Werk van Britse foto-pionier Eadweard Muybridge te zien in Utrecht en Maastricht; Extreme opwaardering van oude fotografie

Vandaag openen twee exposities met werk van de 19de-eeuwse foto-pionier Eadweard Muybridge. Een gesprek met de Utrechtse galeriehouder Ton Peek over de hoge prijzen voor oude foto's in Amerika en de geringe belangstelling in Nederland.

Tot 29/3 bij Ton Peek Photography, Oudegracht 295, Utrecht. Vrij. en za. 12-17 uur en op afspraak. Tot 19/5 in Bonnefantenmuseum, Avenue Ceramique 250, Maastricht. Di. t/m zo. 11-17 uur.

UTRECHT, 15 FEBR. Eigenlijk is het te laat. Was hij er maar twintig jaar geleden mee begonnen. Ze kostten toen bijna niks. Waarom zag hij er destijds de schoonheid niet van in? Waarom kwam dat inzicht pas jaren later? Galeriehouder Ton Peek (1952) doet er lacherig over. Het lachen vergaat hem nu eenmaal zelden. Maar daaronder zindert het zelfverwijt over die kans van weleer.

De tijd biedt hem nu een herkansing. Hij mag handeldrijven in 19de-eeuwse en vroege 20ste-eeuwse fotografie. “Overal in het huis liggen boeken; ik lees, ik kijk, ik heb achterstanden in te halen.” Intussen pakt Peek alweer de volgende catalogus op, alsof de bezoeker nog moet worden bekeerd tot datzelfde, prettige geloof in de fotografische incunabelen.

In zijn Utrechtse galerie hangen vanaf vandaag de vroege opnamen van een bevallige vallei in Californië, getint als oude thee en gemaakt door C. Watkins. Daarnaast presenteert Peek zo'n twintig werken van Eadweard Muybridge (1830-1904), de pionier van de bewegingsfotografie die in 'slow-motion' op 781 platen van 20.000 genummerde foto's liet zien hoe mens en dier zich voortbewegen. Door het minimale en conceptuele karakter van de 'Human and Animal Locomotion', zoals de serie platen wel wordt genoemd, zijn ze de laatste jaren ook in eigentijdse beeldende kunstkringen weer zeer populair.

Het toeval wil dat het Bonnefantenmuseum in Maastricht nu eveneens Muybridge-ogenblikken presenteert, een particuliere, langdurige bruikleen van vijftig platen. In een sloom verloop herhaalt zich twintig, dertig maal het galopperende paard, de wandelende vrouw en de worstelende man. Het museum had nog geen enkele Muybridge in huis. Nu hoopt het de serie voor altijd te bezitten; “en er is geen reden te noemen waarom dat niet zo zal zijn”, aldus een woordvoerder.

Het zelfverwijt van galeriehouder Peek is onder meer gerelateerd aan de extreme opwaardering die diezelfde vroege fotografie de laatste jaren met name in Amerika, mede dankzij de koopdrift van het Californische Paul Getty Institute, heeft doorgemaakt. De grijzige winkeldochters van toen zijn de vette prooien van nu, hoewel dat zeker niet voor alle vergeelde familieportretten opgaat.

Bracht in 1991 een opname van Andre Kertész - de pijp en de bril van Piet Mondriaan - zo'n negenduizend gulden op, vorig jaar werd voor dezelfde foto van 9,5 bij 11,5 centimeter bij Sotheby's circa anderhalve ton neergeteld. De prijs voor een Muybridge is binnen een paar jaar verdubbeld. Christie's New York veilde in 1993 al een Alfred Stieglitz voor bijna acht ton, fotowerken van Man Ray liggen tussen de drie- tot zeshonderdduizend gulden en opnamen van Paul Outerbridge, Edward Weston of El Lissitzky, allen eveneens uit begin deze eeuw, kwamen de laatste jaren voor zo'n drie ton onder de hamer.

Toch kan men ook in Amerika voor bescheiden bedragen nog steeds 19de-eeuwse vintage-prints van mindere goden kopen. Maar de veilingklant is wel veel kritischer geworden, zegt een New-Yorkse fotografie-expert bij Christie's; hij wil alleen opnamen in uitstekende staat, vraagt alle mogelijke documentatie op en koopt gerichter. Vooral op 19de-eeuwse daguerreotypen, wordt nu extreem hoog geboden, aldus Christie's New York.

De naam Ton Peek dook in 1985 al op in het Amsterdamse galeriecircuit. Behalve foto's van Robert Mapplethorpe en Pierre Molinier, verkocht hij eigentijdse schilderkunst. “Alles moest nieuw en nog eens nieuw zijn. De gedrevenheid van jonge kunstenaars sprak mij zeer aan. Maar of ik nu Philip Akkerman of Joost van den Toorn bracht, men kwam wel kijken, maar kocht nauwelijks. Niemand zat er blijkbaar op te wachten en ik moest al die jonge exposanten steeds weer in hun grootse verwachtingen teleurstellen.

“Dat enthousiasme voor die te dure, jonge kunst heb ik nu niet meer. Ik kan me erover verbazen dat jonge fotografen tegenwoordig duizenden guldens vragen voor een opname met een oplage van tientallen exemplaren, omdat ze datzelfde bedrag nu eenmaal ook krijgen van de diverse gemeentelijke aankoopcommissies.”

De ontmoeting met een Londense fotohandelaar parachuteerde Peek drie jaar geleden in de heliogravures, de woodburytypieën de albuminedrukken, die hij nu vooral betrekt van veilinghuizen in Parijs, Londen en New York. Steeds vaker krijgt Peek opdrachten van particulieren om in het buitenland op werk van specifieke fotografen te bieden.

Terwijl we met elkaar praten belt een onbekende heer aan met een bundeltje vroeg-20ste-eeuwse Nederlandse stadsgezichten, blote gevels plus een enkel rijwiel. Ook in die toevalligheden wil Peek grossieren. “Pas nog stapte hier iemand van de fiets met een pakket prachtige 19de-eeuwse, architectonische opnamen van de Italiaanse fotograaf Giuseppe Nincy.”

Vergeleken met Engeland en Amerika stelt de Nederlandse belangstelling voor 19de-eeuwse fotografie weinig voor, vertelt Peek. “Bezoekers verbazen zich erover dat sommige bekende opnamen überhaupt te koop zijn. Soms vraagt iemand om een fotokopietje van wat er in de etalage hangt. De vroege reisfotografie uit het Midden-Oosten is nog steeds geliefd. Opnamen van Franse en Britse lieden, die nieuwsgierig de koloniën en hun bouwkundige verleden afstruinden. Zij investeerden graag in hun koloniën, terwijl de Nederlanders er liever geld uit haalden.”

Peek prijst zijn Londense en New-Yorkse collega's, die er alles aan doen om de bezoeker te informeren en te enthousiasmeren. De veilingen daar getuigen van kennis, discipline en collegialiteit. In de Parijse handel heerst chaos. Bij veilinghuis Drouot mogen de slordig gepresenteerde foto's op kijkdagen nauwelijks nader worden bekeken en de galeriehouders zien in bezoekers vooral lastpakken.

“Ik werk meestal op afspraak, zodat ik bepaalde foto's uitvoeriger kan toelichten”, zegt Peek. Men is door de gemakkelijke reproduceerbaarheid van de platen nog steeds bang beduveld te worden. Toch merk ik dat veel klanten na een eerste aankoop terugkomen om er meer te bekijken. Meestal koop ik in wat me persoonlijk aanspreekt en het gaat me vaak aan het hart dat ik er afstand van moet doen.”

Behalve opnamen van de Sfinx en de piramide van Gizeh, een Von Gloeden-knaapje of het Forum Romanum in Rome, waar elk menselijk leven lijkt weggeretoucheerd, verbergen Peeks laden ook albums met anonieme, 19de-eeuwse opnamen uit Japan. Ze werden, net als bij de beroemde fotograaf Beato, zoet ingekleurd en bijgeschilderd. Op landschappen met eeuwig uitbundige bloesem voegde men graag ook nog even de Fuji toe, alsof vanuit alle hoeken van het keizerrijk die ene mistige berg altijd viel waar te nemen.

Mondiaal is het terrein van de historische fotografie inmiddels grondig afgegraasd. Desondanks had diezelfde markt onlangs nog een verrassing in petto: vroeg-20ste-eeuwse, anonieme opnamen uit de voormalige Sovjet-Unie. De Russische staat exporteert nieuwe afdrukken van oude negatieven, compleet met het daar altijd onmisbare goedkeuringsstempeltje. De foto's gaan grif van de hand in Amerika. Peek waagt zich er niet aan. “Ze zijn te nieuw, te jong. Ik zou er veel voor over hebben om hier nog meer kostbare foto's van Kertész te brengen. Later misschien, als de markt er rijp voor is. Voorlopig wil ik behoedzaam opereren en vooral een vraag creëren.” De vraag naar Muybridge, dit keer, die menigeen met zijn ontgoochelende fotorealisme zoveel beter heeft leren kijken.