Openbaar ministerie

In NRC HANDELSBLAD van 12 februari wordt - naar aanleiding van recente uitspraken in Amsterdam en Den Haag - in een nieuwsanalyse aandacht besteed aan de gevolgen voor strafzaken van verregaande opsporingsmethoden door het OM. Naast het vaststellen van een recente positieve ontwikkeling wordt stilgestaan bij enkele strafzaken waarin in het verleden iets is misgegaan, waaronder de Almelose 'Geesterse-zaak' uit 1996.

Ik merk op dat er, afgezet tegen het totaal aantal zaken dat het openbaar ministerie jaarlijks afdoet, naar mijn mening relatief weinig zaken zijn waarbij iets misgaat, nog afgezien van de vraag of daarbij dan ook telkens sprake is van fouten van het OM. Toch is het telkens weer die negatieve zijde van het werk van het OM die wordt belicht. Ik hecht er dan ook aan op te merken dat de berichtgeving in de onderhavige nieuwsanalyse over de zogenaamde 'Geesterse-zaak' niet volledig is. Op zich is het juist dat het openbaar ministerie in die strafzaak door de rechtbank te Almelo gedeeltelijk (!) niet ontvankelijk is verklaard.

Maar desondanks heeft de Almelose rechtbank de hoofdverdachten in die zaak wel veroordeeld tot betaling van geldbedragen van ieder ongeveer 2,3 miljoen gulden ter ontneming van hun door misdrijf verkregen voordeel ('plukze'). En deze ontnemingsbedragen hebben ook betrekking op die strafbare feiten waarvoor het OM niet-ontvankelijk is verklaard.

De gewekte indruk dat de verdachten er geheel straffeloos vanaf zijn gekomen, is dus zeker niet juist.