Op hol land

Het bekendste, grootste en meest lucratieve piramidespel van Nederland wordt gespeeld op de beurs. Wanneer we allemaal blijven inleggen, niet tussentijds winst nemen, niet aarzelen en onvoorwaardelijk blijven geloven in het manna uit de beurshemel, gaan de koersen vanzelf omhoog en worden we allemaal rijk.

Een ondernemer die pas drie maanden actief is in aandelen en op 30 procent winst staat, overweegt serieus zijn matig lopende bedrijf te verkopen, een hypotheek op zijn huis te nemen en zijn vermogen in aandelen te stoppen. Hoe rem je zo'n bezeten optimist af?

Verkopers van financiële diensten wakkeren de goudkoorts aan met constructies die bescherming tegen koersdaling bieden: “U profiteert van koersstijgingen, terwijl uw risico tot een minimum beperkt blijft.” Een kleine advertentie voor een piramidespel belooft hetzelfde. Verdien ƒ 76.000 belastingvrij. Eenmalige deelnameprijs ƒ 153. Bel zondagmiddag en vraag naar Sjonnie. Holland: op hol land. Albanië aan de Noordzee.

Een briefschrijfster zit met een pakketje aandelen binnen een jaar op 40 procent koerswinst. Ze vraagt wanneer ze winst moet nemen. En: heeft dat zin, want andere aandelen zijn ook gestegen. “Wanneer ik verkoop moet ik toch weer iets kopen?” Nee, dat is een hardnekkig misverstand. Als u nu verkoopt en het geld bijvoorbeeld een jaar op een spaarrekening laat staan, zit u op gemiddeld 20 procent winst per jaar plus de spaarrente. Misschien zien de organisatoren van het beurspiramidespel uw geld graag weer in aandelen, maar verplicht is het niet.

Een lezer uit Akersloot lijkt minder bevlogen. Hoewel. Meneer woont in een rijtjeshuis met een niet-aflosbare hypotheek. De aflossing komt straks uit een mandje van 34.000 gulden met Polygram, CSM, Elsevier, Dordtsche Petroleum en Wolters Kluwer. Dat is een degelijke belegging voor de lange termijn.

Maar hij wil meer: over vijf jaar een vrijstaand huis. “Daar wil ik enige risico's voor nemen”. Na het uitspraken van die woorden heeft de Akersloter een lening genomen op het mandje aandelen en voor 30.000 gulden kort- en langlopende opties gekocht. De totale portefeuille van deze voortvarende doe-het-zelver telt 30 verschillende fondsen: 9 aandelen, 1 obligatie, 4 beleggingsfondsen, 5 put-opties en 11 callopties.

“Er zit een aardige spreiding in”, staat er als een understatement bij. “Misschien iets te veel. Ik koop mijn aandelen en call-opties over het algemeen na een flinke daling van de index. Ik verkoop als de index hoog is. Tevens koop ik dan put-opties, waardoor de kans op winst niet gering is. Afgelopen december kocht ik 2 AEX index-calls uitoefenprijs 625 voor 1,60 en verkocht die vier dagen later voor 7,90; winst circa 1.000 gulden. De index-put uitoefenprijs 640 die ik twee weken geleden kocht is helaas niks meer waard.”

Hij besluit met de vraag of dit de goede weg is naar het nieuwe huis. Het antwoord luidt: nee. De briefschrijver heeft iets meer dan een jaar ervaring met beleggen en baseert zijn strategie op die zonnige periode. De portefeuille lijkt een bord spaghetti, terwijl een portie asperges overzichtelijker is. Er ontbreekt een visie aan het geheel. Ten vierde speculeert meneer met geleend geld. Als hij verliest moet hij ook de lening terugbetalen.

De resultaten tot nu toe weerspreken deze bezwaren. De call-optie Koninklijke Olie uitoefenprijs 280 gulden, die in het jaar 2001 afloopt, kocht meneer voor 4.260 gulden. Door de Olie-explosie van donderdag steeg deze optie naar 8.700 gulden. In Akersloot hangt de vlag nu uit, want op een vergelijkbare call Unilever die 5.000 gulden kostte, verdient hij (op papier) ook een paar duizend gulden.

Door zulke snelle successen worden onervaren beleggers overmoedig. Ze kopen met hun hele vermogen 100 Olie-calls en leunen vervolgens ontspannen achterover tot de bank ze belt om een half miljoen gulden winst op te komen halen. Helaas. Zo werkt de beurs niet.

Wat zou deze lezer moeten doen? Eerst berekenen hoeveel geld hij over vijf jaar nodig heeft en op dat duidelijke doel een plan met aandelen en desgewenst opties trekken. Op korte termijn de optie-wirwar voor een flink deel afbouwen, in overleg met een bankadviseur, en de lening aflossen. En tot slot: extra aflossen van de (flinke, in relatie tot het inkomen) hypotheekschuld kan echt geen kwaad.