Satan-aanbidders 'bedreigen' de ziel van Egypte

AMSTERDAM, 15 FEBR. Drie maanden geleden publiceerde het Egyptische weekblad Rose el-Youssouf een serie artikelen over duivelsaanbidders in Kairo. Aangezien het blad de afgelopen jaren zijn oplage heeft vergroot met uiterst sensationele artikelen, die niet altijd even correct waren, werden deze reportages aanvankelijk met enige scepsis beschouwd.

Ten onrechte. Rose el-Youssouf heeft namelijk uitstekende relaties met de minister van Informatie, Safwat Sharif, één van de machtigste mannen van Egypte. De duivelsaanbidders-verhalen waren niet alleen een genot voor de lezers, maar luidden ook het begin in van een politie-actie, die het aanzien van de regering moest vergroten. Een regering die over het zieleheil van haar onderdanen waakt.

Op 22 januari belden vóór zonsopgang de mannen van de staatsveiligheidspolitie aan, sommigen met een kalasjnikov gewapend. Zij doorzochten in 78 woningen de kamers van 17- tot 20-jarige jongens en meisjes. Zij namen alle cassettes in beslag met muziek van Metallica, Black Sabbath en Megadeth, maar ook van hard rock en reggae, alsmede posters, zwarte T-shirts “met vreemde symbolen” en ander belastend materiaal, zoals zwarte lippenstift. En zij gelastten de jonge eigenaars mee te komen. De meesten werden geboeid en geblinddoekt in koude, overvolle cellen gezet, en 48 uur later, na verhoor en “getoond berouw”, weer vrijgelaten. Maar 13 jongeren zitten nog gevangen en tegen 19 'voortvluchtigen' is een arrestatiebevel uitgevaardigd. En tegen 300 anderen, die tijdens de verhoren ter sprake kwamen, wordt nog een onderzoek ingesteld. Hun misdaad? Deelname aan feestjes waar heavy metal werd gespeeld.

De betrokkenen, zowel moslims als christenen, hadden - aldus Hani Borham, topman binnen de staatsveiligheidspolitie - deze muziek gebruikt om “de destructieve en immorele” cultus van Satansaanbidding te verspreiden. De officiële mededeling van de politie luidde: “Zij moedigden seksuele vrijheid en atheïsme aan, en verachtten de religie. Zij roepen op Satan te aanbidden en beweren dat hij het slachtoffer was van ongerechtigheid en vervolging. Als bewijs daarvoor voeren zij aan dat hij uit het paradijs werd verdreven. Deze Satansaanbidders organiseerden muziekfeestjes in de woestijn, even buiten de hoofdstad, waarbij zij kleren droegen die met schedels en omgedraaide crucifixen zijn versierd, en waar zij geheimzinnige teksten zongen.” De minister van Binnenlandse Zaken, Hassan al-Alfi, beloofde dan ook “deze verrotte, geïmporteerde ideologieën, die in moslim-samenlevingen onacceptabel zijn, uit te roeien.” De openbare aanklager van Egypte, Hisham Saraya, liet zich daarentegen een paar dagen geleden in een vraaggesprek wat genuanceerder uit. “Ik geloof persoonlijk niet dat zij de duivel aanbaden. Maar zij probeerden wèl de duivel te volgen met seks, drugs en welke slechtigheid dan ook.”

Binnen de kortste keren verstrekten de media huiveringwekkende details over deze “Satansaanbidders”, bijna allen de kinderen van maatschappelijk zeer succesvolle mensen, wonend in luxe villa's en appartementen. Velen studeren aan de even dure als prestigieuze Amerikaanse Universiteit. Volgens de liberale oppositiekrant Al Wafd hadden zij “verbijsterende bekentenissen” afgelegd. Zo hadden zij het bloed van katten gedronken, zich aan groepsseks overgegeven, op de Gemenebest-begraafplaats in Heliopolis schedels en lijken opgegraven van in de Tweede Wereldoorlog gesneuvelde geallieerde militairen, en de heilige Koran verbrand - dit alles “ten pleziere van Satan”. Het bericht werd begeleid door een foto, waarop te zien was hoe vijf van deze jongeren naar hun vrienden wuifden. Het bijschrift luidde dat zij “Satanische gebaren naar de menigte maakten”. Andere kranten berichtten dat zij op de heilige Koran hadden gedanst.

Egypte was van links tot rechts in shock. Het parlement debatteerde over de “Satansleerlingen”, die niet alleen de direct betrokkenen te gronde richtten, maar de cultuur en de identiteit van Egypte in hun val dreigden mee te slepen. De afgevaardigden vroegen de minister van Binnenlandse Zaken verslag uit te brengen of “buitenlandse machten, in het bijzonder Israelische organisaties” erachter stonden. Paus Shenuda III, de leider van de koptische kerk, riep op tot “de hardst mogelijke straffen tegen deze Satansaanbidders”, die volgens groot-mufti Nasr Farid Wassel geloofsafvalligen zijn. “Als zij hun ideeën afzweren, kunnen zij vergiffenis krijgen. Maar als zij doorgaan met hun zonden, moeten wij de door de shari'a (de islamitische wetgeving) voorgeschreven straf toepassen.” Iedereen wist wat hij bedoelde: op geloofsafval staat de doodstraf.

Zijn als liberaal bekendstaande voorganger, sjeik Mohammed Sayed Tantawi, thans de imam en leider van Al-Azhar, de meest gezaghebbende sunnitische instelling ter wereld, zei desgevraagd: “Israel staat achter deze duivelsaanbidders. Dit is onderdeel van een zionistisch complot, dat erop uit is onze jeugd te corrumperen.” Veel Egyptische kranten namen dat bekende thema over. “Mossad (de Israelische geheime dienst) organiseerde Satanische orgieën in Egypte”, luidde de kop van de Engelstalige krant Egyptian Gazette. “Israelische meisjes flirtten met twee Egyptische jongens en overreedden hen om zich bij hun Satanische groep aan te sluiten.” De cover van het weekblad Oktober riep: “Duivelsaanbidding - in Amerika gemaakt, door Israel geëxporteerd.”

Ibrahim Nafieh, de zeer invloedrijke hoofdredacteur van de regeringskrant Al Ahram, analyseerde, evenals alle bekende journalisten, sociologen en columnisten, het fenomeen. Uiteindelijk kwamen de meesten tot de smartelijke conclusie dat Satansverering - samen met de modernisering van de Egyptische samenleving en de daarmee gepaard gaande communicatiemogelijkheden, zoals Internet, MTV en andere televisiekanalen - een uit het Westen geïmporteerd verschijnsel is, dat met name aanslaat bij jongeren die psychologische, sociale en/of familieproblemen hebben. Volgens Ibrahim Nafieh hadden veel van deze jongeren werkende en afwezige ouders. Hij voegde eraan toe: “We moeten ook niet de rol onderschatten van de aartsvijand van Egypte, de Arabische en de islamitische wereld - te weten de staat (Israel) die onlangs nog grote hoeveelheden drugs naar Egypte smokkelde, met het doel schade toe te brengen aan de geest van de jongeren, teneinde de traditionele waarden omver te gooien.”

Het debat weerspiegelt de problemen van de Egyptische intelligentsia, die niet langer de vooraanstaande rol van vroeger vervult. In Egypte penetreren in snel tempo, precies als in het Westen, consumptiedrift, concurrentie en individualisering. De meeste intellectuelen denken en praten alleen over geld. Geld dat nodig is om hun toegenomen behoeften te bevredigen en hun kinderen een redelijke toekomst te verzekeren. Maar tegelijkertijd klagen zij bitter over hun zo egoïstisch geworden maatschappij, die zij niet meer herkennen. Het is voor hen buitengewoon moeilijk om mèt die Amerikanisering te leven, die in vele opzichten haaks staat op hun traditionele waarden. Want in het Midden-Oosten was men altijd gewend naar zijn leiders te luisteren. Die waren immers in alle opzichten verantwoordelijk voor het wel en wee van hun onderdanen.

Vandaar dat zowel 'links' als 'rechts' de affaire van de Satansaanbidders aangrijpt om tussen de regels door de overheid ervan te beschuldigen dat zij te weinig democratisch is en de jongeren geen ruimte biedt. Zoals een zeer moderne Egyptische professor zegt: “Onze regering regeert niet, zij beheert alleen. Het is immers de overheid die Amerikaanse restaurants, zoals McDonald's en Pizza Hut, de vrije baan geeft, en zich niets aantrekt van de gevolgen ervan.” Of zoals een vooraanstaand socioloog waarschuwt: “We moeten niet verbaasd zijn als zij (de jongeren) zich tot een andere cultuur wenden, of bij fast food-restaurants rondhangen, met alle culturele overheersing die dat ten gevolge heeft.” De voorstanders van meer islamisering zien eveneens hun gelijk bevestigd. Vijf advocaten hebben al bij een rechtbank de regering opgeroepen om de Amerikaanse Universiteit, “broedplaats van de Satansaanbidders”, voorgoed te sluiten.

Intussen heeft hetzelfde Rose el-Youssouf dat de affaire heeft aangekaart, thans scherpe kritiek op de overheid. “We moeten ervoor zorgen dat de Satansaffaire niet in massahysterie omslaat.”

Maar vele studenten op de Amerikaanse Universiteit zijn in totale paniek. De moeder van één van hen vertelt lachend: “Fathi komt nu op tijd naar huis. Hij hangt niet langer bij McDonald's rond.”