo verschrikkelijk dom en saai” en golfen “gewoon ontspanning”, zoals hij zaterdagavond met veel mimiek verwoordde, dat hij het bleef proberen als skiër. Hij zocht spanning, avontuur, uitdaging, echte sport.

Zo zijn de meeste Noorse skiërs. Vraag het duivelse Furuseth, de wilde Jagge, de atletische Aamodt, de zwijgende Kjus en onverschillige Skaardal. Veertigduizend toeschouwers en negen miljoen tv-kijkers verwachtten zaterdag spektakel in het licht van de felle schijnwerpers. Bijna iedereen verwachtte technisch perfecte races van de lichtvoetige Sykora en Reiter, wat betreft gevoel voor ritme, estethiek en gedrevenheid de Noerejevs van de slalom, of de geliefde Sloveen Kosir, anderen rekenden op Tomba, maar bijna niemand voorspelde een zege voor de Noor Stiansen. In de nachtelijke kou van Sestrieres zal geen toeschouwer teleurgesteld naar huis zijn gegaan. Zelfs de Italianen, die al vanaf vroeg in de middag begeleid door accordeons hun liefde voor Tomba en het leven bezongen, vierden nog lang feest.

Tomba leek te bezwijken onder de immense druk die media en publiek op hem legden. Zeker nu hij in de nadagen van zijn loopbaan een keer de wereldtitel in zijn eigen land voor zijn eigen supporters moest zien te behalen. Waar de Noren zich uitsloofden, slingerde Tomba zich 's middags maar een keer over de oefenpiste. Bang om zich te forceren en schichtig in de nabijheid van nieuwsgierigen. In de eerste manche moest hij als eerste starten. Vroeger was dat zijn geliefde positie. Nu was hij voorzichtig, durfde hij de concurrentie niet te confronteren met een snelle race. Hij realiseerde uiteindelijk slechts de zevende tijd, liefst anderhalve seconde achter de verrassende Fransman Amiez. Niet alle Italianen zongen toen nog. Maar toen Tomba langs de stille supporters schoof op weg naar een massage, wees hij nog eens nadrukkelijk op zijn borst. Alsof hij wilde zeggen: Ik kom terug, reken op mij!

En Tomba keerde terug: zoals men hem kent, als een aanvaller, niet bang om te vallen en te falen, krachtig en technisch subliem. Zo kende iedereen Tomba, zo opwindend, met de duivel op zijn hielen en Italië op zijn nek stortte hij zich naar beneden. Italianen krijsten en zongen, nuchtere types zochten vergeefs naar verklaringen voor dit meesterwerk. Meisjes verloren hun beheersing en vlogen jongens om de nek. Er werd gedanst en gezoend van opwinding, ski-analytici begrepen er niets van. Waar haalde deze dikke, zogenaamd volgevreten levensgenieter het vandaan? “Techniek, kracht en vechtlust”, zei een oude Italiaan. “Wie zoveel eer, aandacht en geld via contracten zoals met de gemeente Sestrieres te verliezen heeft, gooit alles in de strijd. Tomba heeft alles. Wanneer hij had verloren, was hij eenzaam geweest. Helden die eenzaam zijn, sterven”, zei de journalist die al een leven lang voor Corriere dello Sport schrijft en de legendarische Fausto Coppi Sestrieres zag veroveren.

De favorieten Sykora, Reiter en Stangassinger faalden, Kosir was nergens meer. Amiez miste met zijn ski's bijna al het tweede poortje en kon zijn zenuwen niet in bedwang houden. Alleen de Noren bezweken niet onder het geweld van Tomba. Stiansen realiseerde uiteindelijk de snelste totaaltijd en de ontketende Furuseth kwam maar een oogopslag te kort om Tomba nog van de derde plaats te stoten. Drie wereldtitels wonnen de Noren afgelopen week, drie keer werden ze tweede. Skaardal was de snelste op de adembenemende afdaling, maar niets was zo sensationeel als de zege van Stiansen op de avond van Tomba.