Turkmenen zijn paupers in een rijk en onvrij land

In 1991 moest de Sovjet-republiek Turkmenistan plotseling op eigen benen staan. Hoewel potentieel een tweede Koeweit, wil het nog niet vlotten met de ontwikkeling van het gas- en olierijke land. De autocratische heerser Niyazov tracht uit het niets een eigen Turkmeense identiteit te scheppen.

ASHABAD, 15 FEBR. Een beetje misprijzend kijkt een docente aan de talenfaculteit van de universiteit van de Turkmeense hoofdstad Ashabad naar een stapeltje bankbiljetten, dat een collega zojuist op haar tafel heeft gedeponeerd. Het is haar loon voor deze maand, welgeteld 92.000 manat, nog geen dertig gulden. “Het is zo verschrikkelijk weinig”, klaagt ze. “Daarvan kun je niet rondkomen, we proberen allemaal zoveel mogelijk bijbaantjes te vinden om ons salaris wat aan te vullen.”

Velen in de vroegere Sovjet-republiek Turkmenistan moeten het zelfs elke maand met de helft of minder stellen. Dat geldt ook voor de vele vrouwen en meisjes die kleumend onder hun kleurige hoofddoeken zomaar ergens langs de weg zakjes zonnepitten zitten te venten, een geliefde en goedkope lokale lekkernij. Erg veel om het geld aan uit te geven is er trouwens evenmin. In de meeste winkels staan de schappen vol met weinig appetijtelijk ogende weckflessen, grauwe conservenblikjes en rekken met niet meer zo verse kolen.

In schril contrast hiermee staan de kostbare projecten, die de almachtige Turkmeense president Saparmurad Niyazov ter hand heeft genomen. Niet het minste daarvan is het nieuwe paleis voor hemzelf in het boomrijke centrum van de stad. Franse architecten leggen thans de laatste hand aan dit monumentale bouwwerk, dat bekroond zal worden met een gouden koepel. Ook is er een hypermoderne luchthaven aangelegd met slechts incidentele buitenlandse gasten.

Een ander wonder uit de koker van Turkmenbasi (Hoofd der Turkmenen), zoals Niyazov zich bij voorkeur laat noemen, is een boulevard in de woestijn vlak buiten Ashabad. Daar zijn liefst 23 vijfsterren hotels naast elkaar opgetrokken in sprookjesachtige stijl, de een nog weelderiger ingericht dan de andere. Doorgaans zijn alle hotels leeg en oogt het geheel uitgesproken surrealistisch, want de stad zelf is al ruimschoots voorzien van hotelruimte.

De hotels waren bedoeld voor een aanhoudende stroom buitenlandse zakenlieden, die - helaas voor Turkmenistan - nog steeds op zich laat wachten. Weliswaar heeft het land grote olievoorraden onder zijn verder zo schrale bodem zitten en is het nu al de op drie na grootste gasproducent ter wereld, maar de tragiek voor dit potentiële Koeweit van Centraal-Azië is dat het er vooralsnog niet in is geslaagd afnemers met harde valuta te bereiken.

De enige grote pijpleiding loopt naar Rusland en ander voormalig Sovjet-gebied en daaraan verdient Turkmenistan niet veel geld. De Oekraïne is Ashabad naar verluidt al jaren meer dan een miljard dollar schuldig. Een alternatief zou een pijpleiding door Iran zijn, maar hiervoor schrikken veel Westerse klanten terug. Een laatste mogelijkheid is een pijpleiding door westelijk Afghanistan naar de zuidkust van Pakistan, maar in Afghanistan is de toestand dermate instabiel dat ook dit een verre droom is. Een schrale troost is intussen voor de bevolking dat ze gratis elektriciteit, gas en water ontvangen.

Hoewel de vader des vaderlands zich dus in de hotelbusiness wat vergaloppeerde, is er niemand in Turkmenistan die hem daar ooit in het openbaar lastig over valt. Iedereen weet dat dat zeer riskant is, want de agenten van Niyazov, wiens gelaat de mensen van vrijwel elke straathoek somber aanstaart, zitten overal en de angst voor de autoriteiten zit er sinds de Sovjet-tijd diep in.

Andere partijen dan Turkmenbasi's eigen partij, die in 1991 haastig werd omgedoopt van Communistische Partij van Turkmenistan tot Democratische Partij van Turkmenistan, zijn niet toegestaan. Als het aan het hondstrouwe parlement had gelegen, was Niyazov in 1994 zelfs tot president voor het leven benoemd. Bij nader inzien vond de president zelf dit overdreven en zijn termijn loopt nu tot 2002. “Er heerst hier volstrekt geen democratische traditie”, merkt een diplomaat in Ashabad eufemistisch op.

De enigen die met enige regelmaat dissidente geluiden laten horen, zijn een handvol Turkmeense ballingen in Moskou. Het is een ironie van de geschiedenis dat die uitgerekend vanuit Moskou opereren, want het waren de Russen die ruim een eeuw geleden de Turkmenen met harde hand onderwierpen. Tot in de jaren twintig bleven die zich vervolgens fel verzetten tegen de nieuwe machthebbers.

Hoewel Turkmenbasi moeiteloos de overstap lijkt te hebben gemaakt van trouwe vazal van het Kremlin tot bewierookte vader van het onafhankelijke Turkmenistan, is zijn heerschappij minder zeker dan ze op het eerste gezicht lijkt. Slechts door snel handelen kan hij een aantal grote gevaren afwenden.

Turkmenistan is geen samenhangende staat met een lange gemeenschappelijke geschiedenis. In het uitgestrekte, hoofdzakelijk uit woestijn bestaande land, bestookten vijf, veelal nomadische stammen elkaar meestal op leven en dood. Nog steeds is de loyaliteit aan de eigen stam bij veel Turkmenen groter dan die aan hun nieuwbakken staat. Turkmenbasi moet daarom oppassen dat hij de vijf verschillende stammen tevreden houdt.

Hij doet dat tot nu toe ook door een nieuwe gezamenlijke Turkmeense identiteit uit de grond te stampen. Het belangrijkste instrument daarbij is de taal. Tijdens de Russische overheersing werd het Turkmeens nergens officieel onderwezen. Het was slechts een gesproken taal, die vooral op het platteland werd gebezigd. De laatste jaren zet men eindelijk voor het eerst koortsachtig allerlei zaken te boek in het Turkmeens. Een lastige vraag daarbij was nog in welk schrift dat diende te gebeuren: het Cyrillische of het Latijnse (de Turkse variant daarvan). Het laatste lijkt het vooralsnog te winnen.

Voorts wordt alles wat met de Turkmeense cultuur heeft te maken, verheerlijkt en met ruime subsidies besprenkeld. Zo is er in Ashabad een schitterend nieuw museum voor tapijten verrezen, vanouds een specialiteit van het gebied. Ook is er een theater waar dagelijks voor uitverkochte zalen volksdansen en muziek ten beste worden gegeven.

Op de talenfaculteit van de universiteit hangt op de gang in verschillende talen een gedicht 'Mijn lief vaderland', dat met de volgende strofen eindigt: “Moge mijn tong verlamd worden, wanneer ik iets slechts over je zeg, op het uur van het verraad aan het land, aan de president, aan je vereerde vaandel, moge mijn adem dan in m'n keel stokken.”

Turkmenbasi moet zich er echter tegelijkertijd voor hoeden dat hij de Russische minderheid, die ongeveer tien procent van de bevolking omvat, niet teveel van zich vervreemdt. Het ambtenarenapparaat en een groot deel van de economie drijft nog op de Russen, die de afgelopen decennia de lakens uitdeelden in het land.

Veel Russen, die nauwelijks Turkmeens spreken, voelen zich niet meer op hun gemak. “Tot voor kort kregen we hier nog elke week Russische kranten”, zegt een Russin, “maar dat is laatst zonder opgaaf van reden en zeer tot onze teleurstelling gestopt.” De Russen kunnen op elk gewenst moment vertrekken, want ze hebben na aandringen van Moskou een dubbele nationaliteit: de Turkmeense en de Russische. Hun vertrek zou een klap voor de toch al zwakke Turkmeense economie betekenen.

Ook moet Turkmenbasi zich in allerlei bochten wringen nu de islamitische geest weer uit de fles is in Turkmenistan. De sluiting en afbraak van talrijke moskeeën was een van de voornaamste grieven van de Turkmeense stammen tegen de Sovjet-heerschappij in de jaren twintig. Nog steeds is de overgrote meerderheid van het land islamitisch, zij het niet zeer streng. De afgelopen jaren zijn echter honderden moskeeën uit hun as herrezen.

De Turkmeense president, als trouwe communist van huis uit geen geestdriftig moslim, besefte dat hij zich als vader der Turkmenen niet aan de islam kon onttrekken. Daarom worden er nu ook van staatswege nieuwe moskeeën gebouwd. Een van de grootste staat aan de rand van de plaats Geoktepe, 50 kilometer ten noordwesten van Ashabad, een enorm nieuw gebedshuis met vier minaretten en een smaragdgroen dak. Het is er echter uitgestorven. De gelovigen prefereren hun eigen kleinere gebedshuizen.

De islam zou een zeer destabiliserende factor kunnen worden. Als de streng islamitische Talibaan in het buurland Afghanistan verder naar het noorden oprukken, zou dat gemakkelijk tot onrust onder de Turkmenen kunnen leiden. Vooral als de economische ontwikkeling achter blijft bij de verwachtingen, is dat gevaar aanwezig. Van belang is in dit verband dat de toch al kleine oogst van de kleine agrarische sector, die sterk heeft te lijden onder verzilting van de bodem door ondeskundige irrigatie, afgelopen jaar de slechtste was sinds de onafhankelijkheid. “Toen er een broodschaarste was in 1995, leidde dat ook prompt tot onrust”, herinnert zich een diplomaat.

Het was niet voor niets dat president Niyazov vorige week gastheer was voor een conferentie over hulp aan Afghanistan. Vrede in Afghanistan is zeer in het politieke en economische belang van zijn Turkmeense buren. “Er bestaat een Turkmeens gezegde”, aldus Niyazov. “Er kan thuis geen vrede zijn, wanneer het dondert bij de buren.”