Van kindermoord tot 'kinderdoding'

Kunnen de kindermoorden psychologisch worden verklaard? Een psycholoog en een psychiater over de grenzen van het begrip en het wijkende taboe op doden.

BUNNIK, 15 FEBR. Wat vermag de psychologie? Forensisch psycholoog Derks, die in zijn lange loopbaan bij het Pieter Baan centrum en de Utrechtse reclassering heel wat misdaden heeft geanalyseerd en verdachten heeft gesproken, ziet veel beperkingen. “Je moet de situatie in kaart brengen om tot een oordeel te komen. Dat kan alleen door je in de situatie te verplaatsen, door deelname en tegelijk door afstand te nemen”, zegt hij in zijn Bunnikse woning met inbraakalarm.

Toch is er de afgelopen maanden na elke kindermoord een stroom verklaringen op gang gekomen van psychologen en deskundigen die de verdachten nooit hadden gezien. De laatste kindermoord had afgelopen dinsdag in Hoofddorp plaats. De daders van de reeks moorden zouden slachtoffers zijn; van eenzaamheid, van een slechte omgangsregeling, van wanhoop, verborgen agressie of onverwerkte rouw.

Naar aanleiding van de eerste Hoofddorpse moord op twee kinderen, afgelopen 15 januari, opende het NOS-journaal met een tien minuten durend interview met Dr J. van den Bout. Deze deskundige bekleedt de door het Landelijk Steunpunt Rouwverwerking en de Nationaal Fonds voor Geestelijke Volksgezondheid gefinancierde bijzondere Utrechtse leerstoel Verliesverwerking. De Stichting Kind en Omgangsrecht riep op tot een nationale rouwdag, voor de vermoorde kinderen, maar in zekere zin ook voor de tragiek van gescheiden vaders in het algemeen. Sommige verdachten zijn gescheiden vaders.

Derks heeft heel wat telepsychologiche verklaringen zien passeren. “Het beste wat men daarvan kan zeggen is dat het de troost biedt van de causaliteit”, vindt hij. “Dergelijke toepassing van psychologie is in hoge mate onpersoonlijk en sluit deelname uit.”

De Assense psychiater, dr. J. Pols, ziet in de psychologische uitleg een vorm van bescherming. “Dat gewone mensen zoiets doen in het gewone leven, is zo absurd. De psychologie leent zich ertoe om het van je af te zetten”, zegt hij. “Iemand die het slechte wil, is bedreigender dan iemand die ten prooi is aan gevoelens die hij niet kon beheersen. Het is gemakkelijker om de dader gek te verklaren dan om te accepteren dat de samenleving zo verdorven is.”

Zelfs als Derks zich helemaal inleeft, blijft het voor hem altijd een vraagteken; waarom de verdachte van droom tot daad is overgegaan, waarom hij zich niet - als andere ongelukkigen - op tijd kon hernemen. Het vergelijken van de gezinsomstandigheden is te algemeen volgens Derks. Vele tienduizenden mannen gaan gebukt onder moeilijke omgangsregelingen. Vele duizenden kampen hun leven lang met de tragische gevolgen van de dood van een kind. In 1995 stierven er bijvoorbeeld 406 kinderen tussen één en tien en 1.041 zuigelingen.

Psychologische verklaringen zijn meestal tegenstrijdig. In Amerikaanse processen staat tegenover de psychiater-getuige van de advocaat, de deskundige van de openbare aanklager. Het proces tegen David Hinkley, die in 1981 president Reagan en zijn medewerkers had neergeschoten, was een publiek duel tussen psychiaters met tegenovergestelde meningen. Volgens de een was Hinkley volkomen krankzinnig, volgens de ander was hij geheel bij zijn verstand. De Amerikaanse dr. Thomas Szasz bekritiseerde deze gang van zaken. Hij vindt dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn daden. In een reeks boeken pleitte hij voor afschaffing van dwangopname en het beroep op ontoerekeningsvatbaarheid. Psychiatrische hulp kan alleen worden gegeven aan degenen die dat wensen. Dit standpunt wordt nog door weinigen gedeeld. Ook Pols, die op Szasz is gepromoveerd, wil niet zo ver gaan. “In het geval van verwardheid is het toch moeilijk vol te houden dat iemand verantwoordelijk is voor alles wat hij doet”, zegt hij. Onder deskundigen is er steeds meer steun voor dwangverpleging.

Het begrip voor bepaalde delicten is volgens Pols sterk historisch bepaald. Er wordt veel aandacht geschonken aan het leed van de verdachten van de kindermoorden. Voor verkrachters is in de loop der tijd het begrip minder geworden. Ze zijn niet meer zielig. Pols: “Verkrachters gelden als gewoon slecht. Bij behandeling moeten ze er eerst grondig van worden doordrongen hoe slecht ze zijn.” Zwervers worden volgens Pols steeds vaker als geestelijk gestoorden gezien. Vroeger werden ze zonder pardon naar de Rijkswerkinrichting in Veenhuizen gestuurd.

Derks ziet een mogelijk verband tussen de kindermoorden en de opheffing van het taboe op doden in het euthanasiedebat. “Door invoering van de generaliserende term 'euthanasie' wordt bij onkritische geesten de huiver voor het doden weggenomen”, vindt hij. Ook op ander gebied vindt verhullend taalgebruik ingang. Zelfmoord wordt “zelfdoding”. Deze week berichtte het persbureau ANP over “kinderdoding”.

In 1995 had een vrouw in Amerika haar twee kinderen omgebracht door hen, gezeten in kinderstoeltjes op de achterbank, het meer in te rijden. Aanvankelijk zei ze dat een zwarte man haar kinderen met auto en al had ontvoerd. Uiteindelijk bekende ze en ze haalde daarmee de woede van de publieke opinie op de hals. Haar zaak werd tot op de kleinste details in de media beschreven. Geen familielid werd overgeslagen voor een interview. Er was weinig begrip bij het publiek. Ze kreeg levenslang. Haar daad werd niet nagevolgd.

De man, die in Krimpen aan de IJssel na de dood van zijn vrouw en het vertrek van zijn vriendin zijn drie zoontjes had vermoord, kreeg van de Rotterdamse rechtbank twintig jaar. Deze ferme straf heeft de reeks kindermoorden niet kunnen stoppen.

Derks vindt strafoplegging belangrijk, hoe sterk hij zich ook in sommige verdachten kan inleven. Niet om te voorkomen dat de verdachte het nog eens doet, maar voor generale preventie. Derks herinnert zich een geval uit de jaren zeventig van een man die zichzelf en zijn hele gezin wilde vermoorden, omdat zijn vrouw wilde scheiden. Hij doodde zijn zoontje maar slaagde er niet in zichzelf te verhangen. Voor de rechter verklaarde hij “dat de mens niet mag scheiden wat God heeft verbonden”. Een psychiater achtte hem schizofreen, een ander omschreef alleen zijn persoonlijkheid. Zelf zei de man dat hij de moord met het volle verstand had gepleegd. De rechtbank gaf hem tien jaar en tbs. Pas na veertien jaar dwangopname kwam hij vrij. Volgens Derks kan psychologisering soms wreder zijn dan directe afrekening door gevangenisstraf.

In een ander geval doodde een vrouw haar zoontje en werd ze zelf op het nippertje van vergiftiging gered. De psychiater verklaarde haar ontoerekenbaar omdat ze tijdens de moord aan een “depressieve psychose” leed. Daarna zou ze snel “als een Fenix uit haar as zijn herrezen”. De rechtbank ontsloeg haar van rechtsvervolging en ze mocht naar huis. Ze ging naar het buitenland, hertrouwde, scheidde en zwierf met haar kinderen door Nederland. Er ontstond weer een gevaarlijke situatie. De kinderen werden haar afgenomen. Uiteindelijk pleegde ze eenzaam zelfmoord. Het uitblijven van veroordeling en straf was haar fataal geworden.