Aangenaam absurdisme

Mosselvocht, nr 10, 96 blz. Te bestellen via gironr. 3048721. Prijs ƒ 10,-. Mondzeer en de Reuzenkreeft nr 20, 30 blz. Gironr. 7236801. Prijs ƒ 6,-.

Het begint met de rozenstruiken, dan volgen een kamperfoelie, een vlier, een merelnest en een stuk of wat katten. Daar blijft het niet bij: al snel duikt de merel zelf op, en vervolgens een taxus, wat geraniums en teunisbloemen, een den, fluitekruid en zelfs een puttertje ('een bijzondere vogel'). We zijn dan op pagina drie van de eerste bijdrage.

Wie mocht veronderstellen dat alle flora en fauna in het literaire tijdschrift Mosselvocht iets met de naam te maken heeft, komt bedrogen uit - zelfs geen thema verbindt de bijdragen aan het tiende nummer van het blad. Toch lijkt de natuur een soort rode draad te vormen. Zo trekken er op de bladzijden die volgen nog een mosselman voorbij, wat haringen en een perzik, en zelfs een hele meute pissebedden, die in het verhaal 'Insektentempel' van Valentijn Wagenaar met een primitieve molotov-cocktail hardhandig worden uitgeroeid.

Mosselvocht is een van die vele literaire tijdschriften die slechts te krijgen zijn bij Atheneum Nieuwscentrum in Amsterdam en een enkele andere boekhandel in het land - meestal in de buurt van een van de redacteuren, zodat die het tweemaandelijkse stapeltje per fiets kan afleveren. Een ander belangrijk verschil met reguliere literaire tijdschriften als Maatstaf of De Gids, is het advertentiebeleid.

Waar de 'regulieren' vooral advertenties bevatten van boeken die bij de overkoepelende uitgeverij verschijnen, worden Mosselvocht en collega Mondzeer en de Reuzenkreeft gedragen door slechts één adverteerder, die ze ook nog eens zorgvuldig op de laatste pagina hebben wegstopt: een plaatselijke copyrette die haar bijdrage volledig in natura lijkt te hebben voldaan.

Mosselvocht noemt zichzelf 'lanceerbasis voor niet of nauwelijks gepubliceerd schrijftalent'. Dat die omschrijving niet helemaal op bluf berust, blijkt uit Zoetermeer, een officieel tijdschrift, uitgegeven door Nijgh & Van Ditmar. In het laatste nummer van dit blad, dat eind vorig jaar verscheen, treffen we Mosselvocht-redacteuren Harmen Lustig en Steven de Munnik aan, de eerste opnieuw als redacteur, de tweede als auteur, terwijl voormalig Zoetermeer-redacteur Menno Wigman nu bij Mosselvocht onderdak heeft gevonden.

Aan alles is te zien dat Mosselvocht met minder geld en mogelijkheden is gemaakt dan Zoetermeer, maar daardoor mist het blad ook het pretentieuze aura van 'serieuze literatuur'. Weliswaar ontbreken de buitenlandse auteurs die de Nijgh-inbreng min of meer garandeert, daar staat tegenover dat ik een verhaal als 'De loop van het recht' van Paul Jonker met meer plezier heb gelezen dan enige Nederlandse bijdrage aan de vorige Zoetermeer.

De sfeer van het verhaal doet een beetje denken aan die van 'De Dierenwinkel' (de Jiskefet-sketch): een zielige, maar niet zuiver op de graat werkende vogelkweker en tuinier wordt door twee anonieme boekhouders in het nauw gedreven. 'Van jouw hobbyisme hebben we al een aantekening, Van Mik. Die aantekening zullen we bevestigen.' Waarom ze dat in vredesnaam doen, blijft je ook als lezer lang onduidelijk, wat het verhaal een aangenaam soort absurdisme geeft. Jammer dat Jonker op het einde alles nog even uitlegt: hier wreekt zich het gebrek aan ervaring en een goede eindredacteur.

Een ander bijverschijnsel van de werkwijze van Mosselvocht is dat het blad een aantal bijdragen bevat van auteurs met merkwaardige namen, waarvan je je gedurende het lezen blijft afvragen of hier geen studentikoze grap wordt uitgehaald. Wat te denken van dat ene gedicht van Ubbo-Derk Hakholt (1921, Groningen) of die drie onzinnige verhalen van Valentijn Wagenaar (1947), woonachtig te Goes en auteur van twee verhalenbundels bij uitgeverij De Horizon?

Zulke bijdragen ontbreken jammer genoeg in Mondzeer en de Reuzenkreeft, tijdschrift voor literatuur, dat alweer aan haar twintigste aflevering toe is. Het blad heeft wel een verhaal opgenomen van Yorgos Dalman, redacteur van Mosselvocht: een verhaal over een moordende wafelijzerverkoper, dat inhoudelijk net zo merkwaardig is als het onderwerp. Mondzeer heeft pretenties, maar weet die in dit nummer niet helemaal waar te maken.

Zo vinden we op de 28 pagina's A-4-formaat ondermeer een verkapte aanval op Arnon Grunberg, veel poëzie, een verhaal over een man die vreemdgaat met zijn schoonzus en wat aforistische gedichten van het niveau: “In een trein / kun je met nietsdoen / heel ver komen.” Op dit moment is Mondzeer en de Reuzekreeft nog geen Mosselvocht en een andere naam zou ze allebei geen kwaad doen.