Oekraïne

Wil Robert van de Roer in zijn artikel 'Westen ontdekt grote rol van de Oekraïne' (8 februari) bewijzen dat hij zich niet in de luren laat leggen door de verkooppraatjes van een Oost-Europees bewindsman? Natuurlijk, men kan zich afvragen hoe een land als Oekraïne op afzienbare termijn aan de normen voor EU-lidmaatschap denkt te kunnen voldoen.

Of wat het land ons 'te bieden' heeft, hoewel dat minder opgaat voor 'de Nederlandse belastingbetaler', die zich best druk zou kunnen maken om de stabiliteit in Europa, dan voor een investeerder, die alleen zijn portemonnee hoeft te trekken.

Van de Roer heeft alle recht te twijfelen aan de toereikendheid van de Oekraïense hervormingsmaatregelen. Maar is het ook nodig minister Oedovenko in te peperen dat diens land “een van de grootste bedelaars in het Westen” is? Een toon waarop helaas meer landgenoten Oost-Europeanen menen te moeten toespreken, als was het hun persoonlijke verdienste dat het ons zelf materieel zo voor de wind gaat. Of denken zij dat alleen dergelijke botte 'waarheden' tot hun gesprekspartners doordringen? En waarom spreekt Van de Roer eigenlijk van 'de' Oekraïne? Weet hij niet dat het land sinds zijn onafhankelijkheid gewoon 'Oekraïne' wordt genoemd, zonder lidwoord? Of is hij wellicht van mening dat Oekraïne nog altijd niet meer is dan een grensstreek van een naburige staat?

    • E. van Reesch