Bule's bij de Hash

Bule (spreek uit: bulé) is de Indonesische bijnaam voor blanke buitenlander. Het woord komt van bulai (albino). De meeste Jakartanen zeggen het bij wijze van duiding: 'ah, een blanke'.

Kinderen roepen het buitenlanders vaak om dezelfde reden schaterlachend na: 'kijk daar nou eens, wat een grote blanke'. Toch is het niet altijd zo aardig bedoeld. Soms wordt het je nagegromd door de haveloze constructie-arbeiders die dag en nacht bouwen aan de wolkenkrabbers van het Indonesische economische wonder, of klinkt het laag en onheilspellend uit een groepje jongens werkloos rondhangend in een van de luxueuze winkelcentra. Met dit negatieve bule bedoelt de gewone Jakartaan een bepaald soort blanke: de buitenlandse werknemer of expatriate, afgekort: expat. Het prototype expat, meestal een man, is consultant, manager of ingenieur en woont - met of zonder gezin - op een ommuurd terrein in een villa met zwembad en personeel. Hij drukt zijn affiniteit met het gastland uit door zijn Indonesische woordenschat zorgvuldig beperkt te houden tot 'rechtdoor, links, rechts en stop' en 'één, twee of meer bier'.

Ook Nederlanders voldoen naadloos aan deze negatieve betekenis van het woord bule. De doorsnee expat wordt nu eenmaal niet geselecteerd op bewezen gevoeligheid voor het land waarin hij gaat werken. En kennelijk is ook de Hollandse nuchterheid niet bestand tegen de weelde van het zwembad, de kok, de huishoudster, de chauffeur, de nachtwaker en desgewenst het kindermeisje. Het is zelfs opmerkelijk hoeveel Nederlanders meedoen aan een spelletje dat, tenminste in Jakarta, bepaald koloniaal aandoet: de 'Hash'.

De Hash is een oorspronkelijk typisch Engels tijdverdrijf, naar verluidt ontstaan in het voormalige Brits-India. Een paar 'hazen' zetten met papiersnippers een spoor uit, compleet met dwaalsporen, dat door een groep rennend gevolgd moest worden. Na afloop at men een soort hachee of hutspot, vandaar 'hash'. Overal ter wereld waar Britten wonen zijn sindsdien Hash-clubs ontstaan die regelmatig 'runs' organiseren. Hashes worden bijvoorbeeld ook gehouden in Den Haag en Paramaribo. In iedere streek hebben de Hashes zich aangepast aan terrein en klimaat - in Egypte rent men in de woestijn, op Sumatra in de jungle, elders in de sneeuw - en vooral de plaatselijke cultuur van de expat-gemeenschap.

In Jakarta verzorgt het gezelschap The Hash House Harriers bijna dagelijks een Hash. Op een doordeweeksemiddag in de heuvels even buiten de stad staat op een braakliggend terrein een lange rij auto's. Chauffeurs helpen hun bazen in hun sportkleding. Zo'n vijfentwintig mannen en vijf vrouwen rennen vervolgens luid schreeuwend de sawahs in. De snelste lopers vooraan geven namelijk vocaal te kennen dat zij een spoor hebben gevonden, ofwel kwijt zijn en de langzaamsten roepen voortdurend om het contact niet te verliezen. Daarbij klinkt voortdurend getoeter van de trompetblazer die achterblijvers de weg moet wijzen. De plaatselijke bevolking is bekend met het fenomeen: Hashes worden naar het schijnt van te voren aangekondigd en schade wordt vergoed. Zodoende kijken de bewoners nauwelijks op wanneer een meute brullende, doorweekte en bemodderde westerlingen over hun erf draaft.

Na ruim een uur blaast de trompetter het eindsignaal en zorgt iedereen voor het donker weer bij het vertrekpunt te zijn. Daar is intussen een vrachtwagen van en met Bintang Bier verschenen. Voor de vaste deelnemers aan de Hash staan de chauffeurs bij hun auto al klaar met een watertankje om de ergste modder af te spoelen. Eenmaal opgefrist komen de deelnemers in een grote kring om een mobiel barretje staan. Er zijn diverse hoge functionarissen van grote buitenlandse ondernemingen en een groot aantal jongere expats uit verschillende landen, vooral Engeland en Nederland. De vrouwen zijn, op één na, de partners van de aanwezige heren. De gespreksleider bespreekt luid orerend - de voertaal is Engels - de verrichtingen van de lopers. Iedereen wordt voor zijn prestatie 'beloond' met een pul bier: de snelste en de traagste loper, maar ook degene met de fraaiste short of de lelijkste schoenen. Zodra aan iemand een pul is toegewezen wordt een, niet al te snugger, lied ingezet dat eindigt met het zingen van 'down, down, down', gedurende welke de pul zo snel mogelijk dient te worden geleegd. Het down-zingen houdt pas op als de pul op de kop boven het hoofd wordt gehouden. Vrouwen krijgen een klein pulletje, mannen een grote. Een Indonesische werknemer zorgt discreet voor een voortdurende aanvoer van volle pullen. Het is de taak van de gespreksleider om telkens nieuwe 'prestaties' te vinden en deze met pullen te honoreren: bijvoorbeeld het dragen van je hand in je broekzak (playing with the family-juwels). Tegelijk dragen de overige deelnemers luid schreeuwend geestig bedoelde elementen aan voor de conversatie, die naar goed Brits gebruik vrijwel altijd over seks gaat. Ook de Hash-namen waarmee de vaste Hashers elkaar aanspreken, zijn bepaald seksistisch getint. Mannelijke Hashers heten bijvoorbeeld Menstrual Clod of Camel Fucker, een vrouw gaat door het Hash-leven als Gang Bang.

Het hoogtepunt van de bijeenkomst is het moment waarop aan één deelnemer een reusachtige pul dient te worden uitgereikt, gevuld met lekbier van de tap. Hier ontstaat zowaar iets van een virtuoze rondspraak wanneer Britten, Duitsers en Nederlanders elkaar uit alle macht deze pul proberen aan te smeren. Grote vreugde bij de andere naties als een Duitser het monster voor zijn neus krijg, enige slokken drinkt en de rest dan maar over zijn hoofd giet. Nu is het tijd voor het diner. Het gezelschap waggelt naar de auto's en bezoekt - nog steeds in shorts, bemodderd en stinkend naar bier - een restaurant ergens in Jakarta. Na afloop staan de auto's weer klaar. 'Rechtdoor', brabbelt de werkgever tegen zijn chauffeur. Het moeten deze chauffeur en zijn collega's zijn die in hun vriendenkring goede sier maken met verhalen over het gedrag van de baas, de vleesgeworden bule.