Om te overleven in Rwanda heb je een sterk hart nodig

KIGALI, 15 FEBR. “Je moet een sterk hart hebben in Rwanda om het allemaal aan te kunnen”, zegt de 42-jarige Consolé Atumutako. Ze lacht even, maar de pijn die dit veroorzaakt doet haar onmiddellijk verkrampen. Ze is een Tutsi en verloor tijdens de genocide in 1994 vrijwel haar gehele familie.

Afgelopen zondag was het bijna haar beurt. Bij een aanval op enkele busjes, ruim 30 kilometer buiten de hoofdstad Kigali, kwamen 11 mensen om het leven. Allen waren Tutsi's. Consolé rende weg en werd door een kogel geraakt in haar schouder.

Op klaarlichte dag had een groepje Hutu-extremisten een wegversperring opgeworpen. “We moesten uit het busje stappen en al ons geld afgeven”, vertelt Consolé. “Ik herkende hen onmiddellijk als soldaten van de oude regering. Ze commandeerden passagiers in de berm te gaan zitten. Vervolgens werden we gescheiden: de Tutsi's aan de rechterkant, de Hutu's aan de linkerzijde van de weg. Toen ze het vuur openden op de Tutsi's vluchtte ik in paniek.”

De 28-jarige Gakunzi Kukunisha beaamt dit verhaal. Hij bevond zich in een ander busje. Ook hij is een Tutsi. Zijn drie broers werden bij de aanval zondag gedood, hij werd op de vlucht in zijn billen geschoten. Evenals Consolé ligt hij in het ziekenhuis van Kigali. “Ik durf niet meer buiten Kigali te reizen”, besluit Gakunzi zijn relaas.

De veiligheidssituatie in Rwanda is op dramatische wijze verslechterd als gevolg van de terugkeer van ruim één miljoen Hutu-vluchtelingen uit Oost-Zaïre en Noordwest-Tanzania eind vorig jaar. Ruim 200 Tutsi-overlevenden van de genocide in 1994 werden sinds december vermoord door teruggekeerde vluchtelingen, aldus gegevens van de organisatie voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties in Rwanda. Vermoedelijk enkele honderden Hutu-burgers verloren het leven bij operaties van het regeringsleger RPA tegen vermeende Hutu-rebellen.

Enkele buitenlandse hulpverleners werden in West-Rwanda doelwit van Hutu-extremisten, een Cambodjaan werkzaam voor de VN werd onthoofd. Na de aanval zondag op reizigers buiten Kigali is een onthoofd lichaam gevonden in Kigali en werd een granaat onder een bus gegooid op het busstation. Vrijwel alle buitenlandse hulpverleners hebben zich intussen teruggetrokken, vooral uit het westen, maar ook uit andere delen van het land. Ruim de helft van het land wordt onveilig geacht. Nooit eerder sinds 1994 is de veiligheidssituatie in Rwanda zo slecht geweest.

Pagina 4: 'Ook met wapens lieten we ze door'

“We hadden dit eigenlijk wel verwacht, we namen een risico”, zegt Emanuel Ndahiro, naaste medewerker van vice-president en minister van Defensie Paul Kagame over de onveiligheid in Rwanda. Ongecontroleerd liet de regering de honderdduizenden vluchtelingen terugkeren. Onder hen bevonden zich duizenden Hutu-extremisten verantwoordelijk voor de genocide. “Sommigen hadden wapens bij zich, maar onder internationale druk fouilleerden we niemand en lieten we iedereen door. Daarvoor betalen we nu de prijs”, aldus Ndahiro.

Onduidelijk is of de gewapende acties van de afgelopen weken tegen Tutsi's, hulpverleners en regeringssoldaten individuele wraakacties betreffen of een georganiseerde guerrillacampagne. In Zaïre waren de Hutu-extremisten goed georganiseerd en bewapend in de vluchtelingenkampen. De groep Rwandese ex-regeringssoldaten (ex-FAR) en leden van de militie Interahamwe rond Goma leken eind november uiteengeslagen door de Zaïrese rebellen en velen van hen keerden daarom met de vluchtelingen terug. In januari viel echter onverwachts een groep extremisten die zich in de Zaïrese jungle had schuilgehouden het noordwesten van Rwanda binnen. De groep Hutu-extremisten rond het zuidelijker gelegen Bukavu behield echter zijn eenheid, trok westwaarts en houdt zich nu met familieleden op in het vluchtelingenkamp Tingi Tingi in Zaïre.

Velen van degenen die met de vluchtelingen terugkeerden zijn herkend door de overlevenden van de genocide. Ruim 7.000 Hutu's werden sinds december gearresteerd, de totale gevangenisbevolking van Rwanda als gevolg van de genocide bedraagt inmiddels 94.000. Vele andere Hutu's die terugkeerden verwachten nog te worden gearresteerd wegens hun betrokkenheid bij de massamoord van 1994. “Zij hebben niets meer te verliezen”, zegt een buitenlandse waarnemer. “Daarom schrikken ze er niet meer voor zelfmoordacties terug. Zij bedrijven het terrorisme zoals we dat de laatste weken zien in Rwanda. Het zal veel tijd kosten om de veiligheidssituatie ten goede te laten keren.”

Na de vloed van terugkerende Hutu's trokken uit angst vele Tutsi's naar de steden. De regering adviseerde bovendien grote groepen Tutsi's te verhuizen om hen beter te kunnen beschermen. In grote delen van het land, en zeker in het noordwesten, leven inmiddels nauwelijks nog Tutsi's op het platteland: ze zijn uitgemoord, verdreven of hebben zich elders gevestigd. “De Hutu-extremisten kunnen zich daarom als vissen in het water begeven in het noordwesten”, stelt een medewerker van de VN. “Toen zij terugkwamen uit Zaïre verwelkomde een aanzienlijk deel van de Hutu-bevolking hen. Het door Tutsi's gedomineerde regeringsleger RPA wordt in het noordwesten als bezettingsmacht ervaren.”

Wanneer deze analyse juist blijkt dan wordt het welhaast onmogelijk voor het huidige regime om op afzienbare tijd de Hutu-meerderheid aan zijn zijde te krijgen. Een systematische campagne van terreur door Hutu-extremisten zal de Hutu- en Tutsi-bevolkingsgroepen verder uiteendrijven en de door de regering nagestreefde verzoening onmogelijk maken. “De Hutu-rebellen proberen ons uit te dagen om de Hutu-bevolking bij anti-guerrilla-acties te doden”, meent Emanuel Ndahiro. “En soms vallen er ook slachtoffers bij dergelijke operaties, maar geen honderden zoals sommige buitenlandse waarnemers beweren. We zijn optimistisch dat we hart en ziel van de bevolking zullen winnen. Het is moeilijk maar niet onmogelijk.”

Sadako Ogata, hoofd van de VN-vluchtelingenorganisatie, zei eerder deze week bij een bezoek aan Kigali, dat er overeenstemming bestaat over de terugkeer van de laatste 200.000 Rwandese vluchtelingen in Zaïre. “Het probleem van de vluchtelingen en de criminele en gewapende elementen onder hen blijft echter onopgelost”, voegde ze hier aan toe.

“Ja, we gaan akkoord met hun terugkeer”, beaamt Ndahiro. “Maar laat ik u wel vertellen, als ze terugkomen maken we niet nog een keer dezelfde fout. De meeste Hutu-extremisten bevinden zich nog steeds in Zaïre. Komen ze terug naar Rwanda dan zullen we zeker nauwgezet de goeden en de slechten uit elkaar halen.”

    • Koert Lindijer