Ambulances rekken levensduur van Tory-bewind

LONDEN, 17 FEBR. Britse Labour-parlementariërs willen er alleen over praten als hun naam niet in de krant komt. Over de stemming van vanavond die tot vervroegde verkiezingen kan leiden. Ze zeggen dat de kans op succes gering is, dat het debat alleen bedoeld is om de regering in de aanloop naar de verkiezingen in het defensief te dwingen. En toch, en toch, zeggen ze met stemmen die in toonhoogte stijgen, koesteren ze nog een sprankje hoop.

De Conservatieven kennen in het openbaar geen twijfel. Natuurlijk winnen ze vanavond de stemming overtuigend. Maar ze wensen geen enkel risico te nemen. Bewindslieden die in het buitenland verblijven, komen speciaal overvliegen voor de stemming. Minister van Buitenlandse Zaken Malcolm Rifkind uit Hongkong. Eén van zijn staatssecretarissen, Jeremy Hanley, uit Quatar. Alle hens aan dek, luidt het motto. De spanning is groot.

Zelfs zieke Lagerhuis-leden mogen niet verzuimen. Desnoods worden ze aangevoerd per ambulance, zoals eind vorige maand bij een andere belangrijke stemming ook al gebeurde. Nog geen 24 uur na een zware hernia-operatie moest het Conservatieve Lagerhuislid Charles Goodson-Wickes zijn fractie steunen, gelegen in een ziekenwagen op de binnenplaats van Westminster. Achter hem stond een ambulance met zijn collega Michael Grylls. Andere parlementariërs, zoals Tom Arnold en Peter Griffith, werden per rolstoel het parlement binnengereden. Alleen Julian Critchley, lijdend aan prostaatkanker en polio, kreeg permissie afwezig te zijn.

De stoet van zieken en nooddruftigen die de regering aan de macht moet houden, roept herinneringen op aan de nadagen van de laatste Labour-regering. Oudgedienden in het Britse Lagerhuis denken nog vaak terug aan de dag dat het laatste Labour-kabinet ten val kwam. Het was de 28ste maart 1979. Labour had al maanden eerder haar meerderheid in het Lagerhuis verloren. Margaret Thatcher, fractieleider van de Conservatieven, diende een motie van wantrouwen in om een kreperende regering uit haar lijden te verlossen. De uitslag was 311 tegen 310 stemmen. Premier Callaghan bleef geen andere keuze dan vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Dat was het begin van bijna achttien jaar Conservatief bewind.

Die 28ste maart stond er op de de binnenplaats van Westminster ook een karavaan van ambulances. Eén van de zieke Labour-parlementariërs bewoog niet meer en reageerde ook niet op kreten. Een Conservatieve fractiefunctionaris weigerde hem bij de stemming mee te tellen zolang hij geen tekenen van leven vertoonde. Vertwijfeld rukte de Labour-parlementariër Walter Harrison aan de draden die zijn zieke collega met een hartslag-monitor verbonden. Uiteindelijk vertoonde het scherm weer, een weliswaar onregelmatige, uitslag. Maar deze ene stem kon Labour niet meer redden. De stem van een ander ernstig ziek Lagerhuislid, Alfred Broughton, had de regering wel voor vervroegde verkiezingen kunnen behoeden. Maar premier Callaghan had het “onmenselijk” geoordeeld om de man speciaal van Yorkshire naar Londen te laten transporteren. Broughton overleed enkele dagen nadat het Lagerhuis de motie van wantrouwen tegen zijn regering had aanvaard.

De geschiedenis herhaalt zich, maar de afloop kan verschillen. Bijna achttien jaar nadat Labour tot de oppositie werd gedwongen, doet de partij een poging om de Conservatieven te verdrijven. Ze heeft een motie ingediend om het salaris van de Conservatieve minister van landbouw Douglas Hogg te verlagen. De wijze waarop hij de rundvleescrisis heeft aangepakt, is zo'n aaneenschakeling van “onbekwaamheid, domheid en verspilling”, schreef Labours vice-leider John Prescott gisteren in The Independent on Sunday, dat ze een passend symbool vormt voor de regering-Major. Als de motie vanavond wordt aangenomen, komt Labour morgen met een motie van wantrouwen tegen regering. Bij verlies van de Conservatieven mogen de Britten in maart al naar de stembus gaan.

Maar de Conservatieven bezetten in het Lagerhuis nog altijd net zoveel zetels als alle oppositiepartijen samen: 322. En de regering heeft het achter de schermen al op een akkoordje gegooid met de negen man sterke fractie van de Ulster Unionisten. Ze zal de Europese Commissie vragen om bij het exportverbod op Brits rundvlees zo snel mogelijk een uitzondering te maken voor vlees uit Noord-Ierland, omdat die regio nauwelijks gekke koeien-ziekte kent. Callaghan weigerde in 1979 om zich tot “een dergelijke koehandel” te verlagen met de Ulster Unionisten, die ook destijds al een sleutelpositie bezetten. Maar de Conservatieven, zeggen Labour-parlementariërs, klampen zich tot het laatst toe vast aan de macht.