Technolease (1)

1De artikelen in NRC HANDELSBLAD van 1 februari en de daarop volgende dagen geven wat meer duidelijkheid over de zogenaamde technolease. Jammer is dat in de artikelen nauwelijks duidelijk wordt gemaakt dat de essentie van de technolease niets anders is dan de verkoop van (fiscale) verliezen door Philips respectievelijk Fokker aan de Rabobank.

De artikelen wekken ten onrechte de indruk dat de overheid door de transacties 1,8 miljard gulden derft en de transacties de Rabobank per saldo 700 miljoen gulden opleveren.

Wat is er gebeurd? Philips (hetzelfde geldt voor Fokker) heeft aanzienlijke verliezen geleden. Deze verliezen kon Philips net als elke andere onderneming in mindering brengen op zijn toekomstige winsten. Daardoor zou Philips te zijner tijd ongeveer 1,1 miljard gulden minder vennootschapsbelasting behoeven te betalen; voor Fokker ging het om 770 miljoen gulden. Tezamen is dat ruim 1,8 miljard gulden. Omdat het er niet naar uitzag dat Philips en Fokker op korte termijn weer winst zouden maken, zouden zij de bedragen van 1,1 miljard respectievelijk 770 miljoen gulden niet of op zijn gunstigst pas in de verre toekomst te gelde kunnen maken. Om dit te voorkomen verkochten Philips en Fokker hun knowhow aan de Rabo en huurden die terug. Philips en Fokker behaalden met de verkoop winst. Hierover betaalden zij geen belasting omdat de in het verleden geleden verliezen van die winst werden afgetrokken.

Omdat de Rabobank de verkregen know how in beginsel na tien jaar moest terugleveren, schrijft zij die in tien jaar af. De afschrijvingen komen in de loop van die tien jaar in mindering op haar winst waardoor zij in totaal 1,8 miljard gulden minder vennootschapsbelasting betaalt. Omdat de Rabobank dat bedrag niet ineens realiseert, maar gespreid over de periode van tien jaar, treedt renteverlies op. Het voordeel voor de Rabobank is daardoor geen 1,8 miljard maar ongeveer 1,25 miljard. Aan dit aspect wordt in de krant nauwelijks aandacht besteed.

Om het uiteindelijke voordeel voor de Rabobank bij de transacties met Philips en Fokker te berekenen moet het bedrag van 1,25 miljard verminderd worden met de door de Rabobank aan Philips en Fokker betaalde bedragen van 680 miljoen respectievelijk 411 miljoen gulden. Er resteert dan het door de Rabobank genoemde bedrag van ongeveer 150 miljoen gulden. Dat is toch een geheel ander bedrag dan de kop 'Hoe de Rabobank honderden miljoenen aan belastinggelden werd gegund' suggereert. Het 'nadeel' dat de overheid als gevolg van deze transacties lijdt is dat de Rabobank de belastingverminderingen realiseert waarop Philips en Fokker recht hadden doch die zij zelf niet (helemaal) of in elk geval pas veel later zouden hebben kunnen realiseren. Ook dit aspect wordt in de artikelen nauwelijks toegelicht.

    • A.E.H. van der Voort Maarschalk