Wereld mobiele telefonie ruziet over veilen licenties

DEN HAAG, 15 FEBR. Het kabinet-Kok wil graag dat Nederland voorop loopt bij de ontwikkeling van hoogwaardige infrastructuur, zoals de mobiele telefonie. Het veilen van nieuwe licenties moet leiden tot meer marktwerking en lagere kosten zodat 'mobiel bellen' voor elke Nederlander bereikbaar wordt. Tegelijk moet de veiling van frequenties voor mobiele telefonie honderden miljoenen guldens in de staatskas brengen.

De twee bestaande aanbieders van mobiele telefonie, PTT Telecom en Libertel, zijn echter niet blij met de manier waarop de overheid de marktwerking in de mobiele telefonie wil organiseren. In een wetsvoorstel van minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) is opgenomen dat de bestaande aanbieders van mobiele telefonie een naheffing moeten betalen, gebaseerd op de opbrengst van de derde licentie van mobiele telefonie die dit jaar wordt geveild. PTT Telecom en Libertel zien zich zo geconfronteerd met een aanslag die kan oplopen tot honderden miljoenen guldens.

Libertel kondigde deze week aan zich hiertegen tot het uiterste te verzetten. Het telecombedrijf voelt zich gesteund door de Raad van State die bezwaren aantekent tegen deze constructie. PTT Telecom en Libertel kregen enige jaren geleden 'gratis' hun licentie op grond van kwaliteitseisen en nu verandert de overheid plotseling de spelregels. Verkeer en Waterstaat stelt daarentegen dat PTT Telecom en Libertel vanaf het begin wisten dat een naheffing boven hun hoofden hing. In correspondentie tussen de overheid en de marktpartijen is dit volgens het ministerie meerdere keren ter sprake gekomen.

Enige demagogiek kan Libertel niet worden ontzegd bij het uitspreken van de verwachting dat de prijs van het mobiel bellen omhoog zal gaan. Uit onderzoek is gebleken dat in andere landen de veilingprijs vooral ten laste is gekomen van de winst. Het zijn dus vooral de eigen aandeelhouders van Libertel, ondermeer ING, Vendex en Vodafone Groep, die iets zullen merken van een heffing. Het valt nog te bezien of de consument de rekening zal moeten betalen, zoals Libertel deze week dreigend liet horen.

Verkeer en Waterstaat treedt 'marktordenend' op in de mobiele telefonie. Libertel en PTT Telecom die al langer actief zijn en geen prijs voor hun frequenties hebben betaald, mogen geen extra voorsprong krijgen ten opzichte van nieuwe marktpartijen die hoge kosten moeten maken voor hun licentie. Die voorsprong is extra lucratief nu de opmars van de mobiele telefonie indrukwekkend blijkt: voor het einde van dit jaar is naar schatting 10 procent van de Nederlanders 'mobiel bereikbaar', voor het einde van het jaar 2000 verwacht Libertel dat 20 procent van alle Nederlanders een mobiele telefoon zal hebben. PTT Telecom en Libertel zullen tegen de tijd dat het nieuwe net operationeel is zo'n drie jaar voorsprong hebben.

Maar Libertel sneed ook een meer fundamenteel probleem aan. De naheffing zou op gespannen voet staan met het beleid van Jorritsma om mobiele telefonie in Nederland verder te stimuleren. Het bedrijfsleven wil zélf bepalen hoeveel spelers de Nederlandse markt kan hebben.

Minister Jorritsma was in 1995 van mening dat de Nederlandse markt slechts één extra landelijke vergunning voor mobiele communicatie kon verdragen. Door opnieuw één extra landelijke DCS 1800-vergunning toe te wijzen en pas in 2000 de resterende frequenties te verdelen, wordt de opmars van mobiele telefonie vertraagd. Sommige telecomjuristen opperen zelfs dat de bemoeienis van Jorritsma in strijd is met de Europese richtlijn, die liberalisering van de mobiele communicatie beoogt.

Nederland was ooit vooruitstrevend bij het vrijmaken van de telecommarkt. Nu is veel tijd verspeeld met debatten over regels en concurrentieposities en is de voorsprong op andere EU-landen is verspeeld, zo somberde Libertel-directeur J. de Wit deze week. In de meeste andere landen van de Europese Unie zijn meerdere DCS1800-vergunningen toegewezen. En met de hoogwaardige infrastructuur in de Scandinavische landen, waar vrijwel iedereen met een mobiele telefoon rondloopt, kan Nederland zich al helemaal niet meten.

    • Paul Wessels