Spanje en Europa's monetaire kopgroep

MADRID, 15 FEBR. “Ze noemen ons Pigs! Portugal, Italië, Griekenland en Spanje. Pigs Out! Werkelijk, mensen kunnen soms zo grof zijn”, roept Pedro Schwartz uit. In zijn ogen strijden gespeelde en werkelijke verontwaardiging om de voorrang. In de werkkamer van de 61-jarige econoom Schwartz, met uitzicht op de Madrileense triomfboog van de Plaza de Indepencia, is zojuist de scepsis ter sprake gekomen die in meer noordelijke regionen heerst ten aanzien van het aantreden van Spanje in Europa's monetaire kopgroep.

Pedro Schwartz, onafhankelijk economisch adviseur van de Spaanse premier Aznar, weet het zeker: Spanje zal aan de criteria van de monetaire unie voldoen. Behalve dan het criterium van de overheidsschuld. “Maar daar staan we niet alleen in, Italië en België halen het ook niet.”

En afgezien daarvan, hoort het schuldcriterium niet tot voorwaarden die volgens de letterlijke tekst van Maastricht wel enige speelruimte laten? Het idee om Spanje en Italië in een en dezelfde adem te noemen bevalt Schwartz trouwens helemaal niet. “Het is waar dat hun inflatie een stuk lager uitvalt, maar hun probelemen op het gebied van de publieke financiering zijn aanzienlijk ernstiger dan de onzen.”

Pedro Schwartz geldt als het liberale geweten van premier José María Aznar, die komende dinsdag een bezoek aan ons land zal brengen. Waar Schwartz ook verschijnt bepleit hij het vrijmaken van de Spaanse markten op de wijze waarop de door hem bewonderde Margaret Thatcher te werk ging. En Schwartz verschijnt veel: als president van Fundesco, de denktank van het telecommunicatiebedrijf Telefónica, als hoogleraar economische geschiedenis aan de Autonome Universiteit van Madrid en sinds kort met een eigen programma op de staats-tv.

Het idee om Spanje buiten de kopgroep te laten, circuleert onder de Duitsers en - vooral - Nederlanders, weet Schwartz. Al wil hij een gunstige uitzondering maken voor de beoogde president van de Centrale Europese Bank, Wim Duisenberg. De laatste kreeg eind vorig jaar - tijdens een door de Nederlandse ambassade georganiseerde bijeenkomst - in Madrid de handen op elkaar nadat hij volmondig “Ja” had geantwoord op de vraag of er plaats was voor optimisme over de Spaanse deelname. Schwartz toont zich dan ook enigszins beteuterd bij de mededeling dat Duisenberg kortelings heeft verkondigd dat in de kopgroep slechts plaats is voor acht landen. Zonder Spanje. “Tja, dan is hij politiek aan het bedrijven”, concludeert de econoom lachend.

Of Spanje zal toetreden tot de monetaire kopgroep is volgens Schwartz dan ook vooral een politieke kwestie. En dat kan binnen de Europese Commissie nog wel eens boeiende taferelen opleveren, zo vermoedt hij. Neem de stemverhoudingen. De toelating heeft een gekwalificeerde meerderheid nodig. En Spanje, Portugal en Italië beschikken over voldoende stemmen om dwars te liggen. “Meneer Rodrigo Rato (de minister van financiën) heeft me gezegd dat hij een stem heeft om de zaak te blokkeren”, zegt Schwartz. Zal de minister zijn stem, de facto een veto, ook daadwerkelijk gebruiken? “Hij zegt dat hij hem heeft, die stem”, lacht de economisch adviseur. “Het zal in ieder geval een interessante vergadering worden.”

Bij de hele opzet van de Monetaire Unie heeft Schwartz overigens zo zijn twijfels. Volgens hem wordt een federatief Europa via een achterdeurtje naar binnen gehaald door een monetaire unie te scheppen. Geen juiste volgorde. En vooral Duitsland zou beter moeten weten, vindt Schwartz. “Kohl is bezig dezelfde fout te herhalen die hij met Oost-Duitsland heeft begaan. Hij wilde een politieke unie scheppen door middel van een monetaire unie. Een vergissing.” De rekening komt nu alsnog in de vorm van een explosie van de werkloosheid, vooral in het voormalige Oost-Duitsland. Spanje, Portugal en Italië bevinden zich in een vergelijkbare situatie, meent Schwartz. Net als in Oost-Duitsland vereist de toetreding tot de monetaire unie bezuinigingsmaatregelen die de werkloosheid alleen maar doen toenemen.

Er zijn lichtpuntjes in de vorm van de privatisering en de beginnende liberalisering van een aantal markten, zoals telecommunicatie en elektriciteit. “We lopen daarmee voor op Frankrijk en Duitsland”, aldus Schwartz.

Op langere termijn kent Spanje evenwel andere problemen. Het omslagstelsel van staatspensioenen (pensioenfondsen zijn nagenoeg onbekend), de dure gezondheidszorg en het stelsel van financiering van de autonome regio's werpen hun schaduw vooruit. Van een fundamentele aanpassing van het pensioenstelsel en de gezondheidszorg is ook onder de huidige regering nog geen sprake, meent Schwartz. “Alle fundamentele zaken die nodig zijn voor de overleving van Spanje in een systeem van een gemeenschappelijke munt moeten nog worden genomen.”

En dan is er nog het systeem van financiering van Spanje's zeventien autonome regio's, waarbij steeds meer bevoegdheden, inclusief het heffen van belastingen, worden gedecentraliseerd.

Schwartz voorziet dat de regio's in de toekomst meer hun eigen financiële boontjes moeten doppen. “Er is een grotere controle op de begrotingen van de lidstaten nodig als de centrale Europese bank garandeert dat de lidstaten niet failliet kunnen gaan. Maar als het systeem werkt als in de Verenigde Staten, is een lokaal tekort van minder belang. In geval van onze autonome regio's gaat het erom of de Spaanse staat de bereidheid heeft om garant te staan. Zoniet, dan kunnen de regio's niet meer doen dan hun rating verlagen in geval van wanbetaling. De lokale stemgerechtigden zullen hun regio's dan moeten dwingen tot geringere uitgaven.”