TREKPAARD EN MIERENETER

HET EERSTE DAT Paul Beekers doet als hij de 4-Havo-klas binnenstapt is een aantal affiches op het bord plakken. Een van de teksten luidt: 'School. Ik wil best wat leren, maar ik ben geen dom sponsje.' Ondertekend door Loesje. Vervolgens vraagt Beekers aan de wat afwachtend op hun stoelen hangende leerlingen om hun tafels in een carré op te stellen.

“Wat gaan we eigenlijk doen?” vraagt een meisje argwanend. “Waar heb dat allemaal voor nodig?” moppert een jongen die dit allemaal wel heel veel werk vindt. De Havisten lopen niet over van enthousiasme en nieuwsgierigheid.

Voormalig leraar maatschappijleer Paul Beekers legt zijn gehoor uit dat hij van de 'afficheclub Loesje' is, ook wel aangeduid als 'De bende'. Hij is samen met collega-bendelid Katja Linders door de Amersfoortse scholengemeenschap Het Nieuwe Eemland, onderdeel van het Meridiaan College, uitgenodigd om met twee Havo-klassen affiches te maken over het nut van onderwijs, het idee van het studiehuis en de ideale school van de toekomst.

Loesje bestaat inmiddels dertien jaar en heeft landelijke bekendheid gekregen met wildgeplakte affiches met tegendraadse en grappige teksten. Maar zelf affiches maken heeft ook zo z'n nut, want je moet op z'n minst over je puntig geformuleerde boodschap nadenken. En dat gaan Paul Beekers en Katje Linders vandaag met deze Amersfoortse leerlingen doen. Met het afficheproject dat Loesje het afgelopen half jaar op scholen heeft uitgevoerd, worden leerlingen uitgenodigd hun mening te formuleren over de veranderingen die de komende tijd in het onderwijs worden doorgevoerd. Zoals het studiehuis, een nieuwe opzet voor de bovenbouw van Havo en VWO waar zelfstandig leren en eigen verantwoordelijkheid centraal staan. “Helaas wordt er consequent één groep over het hoofd gezien bij al die plannenmakerij: de scholieren zelf”, zo prijst Loesje dit project aan bij de scholen. Het kost de scholen vrijwel niets, want het optreden van Loesje is voor rekening van het Procesmanagement Voortgezet Onderwijs dat op zijn beurt weer door het ministerie van Onderwijs wordt gefinancierd.

Ondanks deze duidelijke band met de bedenkers van al die plannen presenteert Beekers zich als 'een wolf in schaapskleren'. Hij probeert de nog steeds glazig toekijkende leerlingen rechtop te krijgen met een discussie over het nut van leren. “Leerlingen zouden ook wat te zeggen moeten krijgen”, gooit hij in de groep. “Niet alleen over wat er geleerd wordt maar ook hoe”, voegt hij er aan toe. Veel weerwerk krijgt hij nog niet. Dan maar aan het werk. Hij deelt blaadjes uit en vraagt de leerlingen aan de ene kant op te schrijven waar ze de balen van hebben en aan de andere kant wat ze wel zouden willen leren en hoe ze dat zouden willen doen. Vooral de lijst met klachten is lang. Leraren zijn chagrijnig, het huiswerk is te veel, proefwerken zijn te moeilijk, boeken lezen is saai en stilzitten vervelend. School kan weinig positiefs aan deze leerlingen ontlokken. “Zijn er dan helemaal geen docenten die wel boeiend lesgeven, is er niet één vak dat jullie leuk vinden?” vraagt Beekers ongelovig aan een jongen met een petje die languit op z'n stoel hangt. Z'n boomlange benen steken lusteloos onder de tafel uit. Hij haalt z'n schouders op. “Toen ik van de Mavo kwam wist ik niet wat ik moest gaan doen, dus ben ik maar naar de Havo gegaan.” Als Beekers naar z'n vrijetijdsbesteding vraagt antwoordt hij kortweg: 'Uitgaan en brommers.'

Maar Beekers laat zich niet uit het veld slaan. Hij staat op en zegt: “Kom, we gaan geestwaaien.” Het eigenlijke teksten maken gaat beginnen. Via vrije associatie schrijven de leerlingen woorden en delen van zinnen op die met school te maken hebben. De blaadjes gaan de kring rond, en ieder schrijft er iets nieuws bij. Er komt wat beweging in de groep. Zelfs de jongen die z'n walkman zo hard heeft staan dat medeleerlingen vragen of het wat zachter mag, buigt zich over de langskomende blaadjes en laat z'n geest een beetje waaien.

Het 'berustingsvirus' onder leerlingen is groot, schrijft Beekers in een van zijn 'dagboekjes' die hij na schoolbezoeken heeft bijgehouden. “Er wordt toch niet geluisterd, leraren doen toch wat zij willen”, noteert Beekers vaak uit hun mond. Desondanks kan Loesje bij de meeste bezoeken wel een begin van een discussie loskrijgen. Beekers laat ze bijvoorbeeld vijf situaties of voorwaarden opschrijven die leren leuk, boeiend en motiverend maken. Of de leerlingen schrijven liefdesbrieven naar leraren op school. “Je had ze moeten zien kijken toen ik het idee opperde”, noteerde Beekers in z'n dagboekje. “Is dit niet al te gek? Tuurlijk. Maar de mens zit ook vol gekkigheid. En daar valt veel van te leren.” Katja Linders heeft de indruk dat middelbare scholieren graag meer zelfstandigheid willen, maar dat ze er tegelijkertijd niet goed raad mee weten. “Ze blijven naar zekerheid snakken.”

De tweede groep die Beekers deze ochtend voor zich krijgt is een stuk levendiger. “Dag meneer Loesje”, begroet een van de jongens Beekers bij binnenkomst. Het is een 4-Havo-zittenblijvers-groep die extra getraind wordt op zelfstandig leren en plannen. Als Beekers ze vraagt hun school te vergelijken met een gebouw, landschap of dier, vliegen de karakteriseringen over tafel. “Een trekpaard”, zegt een jongen met een verwijzing naar de noeste arbeid die door hem wordt verricht. “Een goudkarper in een vissenkom”, brengt een ander naar voren. “Het lijkt heel wat, toch ben je zielig opgesloten.” En een derde zegt: “School is net een miereneter, het is een beest dat allemaal kleine beestjes opeet.”

De krenten in de pap worden volgens deze leerlingen voornamelijk gevormd door de pauzes en de tussenuren. “Ik zie die hele krenten niet”, laat een wel heel somber figuur weten. Als ook hier de blaadjes weer rond gaan, vraagt Beekers ze nieuwe vakken voor school te bedenken en daarbij woorden en zinnen te associëren. Vakken die eruit springen zijn: plezierkunde, excursieleer, ontspanningsleer en kookles. Ook filosofie wordt door een meisje opgeschreven, maar daar zien haar medeleerlingen niet bijster veel in: geen filosofie, niks over God en geen onzinnig gelul, staat er na een rondje onder geschreven. Toch zouden de meeste jongens en meisjes wel naar school blijven komen als ze geheel vrijgelaten werden. “Je komt nergens”, overweegt een leerlinge. “Een diploma is wel nuttig”, brengt een ander in. Een jongen durft te zeggen dat hij wel wijzer wordt van school: “Je leert hier omgaan met mensen.”

Aan het eind van de ochtend stoppen Beekers en Linders alle blaadjes met teksten in hun tas. Binnen een week krijgen de leerlingen echte affiches met hun eigen Loesje-teksten teruggestuurd. De muren van Het Nieuwe Eemland zijn binnenkort opgesierd met de producten van een ochtendje geestwaaien: De beste leermethode heet praktijk. Zelfstandigheid: zelfs voor strafcorvee word je tegenwoordig vriendelijk uitgenodigd, School geverfd, shit, de leraren vergeten en Cijfers zeggen niets. Alles ondertekend met: Loesje.