DISSONANTEN

Louis Andriessen: De materie (None Such, 7559-79367-2)

Arvo Pärt: De Profundis (Harmonia Mundi France, 907182)

Dat dissonanten (misschien het best te definiëren als: bewust onaangename samenklanken) in de hedendaagse muziek iets heel anders betekenen dan in die van een eeuw geleden, blijkt wanneer je vlak na elkaar de muziek van Louis Andriessen en die van Arvo Pärt beluistert. Van beide verscheen recent een cd-opname met enkele van hun bekendste werken: De Materie van Andriessen, De Profundis en andere religieuze werken van Pärt. Andriessen is de componist van het gewapende beton: spijkerharde akkoorden denderen in een hoekige ritmiek over de luisteraar heen. Pärt is juist de componist van de schone schijn: welluidende, mystiek-getinte klanken slepen zich in trage samenklanken voort.

Het gekke is, dat alleen bij Pärt echte dissonanten te horen zijn, terwijl de muziek van Andriessen aanzienlijk ruwer klinkt. Dissonanten bestaan bij de gratie van consonanten. Tussen de heldere briljantjes van Pärt vallen tegen elkaar aan schurkende tonen dan ook des te meer op. Zijn muziek refereert daarmee aan het verleden; Pärt is de traditionalist. Bij Andriessen volgt de ene dissonant op de andere, waardoor uiteindelijk het hele idee van dissonantie verdwijnt. De samenklanken zijn geluidsbrokken; het gaat uiteindelijk alleen nog om hun samenhang, om tempo en ritme waarin ze elkaar opvolgen. Andriessen is de modernist.

Op zijn tijd zijn beiden genietbaar, zeker wanneer ze worden uitgevoerd door voortreffelijk ensembles als Theatre of Voices van Paul Hillier (Pärt) en Schönberg en Asko Ensemble onder leiding van Reinbert de Leeuw (Andriessen). Paul Hillier weet de transparantie van Pärt toch enige stevigheid te geven. Reinbert de Leeuw maakt met zijn precisie Andriessens gewapende beton alsnog doorzichtig.