Spelbederf

De beschaving van de vrije markt brengt met zich mee dat steeds meer mensen harder hun best doen om meer aandacht te trekken. Omdat de vrije markt geen mutatie in onze soort heeft veroorzaakt - met ons allen zijn we er niet slimmer of origineler of creatiever van geworden - is het resultaat dat de overweldigende meerderheid haar toevlucht neemt tot dezelfde middelen.

Veel lawaai maken is het eenvoudigst. Straks breken de warme dagen weer aan. Dan hoor je op straat al van verre: bom-bom-bom-bom enz. Het komt uit een auto waarin iemand achter het stuur zit die zijn megawattluidsprekers op volle kracht heeft. Als het een beetje wil heeft hij een zaktelefoon aan zijn oor. Hebben we helemaal geluk dan is hij half naakt. Zo iemand zie je niet over het hoofd. Viel schreien ist besser als sehr klug sein, zei de Duitse surrealist Arnolt Bronnen, die later in nazistisch vaarwater terecht is gekomen.

Kijk verder eens naar de reclame: hoeveel mensen daar hun mond in een oerschreeuw zo wijd mogelijk hebben opengesperd, of een vuurwapen op de voorbijganger hebben gericht. Of het au fond even bedreigende tegendeel: met modieus ondergoed aan zo broeierig mogelijk in de lens kijken. Voorlopige conclusie: op de vrije markt wordt weinig gelachen.

Nu was er vorig weekeinde in Amerika een bokswedstrijd tussen twee vervaarlijke zwaargewichten. Reuzen die hun sporen in de ring hadden verdiend. Ze begonnen aan de gebruikelijke inleiding, wierpen de handdoek af, gingen om elkaar heen dansen en deelden de verkennende plaagstoten uit. Toen hield een van de reuzen het voor gezien, hij kreeg nog een paar tikken op zijn hoofd en middenrif maar deed niets terug. Hij schudde mismoedig zijn geweldige hoofd, liep binnen de touwen een blokje om en gaf de scheidsrechter te kennen dat hij er geen zin in had. Tumult. Zijn trainer sprong de ring in, sprak hem therapeutisch in zijn oor, de scheidsrechter droeg er het zijne toe bij, het publiek krijste zijn verontwaardiging ten hemel. Maar niets ter wereld kon deze man nog bewegen een klap uit te delen of te incasseren. Nog altijd zijn hoofd schuddend klom hij het trapje af en verdween in de kleedkamer. Later gaf hij een persconferentie waarvan volgens de berichten niemand iets heeft begrepen.

Zou hij er gewoon genoeg van hebben gehad? Gedacht: doe het zelf, laten jullie je voor de verandering maar eens murw slaan of doe het je tegenpartij. Dan ga ik wel op jullie plaats zitten om je aan te moedigen. Ik dacht even aan Jantje Peters, jaren geleden beroemd voetballer, waarschijnlijk middenvoor of libero. Het was in het stadion De Goffert, hij leidde de aanval van zijn elftal maar ging toen opeens op de bal zitten. Kampioen worden is niet gering, maar dit was ook een groots moment. Peters kreeg de gele kaart wegens spelbederf. In het algemeen kabaal was niemand op het idee gekomen dat hem opeens een heel ander spel te binnen was geschoten. Dat valt maar één keer in een generatie te spelen, maar dan is het prachtig.

Ongeveer zo - niet helemaal - was het met de voorstelling die deze bokser had gegeven. Bekijk je het met de diepste ernst dan kom je tot de slotsom dat hij de Willemsorde van het Humanistisch Verbond heeft verdiend. Van ander standpunt bezien heeft hij een festijn van gereglementeerde bloeddorst en geweldpleging in zijn tegendeel doen verkeren: in een nummertje slapstick waarbij zijn tegenstander de k.o. van het Niets is uitgedeeld (Frappe du Néant, om het in de terminologie van Sartre te zeggen).

Hoe moeten we nu zoiemand beoordelen als we het van de vrije marktkant bekijken? Hij heeft meer de aandacht getrokken dan de meeste anderen, en niet omdat hij 'tegen het canvas is gegaan' en daar is uitgeteld. Hij heeft niet gewonnen of verloren en toch zal men zich zijn naam nog lang herinneren. Dit komt doordat hij zich niet aan de spelregels heeft gehouden, door de hele bokssport aan zijn laars te lappen op het ogenblik dat van hem het tegendeel werd verwacht. Voor de vrije markt is het de vraag, of er met zo'n supergimmick ook reclame valt te maken, geld te verdienen. Het gerucht gaat dat O.J. Simpson, om straks aan zijn schuldeisers tegemoet te komen, zijn naam aan een gemeen steekmes zal verlenen: het O.J.-mes. Dat wordt een ethisch-economisch probleem van de eerste orde.

Uit dit alles blijkt: het draait in deze casuïstiek soms, en plotseling, niet meer om het aandacht trekken kortweg, maar om de manier waarop. In de verte doet het denken aan een vroeg verhaal van Belcampo. Dat gaat over de Koninklijke Groenlandse Walvispesterijen, waar de walvistraan wordt gewonnen. Als ik het goed heb (Belcampo op de plek waar ik dit schrijf niet bij de hand) heet het GNIREKEZREV EGAGAB. Daarin is dit ethisch dilemma al in beginsel aanwezig. Een volgende keer zal ik het hier graag navertellen.