Premieverhoging tegen groot tekort sociale fondsen

ROTTERDAM, 15 FEBR. “Het feestgedruis is definitief verstomd”, meent Hoogervorst, Tweede-Kamerlid voor de VVD. Hij doelt op de tegenvaller die gisteren aan het licht kwam bij de sociale fondsen. Ze kampen eind van dit jaar niet met een tekort van 3,8 miljard, zoals was voorzien, maar staan dan voor 8,4 miljard in het rood.

Het Centraal Planbureau (CPB) heeft al berekeningen laten rondgaan waarbij vrijwel de gehele belastingmeevaller van 4,9 miljard die vorige maand volgens premier Kok nog voor “feestgedruis” zorgde, teniet wordt gedaan door het onverwacht grote tekort bij de fondsen.

Zover zal het waarschijnlijk niet komen. Wel doorkuisen de berekeningen van zowel het CPB als de fondsen zelf, het beleid van het kabinet om de lasten zoveel mogelijk te verlichten. En daarvoor was de miljardenmeevaller juist bedoeld. Premier Kok kan dan ook niet geloven dat het tekort zo sterk is opgelopen. Hoe kan het zo goed gaan met Nederland waardoor steeds meer mensen een baan vinden en toch de uitgaven voor de uitkeringen zo onverwacht hoog oplopen, zo vraagt de premier zich af.

Kok heeft “de eerst verantwoordelijke minister” opdracht gegeven om de herkomst “van deze vlaag tegenwind bij een overigens stevige rugwind” uit te zoeken. Kok doelt op partijgenoot Melkert die gisteren op het partijcongres van de PvdA bevestigde dat het tekort 8,4 miljard gulden bedraagt.

Over de oorzaak van het tekort lopen de opvattingen sterk uiteen. Uit eerdere CPB-publicaties blijkt dat het kabinet de uitgaven aan uitkeringen steeds heeft onderschat, omdat het uitging van de zogenoemde halve koppeling. Dit wil zeggen dat de uitkeringen elk jaar worden verhoogd met de helft van de stijging van de lonen in de marktsector. Sinds 1995 is er echter een 'hele kopppeling' geweest, waardoor de uitgaven aan uitkeringen zijn gestegen. Dit heeft volgens het CPB steeds doorgewerkt in de prognoses van de jaren na 1995.

Melkert heeft een andere verklaring voor de tegenvaller. Hij meent dat de gestegen werkgelegenheid vooral banen heeft opgeleverd voor de mensen die niet eerder een uitkering hadden. Hierdoor zijn de uitgaven aan uitkeringen niet verminderd.

De financiële specialisten in de Kamer zoeken de oorzaak voor de tegenvaller in de premiestelling. Vogens hen heeft iedereen die premie betaalt voor sociale voorzieningen en verzekeringen zoals AOW, WW en WAO jarenlang boven zijn stand geleefd. De sociale premies die de inkomstenbron van de fondsen vormen, zijn al die tijd te laag vastgesteld. D66'er Ybema meent dat dit is begonnen in 1982 bij het eerste kabinet Lubbers. “Om negatieve effecten op de koopkracht te vermijden, werden de premies niet vastgesteld overeenkomstig de uitgaven van de fondsen”, aldus Ybema.

Het Kamerlid meent dat een oplossing voor het tekort moet worden gevonden in het opheffen van de drie fondsen. Volgens Ybema kan de overheid dan de taak van de fondsen overnemen, waardoor afgezien van een grotere controle over de tekorten ook de rente-uitgaven kunnen dalen. “De garantstelling van de overheid zorgt immers voor lagere rentepercentages”, aldus Ybema. Voor het kabinet gaat deze mogelijkheid nog te ver, maar het is hoe dan ook van plan om de lijnen naar de fondsen stevig aan te trekken om onaangename verrassingen te voorkomen.

Voor het aanvankelijk verwachte tekort van 3,8 miljard was al afgesproken dat dit over een langere periode zou kunnen worden weggewerkt. Maar naar nu blijkt, blijft er dan nog een tekort van 4,6 miljard over. Volgens de Tweede Kamer kan het niet anders dan dat dit bedrag door premieverhoging wordt weggewerkt.